1 augustus 2015

Paul Hellmann - Irene, mijn grootmoeder

Als de barbaren komen !
 
 
'De duivel heerst over de wereld en is nergens bang voor.'
 
Onheil zie je vaak niet aankomen. Zeker niet als je je daarbij een vloedgolf van haat en vernietiging moet voorstellen. De ‘hakenkruisveldtocht’, zoals Paul Hellmanns grootmoeder Irene het later zou noemen, was in het mondaine en gecultiveerde Wenen van het fin de siècle niet eens een hersenschim.

Rond 1900 was de hoofdstad van het Habsburgse Rijk een plek waar kunstenaars en hun creaties gedijden. Het was de wereld van Klimt, Kokoschka, Mahler, Toscanini, Richard Strauss (de componist van de Vier Letzte Lieder) maar ook van Freud en Karl Kraus, de journalist die zijn maatschappijkritiek in vitriool doopte. Al die stemmen kon je horen in de stijlvolle koffiehuizen waar je ook nu nog een Einspänner of een Café Orange kunt drinken. In die kringen bewoog ook Irene zich. Ze behoorde tot een familie van industriëlen, bewoonde een riant huis aan de Ringstrasse, was gewend aan huispersoneel en wintervakanties in Davos. Maar materiële welstand biedt geen garantie op een veilig leven. Als ze vierentwintig is wordt ze wees, na de Eerste Wereldoorlog sluipt de economische crisis steeds dichterbij en uiteindelijk valt ‘de lange schaduw van het nazisme’ over haar heen. Aan het eind van de jaren ’30 schrijft Irene aan haar nicht Gretel: ‘Ik ben panisch van angst om, als zovelen, door de wereld te moeten ronddwalen.’

Ingang Weense opera
© Scriptor
Aan de hand van brieven, een dagboek, foto’s en een enkel gesprek, reconstrueert Paul Hellmann een gestorven wereld. Hij slaagt erin om een visuele en gedetailleerde voorstelling te geven van een burgerlijk-conservatief milieu waaruit alle zekerheden verdwijnen. Nog belangrijker is dat hij zich ingraaft in de vereenzaamde en ontredderde geest van zijn oma. En net als de kleinzoon wil je haar, met terugwerkende kracht, beschermen.

Hoeveel verhalen er ook verteld worden over eeuwenlang opgejaagde joden die hun diaspora zagen eindigen in de rookpluimen van de concentratiekampen, nooit zullen het er genoeg zijn. Ze vinden bovendien een plek in een nog breder perspectief, dat van de verwoestende invloed van grote maatschappelijke ontwikkelingen op fragile burgers.

Zonder de correspondentieërfenis van Irene had dit boek niet kunnen geschreven worden. Dat roept vraagtekens op bij onze internetcommunicatie. E-mails zullen geen drie generaties bewaard blijven. En wie neemt nog de tijd en moeite om een elektronisch bericht echt te stofferen? Dagboeken worden evenmin nog geschreven. Geschiedkundigen, familiechroniqueurs en doorsnee individuen die historische wortels belangrijk vinden, mogen zich zorgen beginnen te maken.

Irene woonde in de buurt van dit Burgtheater
© Scriptor
Met Irene, mijn grootmoeder heeft Paul Hellmann van een statistisch gegeven een gezicht gemaakt. Het is het gezicht dat je op de cover ziet: dat van een gevoelige, melancholieke vrouw die goed was in liefhebben. Echtgenoot Paul was haar einziggeliebter. Maar ze moet ook vaststellen dat liefde lang niet alles overwint. Leven is uiteindelijk omgaan met verlies!

Quotering: ****½

Uitgegeven bij Atlas Contact – 2015
 

31 juli 2015

Hylke Speerstra - De troostvogel

Op weg naar Beterland
 
 
'Pake zegt dat je op een lange trek met veel ontberingen niet zonder troost kunt.'
 
Terwijl halfweg de 19de eeuw in Rusland de lijfeigenschap wordt afgeschaft, heersen er op het Friese platteland nog leefomstandigheden die je slaafse armoede zou kunnen noemen. Knechten en meiden worden geminacht door herenboeren en notabelen. Opstaan om half vier, ook als de harde noordooster stuifsneeuw over de velden jaagt, is niet ongewoon. Een loon verdienen waarmee je gezin op de rand van de honger balanceert, is even alledaags. Dat is ook het geval in Hichtum, het dorp met de stompe toren waaronder de personages uit De troostvogel opgroeien.

Als rond 1880 de export van goedkoop Amerikaans graan een landbouwcrisis veroorzaakt, wordt de Holland-Amerika Lijn erg aantrekkelijk. Ook Hizkia en Ietje, de stamouders van dit verhaal, voeren gesprekken over een mogelijke migratie. Omdat heit honkvast is, probeert de doelgerichte Ietje haar zonen te bewerken. Amerika is ‘het land van verlossing voor mensen als ons, de Here onze Heer heeft het zo beschikt’, meent de diepgelovige mater familias. Maar niet iedereen loopt warm voor het onbekende. Nadat Lolke en Jacob zijn vooruitgestuurd, maakt een ander deel van de familie pas in 1911 de oversteek. Toch blijkt South Dakota niet het beloofde land te zijn. In de zomer scheurt de kurkdroge aarde uit elkaar. ’s Winters vriezen de biggen dood in de stal. Op andere onheilsdagen vreten hordes sprinkhanen zich een weg door de gewassen, sleurt het water van de Missouri alle akkers mee of teistert de Spaanse griep de gemeenschap. Te midden van al die nekslagen houdt beppe Ietje ‘het hoofd geheven als de oude koningin-moeder’. Troostvogels zijn er voor alle dagen!
 
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Hoewel de spanning zo al aardig oploopt in dit boek, steekt Hylke Speerstra nog een tandje bij door Johannes, een Fries enfant terrible, op te voeren. Zijn onafhankelijke geest botst meermaals met de ondergeschiktheid die van arme lui verwacht wordt. Hij is een man van knopen doorhakken en rechtlijnig handelen. ‘Wie zichzelf tot schaap maakt, wordt door de wolven opgegeten’, is zijn devies. Net dat gevoel voor eigenwaarde en rechtvaardigheid zorgt ervoor dat hij in de aanloop van de Tweede Wereldoorlog de kant van Duitsland kiest. Als ‘de doodstrijd om de vrijheid’ losbreekt, komen de Amerikaanse en de Duitsgezinde Hichtumers oog in oog met elkaar te staan…

Hoe iedereen in zijn lot gevangen zit, is een terugkerend thema in het werk van Hylke Speerstra dat ook hier weer met poëtische nuchterheid wordt uitgewerkt. Even herkenbaar is dat deze Friese chroniqueur er telkens in slaagt om je op een andere manier te laten kijken naar maatschappelijk bekritiseerde keuzes. De voorkeur van Johannes voor de NSB is wat kortzichtig maar wel onderbouwd en begrijpelijk. In de geschiedenis zijn er veel grijszones. Maar de grootste verdienste van dit boek is dat de personages, in weerwil van het begrafenisgebeier in de stompe toren, uit de dood worden teruggeroepen en zich gedragen alsof ze het eeuwige leven hebben.

De troostvogel is een oerverhaal over armoede, leven en dood, maar vooral over de verbondenheid met het land en de dierbaren. Tegelijkertijd is het ook een intieme ode aan de geboortegrond van de auteur zelf. Tussen alle ontberingen door volg je vluchten goudplevieren, hoor je vogellokfluitjes in alle toonaarden, zie je polstokspringers over de sloten zeilen en hoor je de Friese taal die het over ‘pake- en beppezeggers’ heeft.

Als je Hylke Speerstra’s werk leest, begrijp je ook waar de granieten geesten van de Ritsma’s en Van der Lendes vandaan komen. Het Heitelân is een eigenzinnige maar zó kostbare wereld binnen Nederland!

Quotering: ****½

Uitgegeven bij Atlas Contact – 2015

30 juli 2015

Susan Abulhawa - Het blauw tussen hemel en zee

Waar de insecten en de vlinders sterven !
 
 
'De Palestijnen huilden, maar tranen drogen altijd
of ze veranderen in iets anders.'
 
Dat honderdduizenden Palestijnen aan het eind van de jaren ’40 van huis en haard verjaagd werden door joodse kolonisten die, geruggesteund door Groot-Brittannië en de VN, hun gang konden gaan, is de aanzet geweest voor een conflict dat al bijna zeventig jaar duurt. Heel wat vluchtelingen kwamen terecht in Gaza waar ze, ver weg van hun boomgaarden en akkers, een moeizaam bestaan leidden. Anderen begonnen aan een zoektocht naar meer welvaart die hen naar de oliestaten of de andere kant van de oceanen bracht. Over het verlies van dierbaren, het verlangen naar de plek waar je wortels zijn en het afbrokkelende zelfbeeld van onderdrukten, schrijft Susan Abulhawa, een Palestijnse die in de VS woont. 

In Het blauw tussen hemel en zee voert ze vier generaties ontheemden op waarin de pesterijen van de Israëlische soldaten, de bombardementen van het leger en de arrogantie van de kolonisten weerspiegeld worden. Verkrachting, plundering en vernedering zijn hun deel. Maar dankzij een sterk sociaal netwerk en cultureel bewustzijn slagen ze erin om, zelfs in de meest barre omstandigheden, het hoofd rechtop te houden. ‘Alleen zijn op de wereld, zonder familie, clan, grond of land, betekent dat je bent overgeleverd aan de genade van anderen’, zo klinkt het. Omdat de vrouwen waken over de hart van hun geliefden en de identiteit van hun volk, zijn zij de rode draad in dit boek. 
 
© Andrea Carancini
De sterkste scènes uit deze roman zijn die waarin de personages midden in de gebeurtenissen staan: de vissers die door verveelde recruten getergd worden, de ontering van Mariam, de bommenregen boven Gaza, de moeders die in de gevangenis hun zonen opzoeken… Op die inktzwarte momenten ‘stromen de melancholieke requiems van de Koran uit elke speaker, elke minaret, elke ziel’.

Andere passages zijn dan weer banaal. Op die bladzijden spint de schrijfster van weinig wol garen. In plaats van de actie te zoeken in de geest van haar karakters, geeft ze zich daar over aan te breed uitgesponnen beschrijvingen die bovendien niet uitblinken in originaliteit. Ook als ze zich van personages wil ontdoen wanneer het plot dat vraagt, gebeurt dat soms op een weinig overtuigende, bijna soap-achtige, manier. En wat de stijlbeelden betreft, verlaagt ze haar schrijfkunst geregeld tot het niveau van tienerpoëzie. Het kledingstuk dat ‘aan de waslijn door de zon gekust wordt’, kan echt niet door de beugel. ’Het lied dat zijn hart deed dansen’ of ‘stukken binnen in haar’ die ‘op de grond vielen zoals de kralen van een halssnoer’, zijn pure clichés. Als het originele manuscript in de handen van een Nederlandse redacteur was gelegd, zou de rode pen door deze stroperigheid zijn gehaald… Je merkt trouwens vaker dat de Amerikaanse geplogenheden over-the-top-beelden en wijdlopendheid tolereren.

Israëlisch bombardement op Gaza-stad
© Youghalonline
Het blauw tussen hemel en zee is een zinnelijk verhaal over een steeds kleiner en armer wordende Palestijnse wereld die haar innerlijke rijkdom probeert te behouden. Met dat gegeven gaat de auteur zorgvuldig om. Ze nuanceert haar kritiek op de agressor wanneer ze schrijft: ‘Er zijn ook Israëlische soldaten die zich schamen voor het werk dat ze doen’. En ze kijkt streng naar de bevriende Arabische naties van wie de vluchtelingen ‘zowel medelijden als uitbuiting te verduren hadden.’ Maar boven alles gaat de aandacht van Susan Abulhawa uit naar de dappere bewoners van deze openluchtgevangenis die dankzij haar werk hun waardigheid terugkrijgen!

 
Quotering: ***½

Uitgegeven bij De Geus – 2015

2 juli 2015

Geert Mak - De brug

 Een brug die de wereld zag veranderen !
 
 
'De veerponten schuimen en blazen,
altijd doen ze alsof ze naar Odessa varen, of naar Athene,
in plaats van dat kwartiertje naar de overkant.'
 
Wie ooit in Istanbul geweest is, heeft minstens één keer de oversteek gemaakt tussen het Ottomaanse gedeelte van de stad en Pera, de vroegere Europese wijk waar, na het wegtrekken van Genuezen, Venetianen, en vooral Grieken en Armeniërs, nu de Westerse diplomatieke gezanten de sfeer van het multiculturele Sultanaat nog enigszins levend houden.

Tussen beide stadswijken ligt de Galata-brug, een plek met haastige passanten maar ook vaste ‘bewoners’: venters, vissers, schoenpoetsers, zakkenrollers, een bedelaar zonder stembanden, een lotjesverkoper… Allemaal verdienen ze miljoenen per dag en toch zijn ze straatarm. Een miljoen oude lira's is zo’n halve euro waard. Meestal gaat het om aangespoelde Anatoliërs, mensen uit het dorpse achterland die in hun streek niet konden overleven. Sommigen lijden honger, een flink aantal van hen kan geen geneeskundige zorgen betalen. Tegelijkertijd groeit de Turkse economie als kool maar ongeschoolden of zij die te oud zijn voor een fatsoenlijke baan profiteren daar vaak niet van.  

De brug is altijd een getuige van de geschiedenis geweest. Of ze van hout, ijzer of beton was, altijd keek ze in de twee richtingen. Ze zag dat de multi-etnische en multi-religieuze samenleving, die het Ottomaanse Rijk kenmerkte, meer een gastvrijheids- en gedoogkarakter had dan een integratiegezicht. Hoewel de Ottomaanse burgerij in de 19de eeuw steeds meer in de ban geraakte van de Europese nieuwigheden en politiek actieve studenten het vermolmde en dictatoriale regime achter de muren van het Topkapi-paleis zat waren, bleek voor en na de eeuwwisseling het water van de Gouden Hoorn erg diep te zijn. Intense handelsbetrekkingen, druk boten- en later brugverkeer, konden niet voorkomen dat de culturele lappendeken in stukken scheurde. Een samenloop van omstandigheden, waarvan de Eerste Wereldoorlog er één was, leidde tot geweld en ethnische zuiveringen. Cosmopolitisme moest plaatsmaken voor nationalisme.

De vissers op de Galata-brug
© Shankar S.
De afgelopen jaren bracht Geert Mak geregeld tijd door op en rond de Galata. Hij sprokkelde verhalen, die op hun beurt vragen en ook inzichten meebrachten. Hij maakte vrienden en liet zich hun warme openheid welgevallen. Zelfs de alleramste bood hem thee aan. Weigeren was, zoals een eercultuur het voorschrijft, geen optie. Hoewel de brug een mannenwereld is, slaagde de auteur erin om ook met enkele vrouwen, zelfs vissende dames, in gesprek te gaan over hun dromen, hun keuzemogelijkheden en hun persoonlijke strijd.

Chroniqueurs zoeken bovendien graag het gezelschap van collega’s op. Dat een aantal van hen, zoals de Franse en Italiaanse reisschrijvers uit de 19de eeuw, in een andere tijd hebben geleefd, is daarbij vooral een voordeel. Istanbulgangers zoals Pierre Loti, Gérard de Nerval, Théophile Gautier en Edmundo De Amicis zagen een andere brug en stad en verdiepen Maks blik. De Amicis’ zintuiglijke kijk uit 1878 legt aan de hand van details een sociaal leven bloot. Hij ziet ‘Parijse laarsjes, Turkse muiltjes, laarzen uit Turkestan (Het gebied in Centraal-Azië waar ethnische Turken woonden. DS), Albanese slobkousen maar ook schoeisel van touw of lompen. Het is verrassend om vast te stellen dat de brug toen hectischer was dan nu. De Italiaan moet uitkijken om niet omver te worden gelopen door een troep Armeense sjouwers of onder de stormpas van een compagnie keizerlijke soldaten terecht te komen. Geert Mak constateert dat ‘het lopen trager is geworden, meer sjokken is en flaneren’. ‘En de vissers zijn helemaal stilstaande figuren geworden.’

Daarnaast zijn er natuurlijk ook de hedendaagse stadsschrijvers, sommigen enkel bekend bij de stedelingen, anderen, zoals Orhan Pamuk, Nâzim Hikmet en Elif Shafak, hebben naam gemaakt ver over de Bosporus-grenzen heen. Als een Istanbulse uitgever het had aangedurfd om De brug in het Turks te publiceren, was een Nederlander kunnen toetreden tot het plaatselijke gilde van chroniqueurs. Maar als Geert Mak dat geambieerd had, had hij Sultan Mehmet II geen wreedaard mogen noemen en de Armeense kwestie geen genocide. Ook dat is een eercultuur! Dat traditionalist Erdoğan minder vast in het politieke zadel zit dan hij zou willen, kan hierbij een troost zijn... De wind van Pera waait, zelfs sterker dan vroeger, door Anatolië. Niet voor niets kent Istanbul zo’n dertig verschillende winden die elk andere eigenschappen en een andere naam hebben.

Een oldtimer tram in Pera
Zoals altijd maakt Geert Mak betere reizigers van ons. Terwijl een reisgids zijn lezers één paar extra ogen geeft, biedt deze historicus er ons tientallen aan. Wil je Istanbul bezoeken, laat dan de dorheid van de toeristische gidsjes achterwege en kies voor de pen van deze auteur die qua taalvaardigheid en verbeelding aanleunt bij de beste fictieschrijvers! En als je over de Galata wandelt, biedt een brugbewoner je mischien wel een glaasje thee of een verse vis aan. Gezien de activiteit van tankers en ander watertransport vanuit de Zwarte-Zee is het drankje aan te raden boven het pansgerecht. Maar dat is een luxe-keuze die alleen toeristen zich kunnen veroorloven!

Quotering: *****

Uigegeven bij Atlas Contact – 2015 (een verkorte versie verscheen als Boekenweekgeschenk van 2007)
 
De boeken van Geert Mak

 
 

29 juni 2015

Inge Schilperoord - Muidhond

Een zorgzame man


'De mensen moesten hem niet
…maar de natuur nam hem zoals hij was.’

Jonathan, de hoofdpersoon uit deze debuutroman, is een volwassen zoon met een moeder die hem ‘jochie’ noemt en denkbeeldige kruisjes op zijn voorhoofd tekent. Wat zij onder liefde verstaat is betutteling, een knellende band waaronder Jonathan lijdt zonder in opstand te durven komen. Die scheef getrokken moeder-zoon-relatie heeft ervoor gezorgd dat hij niet van volwassen vrouwen kan houden. Alleen bij jonge meisjes voelt hij zich veilig en gelukkig.

Zijn verwrongen seksualiteit heeft van hem een zedendelinquent gemaakt die aan het begin van dit verhaal uit de gevangenis ontslagen wordt. Aangemoedigd door zijn therapeut heeft Jonathan zich hardnekkig voorgenomen om niet opnieuw in de strafbare valkuil te trappen. Het werkboek met oefeningen en raadgevingen, dat hij heeft meegekregen, moet hem houvast geven. Dat laatste doet ook de natuur. Met of zonder hond struint hij door het duinengebied bij zijn huis.

© radiantskies
In Muidhond wordt de innerlijke strijd van de man met pedofiele neigingen meer dan overtuigend neergezet. Je voelt zijn gejaagdheid, zijn wanhopig grijpen naar de reddingsboei van een strakke tijdindeling en to do-lijstjes, zijn gevecht met impulsen die hem naar de afgrond sturen.
‘Een kracht in hem… gaf hem het gevoel dat er iets onheilspellends zou gebeuren als hij een minuut oningevuld liet’, zo beseft hij.

Ook zijn sociaal isolement doet je naar adem happen. ‘Ik spreek niemand’, moet Jonathan toegeven. Doorsnee mensen kunnen zoveel delen met elkaar, van levensbedreigende ziekten tot emotioneel verraad, maar een kinderlokker kan zijn probleem bij niemand kwijt. Even aandoenlijk is zijn gebrek aan inzicht in zijn eigen en andermans psyche. Als hij zijn buurmeisje Elke ontmoet, die op haar manier eenzaam is, wil hij voor haar zorgen. Alleen begrijpt hij niet dat zijn pamperend gedrag individueel en maatschappelijk ontoelaatbaar is. Jonathan wil perfect zijn: de ideale zoon én de ideale vriend. Tegelijkertijd ademt alles teloorgang en verval: de wegkwijnende hond, het rafelige springtouw en de vale kleren van Elke, de afbraakwijk, de astmatische moeder…

De officiële naam van de zeelt is tinca tinca
© Viridiflavus
De grote uitdaging van dit boek is de lezer in een geest te laten kruipen die melkwegenver van hem afstaat. En dat is ook meteen de verdienste van dit werk. Muidhond is een licht verteld verhaal over een ziel vol duisternis. Psychologe Inge Schilperoord is vanuit haar beroepsachtergrond geknipt om dit thema naar een breed publiek te vertalen. Maar het compliment zit in het feit dat haar kennis uitstekend verliteratuurd is! Daar hoort ook het beeld van de muidhond bij, een zieltogende zeelt die Jonathans liefde voor de natuur en zorgende aard weerspiegelt. Maar mensen zijn geen vissen. Naast heel veel andere inzichten, leert deze roman je dat goed bedoelde zorgen schadelijk kunnen zijn. Dat toont de zoon maar evengoed de moeder aan. Inge Schilperoord heeft een zeldzaam literair onderwerp aanschouwelijk gemaakt! En dat is niet iedereen gegeven!

 
Quotering: ****½

Uitgegeven bij Podium - 2015
 

28 juni 2015

Ish Aït Hamou - Cécile

Een queeste van bron naar bron

 
'Nauwelijks een dag nadat hij had kennisgemaakt met de geur van vanille,
stak hij er zijn hand naar uit.'

Er was eens… een Pietje Bel in een dorp bij een bron in het zuiden van Marokko. Tot ergernis van zijn vader kleurt de elfjarige Djibril graag buiten de lijntjes. Hij loopt er de kantjes af als het gaat om het leren van Koranteksten en het respecteren van huisregels. Djibril is een dromer voor wie ‘de troostende eenzaamheid’ van deze weg-van-de-wereld-plek onvoldoende rust brengt. Dat geldt ook voor zijn broer Kareem die een palmboom verkoopt omdat hij naar een paar leren schoenen verlangt. Die nieuwe stappers brengen hem op het pad van Cécile, een Franse toeriste, en zullen meer dan één leven een onomkeerbare richting uitsturen.
‘Een seconde duurt maar een seconde en dan wordt hij onderdeel van een verleden waar je onmogelijk naar kunt teruggaan,’ beseft Cécile.

Atlas-gebergte Zuid-Marokko
© Joaoleitao
In deel twee van deze roman vervlecht de auteur individuele verlangens met de tijdgeest. Zijn personages gaan op in de hedendaagse diaspora die over de Middellandse-Zee naar Europa leidt. Het is niet Kareem maar Djibril die de overkant haalt, in een Spaanse hacienda aan de slag kan en jaren later bij Cécile in Parijs echte en geveinsde liefde vindt.
‘Je hebt de morele plicht om iets te betekenen voor iemand anders’, hoort de jonge man zijn vader zeggen.
Wanneer Djibril deze leefregel op een spontane manier toepast, word je gegrepen door hartbrekende scènes. In deze vertelling vloeit puurheid in zijn hoogste vorm over in wurgende duisternis. Hoe zuiverder de liefde, hoe meer pijn ze doet.

Toch zou Ish Ish niet zijn mocht hij van zijn hoofdfiguur alleen een gevend mens maken. Net als in zijn debuut Hard hart voert hij in Cécile het thema van de leermeesters op. Dat zijn seingevers, horizonverbreders en houvast bieders zoals ‘de Generaal’ op de berg boven de oase, Abid, de overzetboot-habitué, Franco Vasquez, de barse hacienda-eigenaar en natuurlijk zijn eigen vader. Hun wijsheid is altijd bij hem.

Dorp in Zuid-Marokko
© https://pollyvoofranzay.wordpress.com/
Wie Ish kent, weet ook dat hij van aforismen houdt. In dit verhaal zitten er talrijke.
‘Kijk nooit naar jezelf door de ogen van een ander. Te veel meningen en te weinig begrip maken het beeld alleen maar troebel’, laat hij ‘de Generaal’ zeggen.
Cécile is even beschouwend als verhalend, direct maar ook suggestief. Deze jong-volwassen auteur weeft een web van grote en kleine draden die elkaar op een verrassende manier vinden. Hoe Kareem opgaat in ‘De Generaal’ is een sublieme vondst!

Dit is een boek over verbeelding, over traditie en moderniteit, over letterlijk en figuurlijk in het water springen en, niet in het minst, over een gedurfde definitie van de liefde. Ish is een sprookjesverteller maar één die weet dat sprookjes zonder doornen niet geloofd worden. Ondanks deze stekelige waarheid gaat de geur van vanille, als een zalfje, op alle bladzijden mee… zelfs tot voorbij de grens van de dood!

Quotering: ****½

Uitgegeven bij Manteau – 2015

10 juni 2015

Hilde Vandermeeren - Stille grond

 Zuivere zielen !
 
 
'Carol plantte het mes recht in het hart van het boek met de Leefdoelen...'

‘Auteurs houden het graag spannend voor hun lezers maar ook voor zichzelf. Om haar derde misdaadroman van frisse stof te kunnen voorzien, heeft Hilde Vandermeeren haar verbeelding naar Schotland gestuurd. Op het weg-van-de-wereld-eiland Skye vond haar geest een oprechte Anglicaanse priester en een leider van een sekte die een natuurgodsdienst op een misdadige manier uitdraagt.

Beide mannen kruisen het pad van Eve, een docente wiskunde met een onverwerkte ervaring die bijna zo oud is als zijzelf. Toen ze drie was verdween haar zusje Rosie die met Ruby een tweeling vormde. Omdat het politieonderzoek enkel doodlopende sporen opleverde, bleef de familie met veel vragen achter en kon ze niet aan het rouwproces beginnen. Dertig jaar later vindt dominee Donald Cunningham een mysterieuze bekentenis in het biechtboek van zijn kapel. Met al de kracht en de woede die ze in zich heeft, grijpt Eve deze strohalm vast. Ooit moet de waarheid boven water komen en daar zal zij voor zorgen. Maar de goeroe van De God van het Licht gaat tot het uiterste om zijn luguber koninkrijkje veilig te stellen.

Het Schotse eiland Skye waar het verhaal van 'Stille Grond' begint...
© Viator
Het leven in de sekte, het ideeëngoed, de terminologie en de werking van het machtsmechanisme zijn overtuigend neergezet. 'Om de harmonie in de kosmos te bewaren moet de aarde gezuiverd worden van onreinen', zo orakelt het brein achter de gemeenschap. Kyle Crawford laat zich ‘de Vader’ laat noemen maar vult dat begrip op geheel eigen en gestoorde wijze in. Hij is een gewetenloze manipulator die misbruik maakt van onzekere mensen die het handig vinden als er voor hen gedacht en gehandeld wordt. De meest tragische leden van deze gesloten groep zijn zij die niet konden kiezen: de kinderen. Jonge mensen die een gezonde leefomgeving missen, kunnen niet uitgroeien tot evenwichtige volwassenen.

Stille grond is een verhaal over vragen en antwoorden. Als je de nep-druïdenleider mag geloven, dan vind je een houvast voor je hele bestaan in zijn zelf ontworpen bijbel die hij Leefdoelen heeft genoemd. Toch begint er bij sommige volgelingen iets te knagen. Zij krijgen steeds vaker de indruk dat er meer vragen zijn dan antwoorden. Die twijfel zorgt voor conflicten en de angst om het meest dierbare te verliezen. Ook Eve wordt al jarenlang opgejaagd door vraagtekens. En die zijn groter dan de Sudoku-puzzels die ze als tiener, met een talent voor wiskunde, oploste. Net als andere personages heeft ze besloten om zich, dwars door de obstakels heen, een weg te banen naar het licht… zonder hoofdletter!

In Stille grond zijn er heel wat karakters in de war als het over hun identiteit gaat. Een aantal is verbonden aan ‘de Boerderij’ van ‘de Vader’, maar er is ook het thema ‘tweelingen en identiteit’. Omdat tweelingen door de buitenwereld als een eenheid worden gezien en elkaars spiegelbeeld zijn, hebben zij moeite met het ontwikkelen van een eigen ‘ik’. En als er een dramatische gebeurtenis plaatsvindt, zoals bij Rosie en Ruby, zijn de gevolgen bij de achterblijver bijzonder ingrijpend.
 
© Pixabay
Omdat de invalshoeken van Hilde Vandermeeren altijd ruimte bieden aan de gedachtengangen van de lezer, kan je in deze aanklacht tegen machtsmisbruik op basis van een geloofsleer een statement zien tegen de oprukkende moordmachine aan de rand van Europa. Kyle Crawford is niet de enige die het begrip ‘zuiverheid’ op een demonische manier invult.

Dit Schots-getinte verhaal vindt zijn plek tussen het mythische monster van Loch Ness en het echte monster in de menselijke ziel. Zoals steeds zijn inhoud en technische vormgeving bij deze schrijfster in bekwame handen. In Stille grond ligt geen bouwsteentje verkeerd. En het slot over de onuitwisbaarheid van vroege herinneringen, is een naklinkend orgelpunt!
 
Quotering: ****½

Uitgegeven bij Q - 2015

De boeken van Hilde Vandermeeren
 

6 juni 2015

Alexandr Skorobogatov - Portret van een onbekend meisje

Geluk is altijd kortstondig !
 
 
'Twee mensen, ook al zijn ze nog zo jong,
is het niet gegeven hetzelfde te dromen.'
 
Als je opgroeit in een mistroostig Sovjet-Russisch provinciestadje, blijft je blik misschien sneller dan elders hangen bij de puurheid van een jong meisje. Dat overkomt de ik-figuur in dit boek. Sasha is dan bijna veertien. Hoewel zijn moeder wetenschapper is en zijn vader een afwezige regisseur, woont hij in een wijk met straatgevechten, drankmisbruik en kindermishandeling. Pas als de sneeuw gesmolten is kan hij ontsnappen aan ‘de muffe kelder’, struinen door de bossen en gaan vissen in de rivier. Wegkijken van de grauwheid kan ook, en nog beter, door zich helemaal over te geven aan Katia, aan ‘haar schoonheid die te groot is om op te nemen’. Het meisje is amper enkele maanden ouder. 
 
Ondanks de tegenwerking van haar ouders, gaan de tieners volledig in elkaar op. ‘Iedereen werd een vreemde voor mij, en alles werd onnodig voor mij, alles behalve zij,’ hoor je de jongen zeggen. Door dit overrompelende gevoel, kan de fysieke liefde niet lang op zich laten wachten. Achter de rug van de volwassenen om worden plekjes gezocht waar Sasha zich kan overgeven aan ‘haar sneeuwwitte huid’ en ‘haar fijne blauwe aders met zijn lippen kan beroeren’. Het ligt voor de hand dat het onvermijdelijke gebeurt: Katia wordt zwanger. Deze overtreding van de sociale regels zorgt voor een pijnlijke aanvaring met een ruwe, zelfs meedogenloze maatschappij.
 
Zicht op Moskou
© Pixabay
Maar Alexandr Skorobogatov kijkt niet alleen kritisch naar de socio-politieke omgeving, ook zijn hoofdpersonage lijdt aan kleinmenselijkheid. Dat heeft last van jaloerse bezitsdrang, egocentrisme, vormen van ontrouw… En Katia is, op haar beurt, niet alle vertrouwen waard. Het eeuwig terugkerende thema van het verlies van de onschuld en ons aller gevecht met de ontgoocheling hierover, wordt door deze Russische Antwerpenaar op een poëtisch-rauwe of ironische manier onder woorden gebracht. Als de innerlijke duisternis te groot dreigt te worden, pakt hij uit met speelse dialogen die de gesprekspartner én de lezer op het verkeerde been zetten.
 
Ondanks het rustgevende verteltempo hangt er een permanente dreiging over Portret van een onbekend meisje. De zuipschuiten, zoals beide vaders, een medereiziger op de trein, de kluizenaar bij de rivier en tal van andere verloederde figuren, fungeren als onheilsprofeten. Dit is een verhaal over levensmedailles met twee onafscheidelijke kanten. Wanneer de ik-figuur en zijn meisje een idyllische zomerdag in de natuur beleven, eindigt die met een barbaarse ontmoeting. En even voordien heeft Katia gezegd: ‘Ik denk dat dit de gelukkigste dag van mijn leven is’. Het is een beladen zin die niet meer goeds belooft dan de duikvlucht van de havik op zoek naar zijn prooi. Deze schrijver kan met zachte taal fijne snaren raken maar ook hard uithalen! 
 
Op andere momenten klinkt de auteursstem directer en bozer. Dan richt Alexandr Skorobogatov zijn pijlen op carrière-opportunisten, vadsige boeren op de staatsboerderij, burgers zonder verantwoordelijkheidszin, klikspanen in het studentenmilieu… Zij die de normen en waarden bepalen noemt hij ‘zielloze wezens zonder fantasie, humor of zelfstandigheid’. Als de iets oudere Sasha een maand burgerdienst op het platteland moet doen, spuwt hij zijn venijn: ‘Met vrachtwagens werden we naar allerlei velden gebracht, waar de(zelfde) kolchozearbeiders, die zo hard de hulp van het studentenvolk nodig hadden, in het malse jonge gras lagen, van de ochtend tot de avond zelfgestookte alcohol achteroversloegen…’.  

Het Russische platteland
© www.liveinternet.ru
Portret van een onbekend meisje is een vertelling over verantwoordelijkheid en schuld, keuzes en gevolgen, zin en zinloosheid, en vooral over trouw zijn aan jezelf in een onvoorspelbare wereld. Van de verloren gewaande puurheid blijft er uiteindelijk toch nog iets over... een aardse versie waarmee de mens het moet doen maar die hij zelf in de hand heeft. 

De toonzetting van deze roman roept een verwantschap op met de iconen uit 19de eeuwse Russische literatuur: Dostojevski, Gorki, Tolstoi, Tsjechov… en Gogol naar wie de schrijver in de titel verwijst. Portret is Gogols kortverhaal over een hebberige keuze die de hoofdpersoon duur komt te staan maar klaagt ook de leegheid en de hypocrisie van de heersende klasse aan. Om van de klassieken en ook van Alexandr Skorobogatov te kunnen genieten, moet je bereid zijn om je van het hedendaagse tempo los te weken en je te laten meevoeren door meanderende gevoelens en scènes. Als je dat kunt, vertellen de breed uitgesponnen reflecties en zelfreflecties je wie het ‘onbekende meisje’ is!

 
Quotering: ****
 
Uitgegeven bij Cossee - 2015
 
 

1 juni 2015

Linda Jansma - Verbroken

Het dunne laagje dat beschaving heet !
 
 
'Ik heb geen keus,' zegt ze.
'Er is altijd een keus.'

Lezers gaan van boek naar boek en nemen de ideeën mee die schrijvers hen hebben aangereikt. Op dit moment klinken de autobiografische beschouwingen van Henning Mankell in het pas verschenen Drijfzand nog na... Daarin stelt hij dat de term 'beschaving' vaak een dekmantel is voor het plegen van misdaden. Je kunt daarbij denken aan het oude Griekenland (waar de democratie werd uitgevonden) dat een slavenstaat was, aan de onderdrukking in overzeese kolonies of aan het morele gelijk dat een terreurgroep als IS claimt.

Dat laatste voorbeeld is de schakel met de nieuwste thriller van Linda Jansma. In Verbroken voert ze personages op die tegen de achtergrond van moslimextremisme tot het uiterste gaan. Centrale figuur, Mara, is een ethische hacker, iemand die met de toestemming van netwerkeigenaars op zoek gaat naar zwakke plekken in hun systemen. Wanneer ze een opdracht uitvoert voor de Dutch Broadcasting Group en vaststelt dat er iemand van daaruit ingebroken heeft in het communicatieweb van de Rotterdamse haven, slaat de schrik haar om het hart. Veel tijd om de criminele daad aan te kaarten krijgt ze niet. Omdat haar tegenspeler een hoogbegaafde inbreker is, wordt ze vrijwel meteen met de rug tegen de muur geplaatst. Zijn entourage weet bovendien haar allerzwakste plek te vinden. Ze lijkt te moeten buigen voor een overmacht die haar voor een zéér immorele kar probeert te spannen. En toch heeft ze een keuze, zij het een bijna onmogelijke. Mara moet kiezen tussen de levens van haar kinderen en die van duizenden medemensen. Gesteund door haar schaakmaatje Rudy zal ze proberen om een meesterzet te plaatsen.

© Dagmar D'Surreal
In Verbroken maakt de schrijfster gebruik van elementen uit de actualiteit: radicalisering uit frustratie en de behoefte om bij een groep te horen die je gevoel voor eigenwaarde voedt, gedragsveranderingen binnen een religieus-gemengd huwelijk, slachtoffers van Westerse militaire interventies die ons de rekening presenteren...

Twee sterke maar diep gekwetste vrouwen komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Hoewel de Nederlandse met de Hebreeuwse naam Mara en de Nederlands-Iraakse Imara de oorsprong van hun namen en daarmee een stuk van hun geschiedenis delen, hebben internationale ontwikkelingen de bruggen tussen hen opgeblazen. Individuen zijn vaak de speelbal van machten waar ze geen enkele vat op hebben. Dan wordt het politieke persoonlijk en het persoonlijke politiek. Maar zijn mensen ook in staat om vicieuze cirkels van geweld te doorbreken? 

© Sarah
Verbroken is een verhaal over pijn en onmacht, over vooroordelen en simplistisch denken, over al dan niet toegeven aan wraakgevoelens, over keuzes en lotsbestemming, over de betekenis van 'hard' en 'zwak' en god als verzinsel of houvast. Het krachtige motto 'All that is necessary for the triumph of evil is that good men do nothing', zet je aan tot nadenken en laat je in gedachten de plaats van Mara innemen. Maar net omdat er zoveel uitdagende stof in zit, blijf je een beetje op je honger zitten. De auteur heeft er duidelijk voor gekozen om vaart te laten primeren op verdieping. Vooral het langs elkaar heen schuren van Mara en Imara, wat hen scheidt en verbindt, het spiegelen van grote ontwikkelingen in het hoofd van kleine mensen, had tot meer literatuur kunnen leiden!

Anderzijds toont Verbroken aan dat Henning Mankell niet altijd gelijk heeft. Op één van de pagina's van Drijfzand zegt hij dat 'kennis goed is voor je nachtrust'. Zowel wat de invalshoek als de spanning betreft, spreekt Linda Jansma hem resoluut tegen.


Quotering: ***½

Uigegeven bij De Crime Compagnie - 2015

De boeken van Linda Jansma

30 mei 2015

Dirk Tieleman (en co-auteurs) - De grote sprong zijwaarts

Een geïmproviseerde bazaar
of een voorgekauwde samenleving? 
 
 
'Het is alsof er in dit deel van de wereld
altijd en overal marktdag is.'
 
Vrij kunnen reizen in een gebied dat tot voor kort een no-go area was voor de toerist die zijn eigen pad wil uitstippelen, is geen alledaagse ervaring. Het overkwam een gezelschap van ondernemers, een hoogleraar, een oriëntaliste en journalist Dirk Tieleman. Zij trokken door het uiterste westen van China, een streek waar de natuur heerst maar sinds enige decennia ook de lange arm van Beijing. Op zoek naar Lebensraum strijken er in deze Xinjiang-provincie, het thuisland van de Oeigoeren, miljoenen Han-Chinezen neer.

Door dit gebied aan de rand van de Gobi- en de Taklamakanwoestijn liep eeuwenlang de legendarische Zijderoute. De oasestadjes die luisteren naar namen als Khotan, Urumqi, Kashgar, Turpan... bestaan nog steeds maar hun aanblik verandert gestaag onder de druk van de heersers uit het oosten. De traditionele woonwijken en de bazaars met handwerkers moeten langzaam maar zeker plaatsmaken voor torenflats, wegeninfrastructuur en andere stedelijke voorzieningen. Om werkloze stadsmensen en arme plattelanders uit het midden en oosten van China aan een inkomen en welvaartsniveau te helpen, worden ze massaal naar deze regio gehaald. Naast de publieke sector leveren de splinternieuwe fabrieken in de buurt van bodemrijkdommen, banen op. Olie, gas, ijzer, nikkel, jade... de voorraden zijn haast eindeloos. Op deze manier ontstaat er een steeds groter wordende Chinese middenklasse.  

Op de markt van Kashgar
© Abbey Newman
De reisimpressies die het vierkoppige schrijverscollectief aan dit boek heeft toevertrouwd, wisselen elkaar op een prettige manier af. Er worden tal van facetten belicht: de adembenemende landschappen, de goed functionerende communicatiesystemen, de eetcultuur, het Disney-toerisme van de nieuwe rijken, de groeiende wijnproductie, de archeologische schatten die door 19de en 20ste eeuwse globetrotters zonder enige vorm van schaamte weggesluisd werden naar Europese en Japanse musea en privé-collecties... Toch lijkt de hoofdinteresse van dit gezelschap zich te richten op het socio-economische model dat China hier neerzet. Maar de vraag van de kritische lezer is niet of dit een vanuit materieel oogpunt geslaagd project is maar of het ethisch verantwoord is.

Hoewel ‘de vooruitgangsgedachte’ populair is bij deze auteurs, is het niet zo dat De grote sprong zijwaarts een kritiekloos boek is. Er is volop aandacht voor de immense milieuproblemen, de ‘mieren’ in de sweatshops, de saaiheid van het georchestreerde stadsleven of de Tibetaanse monniken die goedgelovigen geld aftroggelen om er zelf beter van te worden. Het is niet omdat je een minderheid bent, dat je geen boter op het hoofd kunt hebben. Maar… sommige stemmen gaan al te licht over de historische context van deze streek heen. Xinjiang is een David-Goliath-verhaal: de oorspronkelijke Oeigoerse bewoners, die eeuwenlang in semi-autonome rijkjes woonden en het karakter van dit deel van de Zijderoute bepaalden, werden onder de voet gelopen. Op een aantal pagina’s van dit verhaal wordt er vrij denigrerend gedaan over ‘middeleeuwse toestanden’ en gesuggereerd dat er een hogere beschaving uit het oosten is gekomen. Zijn wij het er in deze tijd dan niet over eens dat het zelfbeschikkingsrecht van volkeren een hoog goed is? En wat als ‘middeleeuws’ gekarakteriseerd wordt, is voor een cultuur gerichte reiziger een ontroerende ontmoeting met een wereld die op andere plekken al lang verdwenen is. De noten, de rozijnen en ander gedroogd fruit, dat op de markten te vinden is, ging, samen met de dolken en tapijten mee met de karavanen. Bij deze gedachte staat niemand stil. Toegegeven, de would be-tandarts in één van de steegjes van Kashgar is geen geruststellende gedachte. Maar mogen mensen zelf bepalen welke richting ze uitgaan?!  

Een wever in Khotan
© Fotolibre.org
Een vaststelling als ‘Ze (de Oeigoeren, de Tibetanen) zijn gericht op het verleden, en wensen respect voor hun taal, tradities en geloof. Het moge duidelijk zijn: zij krijgen dat respect niet. Ze worden gekoloniseerd, geminoriseerd’, biedt een correcte kijk op deze scheve toestand. Helaas zijn er andere uitspraken die ronduit tendentieus en gratuit zijn (‘Waarom zou een Oeigoer klagen als hij een nieuw huis krijgt?’). Je moet je ervan bewust zijn dat het Volksbevrijdingsleger van Mao, aan het eind van de burgeroorlog (’49) dit gebied innam. Eigenlijk was dat al de tweede kolonisatiepoging want ook tijdens de Qing-dynastie, de laatste van het Keizerrijk, kwamen de machthebbers in Peking in deze uithoek zoeken naar voedsel- en andere hulpbronnen. Zo rond 1750 begon de Chinese bevolking exponentieel te groeien.
 
De zwakke onderbouwing van een aantal beweringen slaat ook op de suggestieve link tussen ‘Oeigoer, moslim en extremisme’. De Oeigoeren moeten inderdaad opletten dat hun protest niet gerecupereerd wordt door buitenlandse, Al-Qaida-achtige groeperingen. Maar net daarom zouden hun eeuwenoude waarden en normen beter moeten gerespecteerd worden! Moskeeën in het straatbeeld betekenen niet dat de godsdienstvrijheid beschermd wordt. Op dat vlak (én andere) zijn er tal van beperkende maatregelen die op een sluipende manier de cultuur ondergraven. Politiek onafhankelijke bronnen, zoals Amnesty International, Human Rights Watch en het zeer gewaardeerde kennisinstituut Clingendael in Den Haag, gebruiken de termen ‘repressie en achterstelling’. Ook de Europese Unie mengt zich in het debat. Ze heeft de levenslange gevangenisstraf van de Oeigoerse academicus en vreedzame activist, Ilham Tohti, veroordeeld en roept de Chinese autoriteiten op om hem vrij te laten. ‘Harmonie’, de in dit boek vaak geprezen Confuciaanse waarde, houdt blijkbaar op te bestaan wanneer iemand zijn kop boven het maaiveld uitsteekt!
 
De verstedelijking van Urumqi
© Michael D. Manning
Als je een kritische bril opzet heeft dit boek je heel wat te bieden. Toch is het jammer dat er op basis van beperkte informatie her en der (en niet alleen wat de Oeigoeren aangaat) cultuur-historische en socio-politieke conclusies getrokken worden. Dat is niet het geval voor de stukken, waarvan je bijna zeker weet dat ze door Dirk Tieleman geschreven zijn. In die uitgebalanceerde bijdragen voel je het journalistieke vakmanschap dat haaks staat op kort-door-de-bocht-redeneringen. Door deze ongelijkheid in stemmen kun je helaas niet spreken van ‘reisliteratuur’ of ‘reisjournalistiek’. ‘Reisimpressies’, met alle subjectiviteit die erbij hoort, is een passender woord.

De grote sprong zijwaarts nodigt beslist uit tot het verkennen van de regio. Daar zorgen, niet in het minst, de weergaloze foto’s voor! Of je je in die contreien meer verwant voelt met de trage tred van de voorbije eeuwen of met Confucius die tot op vandaag oproept tot vergaande ijver en discipline, zal wel vanzelf duidelijk worden!
 

Quotering: ***½

Uitgegeven bij Houtekiet - 2015