4 maart 2016

Péter Gárdos - Ochtendkoorts

Overleven is geloven in illusies !


'Maar mijn vader had in die tijd
belangrijker zaken aan zijn hoofd dan zijn leven.'

Als één van Lili's vingers niet even bewogen had bij de bevrijding van het nazikamp waar ze stervende was, dan was er geen relatie geweest tussen haar en Miklós, dan waren er geen liefdesbrieven in de handen van Péter Gárdos gedrukt en was er geen zoon geweest om dit aangrijpende verhaal op te schrijven! 'Soms was het lot de taaien genadig', zegt een stem in dit boek.

Wanneer Miklós, die Bergen-Belsen overleefde, na de oorlog in een Zweeds opvangkamp verzorgd wordt en röntgenfoto's duidelijk zijn over de zéér beperkte levensverwachting van de Hongaar, gaat hij niet zitten somberen maar onderneemt hij actie. Omdat hij in de tijd die hem rest een partner wil vinden, schrijft hij lotgenotes aan die elders in Zweden opgevangen worden. Uit die correspondentie komt Lili tevoorschijn. Hoewel het water tussen hen behoorlijk diep is - kampregels, gezondheidstoestand, weinig reisgeld - blijken ze allebei over een koppige doelgerichtheid te beschikken. Wie een concentratiekamp overleeft schrikt niet van de alledaagse wereld!

In het Duitse krijgsgevangen- en concentratiekamp Bergen-Belsen
werden 70.000 mensen omgebracht.
© Jessica Spengler 
In Ochtendkoorts spelen brieven een hoofdrol. Ze zijn niet alleen de getuigen van een tijdgeest maar ook de motor van een ontluikende liefde. Hun kracht ligt in het prikkelen van de verbeelding, het opvoeren van het verlangen en het onderhouden van de spanning die de man-vrouw-communicatie kenmerkt. In een tijd van Skype en selfies zou Lili bijna zeker zijn afgeknapt op de uitgemergelde Miklós met het metalen gebit. Door die brieven en ook de Hongaarse kranten, die twintig dagen onderweg zijn, loopt er een prettige traagheid door dit verhaal.  

Opvallend en eigenlijk verbijsterend is de mentale kracht van de kampslachtoffers, de hoofd- én nevenpersonages van dit boek. Op een enkeling na, iemand die de dood van zijn geliefde niet kan verwerken, rennen ze sneller het leven in dan hun broodmagere benen hen kunnen dragen. Houvasten hierbij zijn kameraadschap (die ontroerende proporties kan aannemen), zang en dans, het maken van gedichten, een nieuw maatschappijmodel dat socialisme heet... en, je bent niet voor niets Hongaar, partijtjes schaak. Hoop en toekomstgerichtheid zijn hun drijfveren, ook al moeten ze daarvoor in illusies geloven.

Boedapest: zicht vanuit Pest op Buda
©  Scriptor
Ochtendkoorts is doorgaans lichtvoetig verteld, balancerend tussen laconieke ernst en relativerende knipoogjes. Het snaakse gedrag van Miklós en zijn kameraden maakt de omstandigheden voor hen en de lezer draaglijk. Ze roken stiekem sigaretjes, verzinnen leugentjes om bestwil, doen aan fototrucage en breken de dossierkast van de dokter open. Over de oorlogsgruwelen zwijgen ze. Die neemt de schrijver-zoon, op momenten die daarom vragen, wel in de mond. Met eenzelfde ernst toont hij het gevecht van Lili met haar joodse identiteit en de verontwaardiging van haar vriend over zijn status in het opvangtehuis. 'Wat was hij hier eigenlijk? Een patiënt? Een vluchteling? Een dissident? Een tijdelijke gast?' Het lijkt wel een protest van een hedendaagse bewoner van een asielzoekerscentrum.

Hoewel de stijl van Péter Gárdos de sfeer en de gemoedsgesteldheid in deze autobiografische roman tot hun recht laat komen, zit de filmregisseur (die hij ook is) de auteur wat in de weg. Zijn literaire camera zwenkt een beetje nerveus van scène naar scène. Op die manier moet de lezer te snel afscheid nemen van een beleving of een beschouwing. Ondanks deze vertelhaast is Ochtendkoorts een eerbetoon aan de veerkracht van de mens die het leven wegsleept voor de poorten van de dood!          


Quotering: ****

Uitgegeven bij Ambo Anthos - 2016

27 februari 2016

Paul Theroux - Het diepe Zuiden

Bijbel en schiettuig samen onder het hoofdkussen !     


'... het Zuiden, waar mensen aannemen dat er niets verandert
omdat er maar zo weinig is veranderd.'

Globetrotter en treinliefhebber Paul Theroux heeft voor zijn recentste reisproject uit een ander vaatje getapt. Het is niet omdat je 74 bent, dat je niet meer flexibel kunt zijn! Hij is naar een land in zijn eigen land gegaan, naar het Zuiden van de Verenigde Staten waar de politieke, economische en sociale realiteit nog evenveel verschilt van die in het Noorden als in de tijd van de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Lange treinreizen kun je er niet maken. Dus stapte Theroux in zijn auto voor een roadtrip over Interstate Highways maar vooral plattelandswegen die langs akkers en door bossen leidden, helemaal tot in de delta van de Mississippi.

Het Zuiden ontleent zijn identiteit aan de 19de eeuwse feodale gemeenschap van grootgrondbezitters en slaven. Hoewel anderhalve eeuw geleden de slavernij werd afgeschaft, bepalen raciale intimidatie (de Ku Klux Klan is nog steeds actief) en segregatie nu nog het maatschappijbeeld. Aan het verliezen van de oorlog en de status van weleer hebben de witte Zuiderlingen een complex overgehouden. Zij wonen in 'verbitterde oorden', voelen zich vernederd en wrokkig, zoeken naar aanzien op wapenbeurzen, bij bikersclubs en het American football. De rassenscheiding uit zich in een plaatsnaam als niggertown maar nog sterker in het weren van zwarten uit witte kerken, scholen, studentenverenigingen of in de onmogelijke rentes op bankleningen.

'The Black Belt', het gebied van de (katoen)plantages en de slavernij
© J intela at English Wikipedia
Bovendien heeft de economische achteruitgang van de laatste decennia het gebied in diepe ellende gedompeld. Bedrijven trokken naar lage loonlanden, scherp geprijsde Aziatische invoer verdrong lokale producten. De besnorde catfish (of meerval) staat nog overal op het menu maar heeft steeds minder handelswaarde. Grote groepen, vooral zwarte burgers, leven onder de armoedegrens. Velen moeten het stellen zonder water en elektriciteit. De analfabetismecijfers (14% in Arkansas!) zijn een ontwikkeld land onwaardig. Op de slingerende landwegen ziet Theroux golfplaten hutten, sjofele caravans en armelijke huizen. In de stadjes gedijen kringloopwinkels, tweedehandszaken en pandjeshuizen. 'Deze armen zijn in zekere zin armer en minder in staat zich te redden en hopelozer dan veel mensen tussen wie ik gereisd had in noodlijdende delen van Afrika en Azië', stelt de auteur vast. Troost en hoop vind je enkel in de kerk. Op elke straathoek is er één!

Paul Theroux staat erom bekend dat hij anderen het verhaal laat vertellen. Alleen als de werkelijkheid verbloemd wordt, wijst hij zijn gesprekspartner met een scherpe vraag terecht of voegt hij, later aan zijn schrijftafel, een beschouwing toe. Aan Bill Clinton, de Zuiderling uit Arkansas (die hij niet ontmoet heeft), wijdt hij vlammende bladzijden. Met nauwelijks ingehouden woede roept hij de ethisch falende politicus ter verantwoording. De oud-president bekeerde zich laat 'tot de groep die luid en duidelijk om integratie vroeg', zo klinkt het. 'In My Life (zijn autobiografie) hemelt Clinton de uiteenlopende bevolking van Hot Springs op maar de zwarte kant van de stad, de wijk Langston, wordt niet genoemd.' Als hij zich tijdens de campagne van '92 om electorale redenen naar zijn thuisstaat haast om het doodvonnis te tekenen van de hersenbeschadigde Afro-American Ricky Ray Rector, toont hij zich 'moreel blind'. Deze spinnijdige pagina's roepen herinneringen op aan Emile Zola's 'J'accuse'! Clinton staat symbool voor de blasé politici in Washington die hun ogen sluiten voor de Derde Wereld in hun eigen land.

St. Paul's Episcopal, Magnolia Spring Alabama
© Chris Pruitt
Toch heeft deze ontdekkingstocht ook een warme kant. 'Meneer Paul met de moeilijk te spellen achternaam' raakt bevriend met een dominee, een blinde boekenliefhebber, een hoog bejaarde schrijfster... wordt verwend met comfort food zoals gefrituurde taart en de afscheidsgroet 'Kom gauw terug' loopt als een mantra door het verhaal. Dat neemt niet weg dat de lezer een schokkende ervaring te wachten staat. Hoewel er altijd een vorm van beklemming over Theroux' boeken hangt, snijdt Het diepe Zuiden op elk moment je adem af. Arm ben je ook niet alleen op even of oneven dagen! Theroux formuleert het zo: 'Er is een spookachtige onderlaag van duisternis in het zuidelijke leven... het kost een tijd om die duisternis waar te nemen, en nog langer om ze te begrijpen.' 

Of de in het Zuiden populaire presidentskandidate Hillary Clinton de intentie heeft om haar kritiek op discriminatie in beleid om te zetten, is zeer de vraag maar, met deze literaire bagage in het achterhoofd, wel de moeite om te volgen.
En, trouwens... Zou Paul haar zijn stem geven? Of zit de familienaam hem in de weg?

Quotering: *****
 
Uitgegeven bij Atlas Contact - 2016

23 februari 2016

Peter Vermeersch - Ex

Een academicus in een rocktempel !


'Fresco's en iconen kunnen niet bewonderd worden
zonder aan politiek te denken.'
                                        
Een reiziger-onderzoeker die door de Balkan trekt, mag niet te kieskeurig zijn of gehecht aan subtiele omgangsvormen. Ruig is het woord dat bij natuur en inwoner past. Robuuste rockbands, tattoos, zware rokers, autobestuurders met kamikazegedrag, een homo- en Romafoob discours, mannen die in de plaats van vrouwen denken... wapen je maar! Daarbij vergeet je in een culinaire cultuur van vleeseters best de cholesterolarme of diervriendelijke thuismaaltijden. Politiek wetenschapper, Peter Vermeersch, hoor je niet klagen. De slavist vindt het prachtig om via de gemiddelde Balkanner verder door te dringen in zijn vakgebied.

Die open geest komt vooral goed van pas als je de confrontatie moet aangaan met burgers van wie de oorlogsverhalen in een taboesfeer zijn blijven hangen en bij wie de wonden dus nooit echt gedicht werden. Na het uit elkaar vallen van de Republiek Joegoslavië in 1991 laaiden nationalistische sentimenten op die aangejaagd werden door politici zoals de Servische Slobodan Milošević en de Kroaat Franjo Tudjman. 'Met het oog op duurzame vrede moet je zelfs het ergste verleden bespreken', zegt mensenrechtenactiviste Nataša Kandić uit Belgrado. Als dat niet gebeurt kan het later 'gekaapt worden voor politieke doeleinden'. Wie zelf in de Balkan gereisd heeft, weet dat het vertrouwen in een vreedzame toekomst er nog erg broos is.

Het pelgrimsoord Ostrog, hoog in de Montenegrijnse bergen
© Scriptor
Een ander triest gegeven is dat zowat iedereen heimwee heeft naar de maatschappij onder Tito, de president van Joegoslavië die internationaal respect afdwong en garant stond voor een behoorlijk welvaartsniveau in zijn multi-ethnische staat. 'We waren tevreden, we hadden alles wat we wilden', vertelt een leidinggevende van een gezondheidscentrum in Igalo aan de fjordachtige baai van Kotor, de landschappelijke trots van Montenegro. Ook Musa uit het Macedonische Ochrid denkt met weemoed terug aan de 'gouden' jaren '80 (het eerste deel van dat decennium was nog rustig) toen hij op de markt van Belgrado broeken verkocht. Uit de ontwrichtende oorlogswereld konden gewetenloze krachten munt slaan en de jonge staten met een maffia-cultuur, die economie aan politiek linkt, vergiftigen. 'De economie is ziek van vriendjespolitiek', hoor je de auteur zeggen. Beleid maakte plaats voor zelfverrijking. De jonge Balkan-generatie bestaat voornamelijk uit een werklozenleger dat zich staande houdt met schimmige baantjes en zwarte handeltjes. En vrouwen zoals journaliste Jelena beklagen er zich over dat 'progressieve, niet al te macho mannen' naar het buitenland gevlucht zijn bij het uitbreken van de vijandelijkheden. In Belgrado is daten een moeilijke opgave! Bijna even moeilijk als schrijven voor een gemuilkorfde pers.

Bovendien is 'de politiek meer bezig met de interethnische component dan met besturen'. Het teveel aan instellingen en bestuursniveaus werkt verlammend. De gevolgen van politieke keuzes en onwil wegen op het gemoed van de burgers. Het ontbreken van een toekomstperspectief tekent zich af op hun gezichten en drukt op hun conversaties. Zou daarom de rakija, een gedistilleerde vruchtendrank, zo'n hoog alcoholpercentage hebben??

Sveti Stefan: cultureel erfgoed uit de Venetiaanse tijd
dat door Montenegrijnse corruptie verkwanseld werd aan buitenlandse kapitalisten
die er een hotel van maakten.
© Scriptor
In Ex kiest Peter Vermeersch ervoor om via persoonlijke verhalen naar historische ontwikkelingen te kijken. Waar nodig zorgt hij voor gedoseerde duiding. Terwijl nieuwsuitzendingen en krantenartikels opteren voor een analytische, theoretische benadering die je vaak de impact op mensen doet vergeten, toont de auteur aan dat je de draagwijdte van bestuursbeslissingen pas ten volle kunt vatten als je de rechtstreeks betrokkenen aan het woord laat. Hoewel de Balkan ingewikkelder oogt dan een lappendeken ('Onafhankelijke staten waarvan de identiteit aanwezig is in alle staten', schrijft deze reiziger.), kun je zijn recente geschiedenis tot de essentie terugbrengen. Opruiende politici die conservatief nationalisme aanwakkeren, het sluwe creëren van vijandbeelden, een maatschappij die minder ervaring heeft met overleg en compromissen dan met machismo, een klimaat waar het recht van de sterkste de dienst uitmaakt, wijdverbreide corruptie, het fnuiken van het vrije woord... zijn herkenbare mechanismen. Ze blootleggen is ze begrijpen!

Zolang de Balkanbewoners hun gevoel van eigenwaarde in het verleden moeten zoeken, zal het slecht met hen gaan. Misschien doorbreekt Macedonië, ondanks de megalomane ideeën van bewindsvoerders, de vicieuze cirkel. Op de bladzijden die over dit land gaan kom je begrippen tegen als 'onderwijssubsidies, integratie, diversiteit, microkrediet, meertalige administratie'... Dat is toekomstgerichte terminologie die tolerantie en ontwikkeling veronderstelt. Steeds teruggrijpen naar de Servisch-Ottomaanse slag op het Kosovaarse Merelveld in 1389, zoals de Milošević-aanhang deed, is duidelijk een foute weg. Vraag het maar aan wie rust in massagraven of een sjofel vluchtelingenbestaan leidt.

De baai van Kotor in Montenegro
© Scriptor
Een academicus die veldwerker wordt brengt het beste van twee werelden samen! Als hij daarbij een begenadigde pen hanteert, verdient hij een plek tussen de Nederlandstalige collega's van de verhalende non-fictie, journalisten en reisauteurs die de lat in de loop van de jaren alsmaar hoger gelegd hebben!


Quotering: ****½

Uitgegeven bij De Bezige Bij - 2014
 

6 februari 2016

Sinan Can - De Arabische storm

Verweesde thuislanden !


'De kern van de revolutie bestond uit mensen
die onzichtbaar geacht werden door dictators als Mubarak.'

Als je woord en beeld, leed en waarheid, naar de mensen wil brengen, moet je risico's durven te lopen. Onderzoeksjournalist en documentairemaker Sinan Can is bereid dat te doen. In 2011 ontsnapte hij nipt aan de dood toen in het Iraakse Kirkuk een bom ontplofte en dertig slachtoffers maakte.

Voor De Arabische storm reist hij opnieuw door landen waar je, meer dan elders, twijfelt of je de volgende dag haalt. In Tunesië, Libië, Egypte, Irak, Libanon en Syrië kan het gevaar komen van een granaat of een bom maar ook van de geheime dienst of een nare ziekte die je in een vluchtelingenkamp oploopt. Van die penibele levensomstandigheden getuigen de talloze mannen en vrouwen die Sinan Can op zijn pad vindt. Het opzet van dit boek is het aanbieden van een zo breed mogelijk spectrum aan persoonlijke verhalen waarin de grote context weerspiegeld wordt. Het is een andere vorm van journalistiek dan die in duidingsprogramma's en (meestal) in kranten bedreven wordt. Strijders, en burgers die een speelbal zijn van militaire opponenten of machtspolitici, krijgen een naam, een verleden, een ziel. Velen van hen blijven je bij: de sappelende vuilnisophaler in Caïro, een vader van een omgekomen militair of aanslagpleger, een moeder die naar de zee staart waar haar zonen wellicht in verdronken zijn, een getraumatiseerd jongetje in een geïmproviseerd onderkomen, Koerdische guerillameiden die over de dood praten zoals wij over de agenda van morgen...

Na het lezen van De Arabische storm zul je je nooit meer afvragen waarom iemand zo wanhopig is dat hij zichzelf in brand steekt of zijn leven in handen legt van een smokkelaar met een gammel bootje!

Betoging in Tunis
© The Graduate Center - City University of New York
Dat je betrokkenheid als lezer groot is, heeft alles te maken met de mens Sinan Can. Hoewel hij doelgericht is, zijn de ontmoetingen altijd groter dan zijn project. In de omgang met wie op zijn weg komt drukt hij frustratie, verdriet en solidariteit uit. Hij kust hoofd en hand van een oude Koerdische vrouw, wil fietsjes kopen voor kinderen in Noord-Syrië en neemt taartjes mee voor een Iraakse collega die een weeshuis heeft opgericht.

Toch hangt over de hele reis een gespannen sfeer, een alertheid voor gevaar dat vaker uit de hoek van stads- of grenspolitie komt dan van frontlijnen. Zelfs in Tunesië waar de revolutie enige vruchten heeft afgeworpen, wordt de reportageploeg opgejaagd, mag de vader van de Sousse-terrorist niet praten en wordt een internetcafébaas geïntimideerd. Mensenrechten voer je niet in als de lading van een havencontainer. Voorbij de Tunesisch-Libische grens en nog verder oostwaarts neemt de corruptie, de repressie, de rechteloosheid alleen maar toe.

Als de gesmoorde stemmen en de bloedende harten hem teveel worden, dan zoekt de journalist schoonheid en troost in de Middellandse-Zeekust of de onovertroffen Libanese keuken. Je kunt je niet constant met duisternis voeden! 

Toen de hoop nog zegevierde...
© Kodak Agfa Egypt
Toch heeft dit inzichtelijke reisverhaal, waar je warm én koud van krijgt, een beperking. Hoewel elke ontmoeting iets toevoegt aan het grotere geheel, worden de tientallen personages eerder aangeraakt dan uitgewerkt. De érg korte hoofdstukken stillen niet helemaal je lees- en leerhonger. Dat snel wisselende perspectief functioneert veel beter in de tv-documentaire waarvoor deze zoektocht in eerste instantie bedoeld is. Literatuur is een op zichzelf staand genre met eigen criteria. En wat de verhalende non-fictie betreft zijn we in het Nederlandse taalgebied ontzettend verwend! Volgende keer dus graag wat meer verdieping. Ook op die manier kun je 'een caleidoscopisch' boek maken!

Quotering: ***½

Uitgegeven bij Lebowsky - 2016
 

4 februari 2016

Claire McGowan - De stille doden

Blessuretijd !


'Wat een afgrijselijke wereld, waarin je blij was
dat het verminkte lijk van iemand van wie je hield was gevonden.'

Met het Goede Vrijdagakkoord van '98 kwam er een einde aan de decennialange burgeroorlog in Noord-Ierland. De aan de Britse kroon loyale Unionisten (protestanten) en de aan de republiek Ierland trouwe Republikeinen (katholieken) ondertekenden toen een vredesverdrag. Maar niet iedereen wilde de wapens neerleggen. Splintergroeperingen brachten bommen tot ontploffing om het pact te ondermijnen. Het uitgangspunt van De stille doden is zo'n moorddadige aanslag.

Claire McGowan, zelf een kind van het Noorden, zette een thrillerreeks op rond forensisch psycholoog Paula Maguire. In dit derde deel heeft Paula haar betrekking in Londen ingeruild voor een stresserende en risicovolle baan in haar geboorteplaats Balyterrin. Toegevoegd aan het Team Vermiste Personen van inspecteur Guy Brooking wordt ze meteen geconfronteerd met misdaad op z'n Noord-Iers: even gruwelijk en onmenselijk als een te lang uitgelopen en compleet ontaarde guerillastrijd.

Nog steeds is dit soort muurschilderingen prominent aanwezig in Belfast.
Ook de rood-wit-blauwe paaltjes maken de band met Londen duidelijk!
© Scriptor
Het wordt snel duidelijk dat de vermisten een aanslag op hun geweten hebben en hun ontvoerders gedreven worden door de behoefte aan vergelding. Het proces dat de vijf vermoedelijke daders achter de rug hebben is ongeldig verklaard omwille van procedurefouten en ander geklungel. En wat gebeurt er als de officiële rechtspraak faalt? Dan nemen diep gekwetste mensen het recht in eigen hand...

Het lijkt erop dat iedere burger het stigma 'katholiek' of 'protestant' op zijn voorhoofd heeft staan. Of je wilt of niet, je wordt automatisch bij één van beide ingedeeld. Dat etiket bepaalt de omgang met elkaar, de conversaties, werk- en andere relaties. Ook in het politieteam wordt er op eieren gelopen. De Londenaar - en dus buitenstaander - Brooking moet de neuzen in dezelfde richting sturen. Bovendien heeft de burgeroorlog slachtoffers gemaakt in alle rangen, ook bij wetsdienaars. Toch overheerst bij hen het idee dat àlle ingezetenen recht hebben op politiebescherming. Dat laatste ligt wel moeilijk bij de verbitterden die hun hoop hadden gesteld op een rechtvaardig proces van de vredeverstoorders.

Claire McGowan toont niet alleen aan dat geweld tot meer geweld leidt en dat wonden meer dan één generatie ver reiken maar ook dat de natie ondermijnd wordt door het altijd aanwezige wantrouwen en door tegenstellingen die mekaar niet loslaten. Zo is er de ex-IRA-terrorist Jarlath Kenny die nu burgemeester is en een zetel in het Lagerhuis ambieert. Hoe geloofwaardig is deze man? Dat die ommezwaai ook voor hem niet zo simpel is, is één van de vele inzichten die de lezer aangeboden krijgt. McGowan is, als kind van de streek, uitstekend geplaatst om de complexiteit van haar wereld duidelijk te maken.

Om de schade van een ontwricht land te verhelderen haalt de auteur kinderen voor haar lens: een opgeblazen kleuter, kinderen van een vermoorde terroriste, een tiener die morele schadevergoeding eist... maar ook een kind dat op de wereld komt zonder enige herinnering aan oorlog en dus symbool staat voor hoop.   

Muurschildering in de Bogside-wijk van Derry.
Bernadette Devlin was de grote voorvechtster van de Republikeinen.
© Scriptor
Bij het uitdrukken van deze ontmenselijking neemt McGowan geen blad voor de mond. Je ruikt de stank van verschroeide lichamen, je stelt je het jack voor dat samengeklonterd is met het lichaam van de dode, je kijkt door de ogen van de vader die zijn omgekomen dochter op drie verschillende brancards moet identificeren. Bij het zien van een tv-reportage kun je wel eens denken: 'Dit lijkt op een film.' 'Is dit wel echt'? Dat overkomt je niet als je deze Noord-Ierse leest. 'Het is niet gewoon gebeurd', verduidelijkt ze nog. 'Het is gedaan.'

Als je weet dat Gowan uit het Gaelic stamt (betekent 'smid'), dan moet Claire katholieke wortels hebben. Het siert haar dus dat ze Republikeins wangedrag aan de kaak stelt. Ze is bijgevolg zeer geloofwaardig in haar bezorgdheid om het welzijn van medemensen. Zo onderbouwt de schrijfster het idee dat een falend rechtssysteem tot meer geweld leidt. Mensen mogen niet 'voor rechter, jurylid en beul' spelen, houdt ze ons voor. De slachtoffers in De stille doden zijn nog niet aan vergeving toe maar een aantal van hen heeft de kracht om de bloedcirkel te doorbreken. 

Claire McGowan leert je dat het politieke persoonlijk is en het persoonlijke politiek. Deze thriller barst van de maatschappelijke relevantie en mag dus niet gemist worden!


Quotering: ****½

Uitgegeven bij Ambo Anthos - 2016
 

28 januari 2016

Als je iemand verliest die je niet kan verliezen - Ish Aït Hamou

Delen is oplossen !



'Een leven heeft maar één start.' Eén start en één einde.'

Je ziel openen tegenover een passant in je leven, bijvoorbeeld iemand die je in een trein ontmoet en wellicht nooit meer terugziet, voelt veiliger aan dan je bloot te geven aan een mens die je steeds opnieuw onder ogen moet komen. Dat idee zal meegespeeld hebben toen Sheila, een topchirurg die de weg kwijt is, een treintafeltje deelde met migrant Sulayman. Maar ook hij heeft littekens opgelopen.

Dat Sheila haar baan bij een gerenomeerd ziekenhuis heeft ingeruild voor een functie zonder uitstraling in de provincie, wekt argwaan bij haar collega's. Wanneer haar handen beginnen te trillen in het OK, ontsnapt ze niet meer aan de argusblikken en scherpe vragen van de mede-chirurg. Voor even kun je jezelf wijsmaken dat een probleem geen probleem is maar ooit komt het moment waarop je de confrontatie niet meer kunt ontlopen. Die crisissituatie vormt het hart van deze novelle.

'Als je iemand verliest...' is geen wegleesverhaal. Ish vraagt je bladzijde na bladzijde om de menselijke identiteit en het lot te beschouwen. Hij eist dat je stilstaat en nadenkt. Gratuit is een woord dat niet bij deze auteur past. Elk element van de literaire compositie is met zorg en met een bedoeling gekozen. Zo is de Disney-animatie The Lion King meer dan een gewone jeugdherinnering van de arts. Wie niet bekend is met de film, zoekt best even op welke overeenkomsten er zijn tussen Sheila's worsteling en die van de leeuwenkoning. Ook de ontmoeting van Sulayman met een echte leeuw kun je zien als een parabel, een uitgebreide metafoor om een moreel of psychologisch idee te illustreren.

© Pixabay
Vanuit zijn sociaal-filosofische bewogenheid drukt Ish je op feiten. Dat doet hij vaak aan de hand van tegenstelllingen: ego's tegenover empathie, individualisme tegenover communicatie, controle tegenover loslaten, confrontatie tegenover ontsnappingsroutes, moeilijk tegenover makkelijk... Ook beschouwt hij hier het terugkerende begrip 'tijd'. 'Tijd is een kostbaar bezit, gebruik hem waar hij voor bedoeld is', lijkt de boodschapper te zeggen. Bovendien kan tijd je de hand reiken.

Ish neemt je graag tegenvoets. Op momenten waarop je denkt niet jezelf te zijn, word je net jezelf, is een les die Sheila leert. Ook met de interpretatie van de titel kun je meer dan één kant uit. Interessante denkers zijn dwarse denkers. Zo word je er fijntjes op gewezen dat geweldsdelicten uit alle lagen van de samenleving kunnen komen en meer dan één gezichtskleur hebben.  

'Als je iemand verliest...' is een esayistische novelle. De denkende verteller van 'Hard hart' en 'Cécile' is een vertellende denker geworden. En voor wie het nog niet begrepen heeft: ook in Ish zit een verpleger, een zachte hand die over de ziel van zijn medemensen strijkt!

Quotering: ****

Uitgegeven bij Manteau - 2016
 

26 januari 2016

Woesten - Kris van Steenberge

Een dorp zo groot als het leven !


'...ik kan niet zeggen wat het hardst brandt op de huid:
zonnestralen of mensenblikken.'

In dorpen kan het leven lang verstarren maar het kan er ook plots gaan spoken. Onder het West-Vlaamse Woesten van het fin de siècle legt de tijd meer dan één clusterbom. Het is een gemeenschap met standsverschillen, seizoenarbeiders en jaarmarkten waar vechtersjassen en circusartiesten om beurten de aandacht opeisen. Als Elisabeth, de mooie dochter van de smid, de kans krijgt om een huisarts te trouwen, aarzelt ze misschien heel even maar niet lang want: 'Ze wilde weg van de zware grond die je...naar zich toe zoog alsof de zwaartekracht zijn werk hier niet naar behoren deed.' Ontsnappen blijkt achteraf niet zo simpel te zijn. 

Wanneer hun tweeling wordt geboren tuimelt Elisabeths geluk in een valkuil. De ene jongen erft haar schoonheid en de andere is zo mismaakt dat hij de spotprent van het dorp wordt. Van dan af bestaat er voor vader Guillaume slechts één kind, de verminkte krijgt niet eens naam. Terwijl de arts zich lusteloos in de drank stort, voedt Elisabeth zich met de geestelijke bagage die mijnheer Funke, een Duitse inwijkeling, trouw met haar deelt. In de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog raken ouders en kinderen steeds meer op drift. Als de modder uit de loopgraven spat, blijkt, dat wat stuk is, nog altijd meer stuk kan gaan.

(Toneel)schrijver Kris van Steenberge laat zijn karakters op een tastbare en imponerende manier hun identiteit uitdragen. Zo is er Guillaume, de hoog functionerende autist met de bijbehorende tunnelvisie en emotionele armoede. Hoewel zijn handicap veel bedreigender is dan die van zijn zoon, Nameloos, wordt hij door de dorpelingen gerespecteerd. De monddode kreupele, daarentegen, wordt beschimpt. Hoe goed de auteur deze psychische stoornis kent, blijkt onder meer uit het 'gekopieerde' gedrag van de arts. Als het tijd wordt om Elisabeth te kussen of haar, wat later, ten huwelijk te vragen, doet hij precies wat volgens zijn vriend Rosten moet gebeuren. Tot reflecties over gevoelens en warmte in het eigen hart zijn autisten niet in staat! Die lacunes maken van Guillaume een uiterst geloofwaardig personage. Dat laatste geldt ook voor zijn vrouw die met de wreedste kanten van het leven geconfronteerd wordt maar toch een stille kracht in zichzelf behoudt. En de tweeling leert ons niet te vertrouwen op eerste indrukken. Wie van hen beiden is slim en wie (vrij) dom? Wat is schoonheid? Zelfs de nevenpersonages zijn met fotografische precisie scherp gesteld.

282 Franse gesneuvelden op de 'carré militaire' van Woesten
In West-Vlaanderen is de Grote Oorlog nadrukkelijk aanwezig!
© DirkVE
Dankzij het meervoudig vertelperspectief worden de afstand tussen man en vrouw inzichtelijker gemaakt, sleutelscènes beter belicht en de spanning gestaag opgevoerd. Maar verleiden doet een literator vooral met zijn taal. Bij Kris van Steenberge wil je tegelijkertijd doorgaan én stilstaan. Hoogst zelden krijg je woorden onder ogen die zo'n krachtige beelden en doordenkertjes opleveren:
- '(Nameloos) moet leren houden van spiegels ook al is zijn moeder minstens zo mooi als haar spiegelbeeld.'
- 'Ze snapte plots waarom de gevel van mijnheer de burgemeester zo wit gekalkt was dat het zonlicht zichzelf haast pijn deed.'
- 'Vooral de tralies verleren gekooide vogels het vliegen.'
...
Deze stylist heeft een zachte hand die hard kan slaan!

'Woesten' is een noodlotsdrama, een klassieke vertelling die, zoals het een groot auteur past, met geheel nieuwe klanken en kleuren wordt uitgerust. Conform de tijd waarin het scenario zich afspeelt, oogt dit boek als een hedendaagse versie van een 19de eeuwse Franse of Russische roman en gooit, omwille van de heftige aanvaringen tussen de antagonisten, tegelijkertijd een lijntje uit naar de Griekse tragedieschrijvers uit de Oudheid.

Deze debuterende gigant heeft een eindeloos inlevings- en voorstellingsvermogen. Wat zijn pen aanraakt is meteen grote-prijzen-materiaal!

Quotering: *****

Uitgegeven bij Vrijdag - 2013

24 januari 2016

Bill Bryson - De weg naar Little Dribbling

Een 60-plusser ziet wat er niet meer is...


'Dat maakt het zo fijn om buitenlander te zijn:
dat je de gelegenheid krijgt je aan een heleboel nieuwe brokjes cultuur te hechten...'

Als je dag na dag geniet van een ritje naar je werk met de dubbeldekbus, dan beschik je, zelfs als je op zeezicht getrakteerd wordt, over reizigers-dna. De Amerikaans-Britse auteur Bill Bryson is zo iemand. Al zo'n vier decennia kijkt hij gepassioneerd, kritisch en, meestal, goedgemutst naar de wereld. Twintig jaar na 'Een klein eiland', wandelt en rijdt hij in 'De weg naar Little Dribbling' opnieuw kris kras door Groot-Brittannië. De 60-plusser, die Bryson intussen geworden is, blijkt nog beter dan vroeger in staat om zijn waarnemingen in een tijdsperspectief te plaatsen. Dat, in gedachten, heen en weer bewegen tussen toen en nu levert een laconiek-weemoedig boek op waarin allerlei vormen van verlies de toon zetten. Zijn scherts heeft steeds een ernstige, bezorgde ondertoon.

In het groene en heuvelende Groot-Brittannië raak je nooit uitgewandeld.
© www.ihacom.co.uk
In weerwil van de 'National Trust for Places of Historic Interest or Natural Beauty', een organisatie die op talloze vrijwilligers kan rekenen en uitstekend werk verricht, bedreigen groeiend asfalt, bedacht door individuen (een voortuintje wordt garage) en projectontwikkelaars, maar ook kusterosie en een dramatische terugval van flora en fauna, het groene paradijs. Hoewel er nog steeds 210.000km publieke wandelpaden zijn, is waakzaamheid geboden! Ook in de verstedelijkte kernen is de teloorgang overduidelijk zichtbaar. De overal aanwezige detailhandel, de historische panden en florerende badplaatsen uit 'Een klein eiland' zijn weggeteerd. De auteur heeft het over 'stadjes op zwart zaad'. Tot Brysons verdriet wordt er bovendien flink gesnoeid in zorginstellingen, de cultuursector, openbaar vervoer...voor de gemiddelde Europeaan zijn dat herkenbare zorgen. Maar er is ook immaterieel verlies: de ooit zo stille Britten die hun mobiele gesprekken ongevraagd met anderen delen, de ingetreden taalverloedering, de steeds dommer wordende computer gestuurde mens en eilanders die veel minder dan vroeger rekening houden met elkaar. Het is een aandoenlijk mopperen dat ingegeven wordt door zijn liefde voor de geadopteerde natie.
 
Toch is het lang niet allemaal kommer en kwel op deze route. Als we deze reiziger mogen geloven is het Lake District de mooiste plek op aarde en Durham het aantrekkelijkste plaatsje op onze planeet. Helemaal op z'n Brysons wordt er ook volop genoten van pubs, tea rooms, koffiebars en cafetaria's, waar, afhankelijk van de dorst, de keel gesmeerd wordt met thee, koffie of (teveel) half liters lager. Een vrijbuiter hoeft niet altijd in de pas te lopen!
 
Wie ooit in een psychiatrische inrichting werkte (Bills eerste baan in GB), heeft blijkbaar een affiniteit met niet-sporende menselijke trekjes. Dat levert kleurige personages op zoals Arthur Conan Doyle (de schepper van Sherlock Holmes) die twintig boeken schreef over spiritisme of royals die niet in het koninklijke keurslijf passen. Maar de stoet tragische karakters is veel groter. Dat de Britse Yank empathie heeft, blijkt uit zijn aandacht voor aan TBC,  arsenicumvergiftiging of, als gevolg van een fataal ongeval, gestorven burgers die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor het vaderland. Mededogen is er ook voor nuttige geesten die, miskend, een al dan niet armoedig levenseinde tegemoet gingen. 
 
De Trout Inn, de huispub van inspector Morse
© Helena
Op tandenknarsende momenten voert de schrijver denkbeeldige dialogen waarin hij de verbale rijzweep hanteert. Zijn vrouw heeft hem geleerd niet steeds de openlijke confrontatie met het menselijk tekort aan te gaan. Binnensmonds schimpen op 'incompetente idioten' kan evenzeer opluchten. Op weg gaan met Bill Bryson is altijd een les in leven! Die les leert hij zelf ook. Zo noemt hij zijn tweede vaderland 'kalm en beheerst en zeer volwassen...iets van grote waarde.' Daarbij hebben Britten 'het vermogen om een intens en duurzaam plezier te ontlenen aan de kleinste dingen'.

Deze meester van het reizende schrijversgilde prikt in ons lot maar laat je nooit bedrukt achter. Hoewel zijn eigenzinnige verbeelding en gedachtesprongen nog steeds voor glimlachend leesplezier zorgen, klinkt hij minder schavuiterig dan vroeger. Ook kwajongens worden groot. Wie Bill Bryson verslijt voor een imaginair lid van Monty Python, negeert zijn nostalgische diepgang! Met het verstrijken van de jaren wijzen de mondhoeken van een scherpziende clown steeds verder naar beneden!
                                                                                                                 

Quotering: ****½

Uitgegeven bij Atlas Contact - 2016
 

20 januari 2016

Arita Baaijens - Zoektocht naar het paradijs

Kennis kun je voelen !


'Ik verlang naar een minder kille wereld,
eentje waar ruimte is voor het onzegbare...'
 
Op zoek gaan naar de leegte om het gat in jezelf te vullen, lijkt een contradictorische doelstelling. Toch is dat de opdracht die biologe en spirituele ontdekkingsreizigster Arita Baaijens zichzelf meegeeft als ze naar de Altaj trekt. Deze Centraal-Aziatische streek is een cultureel-historische entiteit die door politieke machten verdeeld werd over Kazachstan, Rusland, Mongolië en China. Dankzij het ongetemde karakter van de regio (met bergreuzen hoger dan 4.000m), hebben de bewoners hun aloude levenswijze en -filosofie in tact kunnen houden. Het zijn nog steeds nomaden die hun vee afwisselend op zomer- en winterweiden laten grazen. Uit hun verbondenheid met de natuur ontstond het sjamanisme, een geritualiseerde geestelijke wereld die geleid wordt door sjamanen, leden van de gemeenschap die in staat zijn contact te maken met het bovenaardse.

Eeuwige sneeuw in de Altaj
© www.jmktour.net
Gesteund door een logistieke ploeg van (elkaar afwisselende) fixers, tolken, paardenbegeleiders en een bevriende Amerikaanse cowboy, trekt de schrijfster in de drie maanden durende Altay-zomer over bergen en door dalen met snel vlietend gletsjerwater, rijdt ze tussen uitgestrekte bloemenvelden en verbeeldt ze zich de wolven en beren in het aangrenzende bos. Mondvoorraad wordt aangevuld met wilde look en rabarber, een gevangen visje en thee van de zwarte bessenstruik. Slapen doet het gezelschap in tentjes, bij familie van de begeleiders, bij herdersgezinnen, vaak ook in een joert (een nomadentent). Ondanks rug- en hoofdpijn als gevolg van de urenlange paardenzit geeft de reizigster geen krimp want expeditieleden, zo wil een ongeschreven wet, klagen niet. Hoewel de omgang met onwillige teamgenoten, die een makkelijke cent proberen te verdienen aan de afhankelijkheid van een buitenlandse, geregeld tot conflicten leidt en ook het noodweer toeslaat, is van opgeven geen sprake. Toch is dit verhaal geen jongensboek maar een zintuiglijke tocht die naar inzicht moet leiden. Gaandeweg verliest ze het besef van tijd, voelt ze zich opgenomen in het universum. Of ze ook Shambhala, het paradijselijke schemergebied met lang levende gelukkige mensen, zal vinden, is de vraag...

In Zoektocht naar het paradijs brengt Arita Baaijens een nagenoeg blinde vlek op de wereldkaart met het grootst mogelijke respect tot leven. Ze tekent het kleine en het grote, de pioenrozen en orchideeën, de sneeuwluipaarden, de licht- en kleurschakeringen, de keelgezangen waarin het landschap reflecteert, de 'bonsaituinen' boven de boomgrens, duizenden jaren oude grafstenen... en vooral de in traditie en tijd gewortelde hooglandbewoners. Hoeveel inzet het overleven in deze barre omstandigheden ook vergt, Altajers plooien niet. Onder druk staan ze wel: aan de randen van hun woongebied lonken hebberige politici, investeerders, tours operators, mijnexploitanten, trofeejagers (steenbokken en beren)...naar rijkdommen waar nomaden niet over onderhandelen. Een minstens even geduchte belager is de klimaatverandering. Hogere zomertemperaturen zorgen voor meer sneeuw in de winter en dus hongerende schapen.
 
Eindeloze bloemenvelden karakteriseren de streek
© hague6185.wordpress.com
Om de Altaj een gezicht te geven heeft de auteur haar buitengewone taalvaardigheid aangesproken! Wil je steeds opnieuw woordvarianten vinden om berg, dal, dier en mens te portretteren en die koppelen aan originele stijlbeelden, dan moet je uit erg goed hout gesneden zijn! Een willekeurige greep uit het aanbod:
- 'uitgeknipte landschappen als coulissen achter elkaar gezet, vouwen (in een overhemd) zo scherp dat je er brood mee kon snijden, het gesnater van smeltwater, een vulkaan die op een zee van ochtendmist drijft, schouders (als) een ophaalbrug, jichtkoude lucht, gekantklost fluitenkruid, muizen zo dik als een opgerolde sok...'
 
Toch stel je vast dat taalcommunicatie en de verbeelding van de lezer hun grenzen hebben. Die laatste kunnen verlegd worden als je over bijbehorende foto's beschikt. Deze (of andere) kiekjes hadden de vertelstem kunnen verrijken:
-de oude moeder die haar jak melkt, een lasso werpende herder, een berenverschrikker, de aankleding van een joert (met wandkleden die een persoonlijk of historisch verhaal vertellen), de flora die elk biologenhoofd op hol brengt, en, waarom niet, 'Barbie', de kokette tolk die niet thuis geeft als er gewerkt moet worden.

In Zoektocht naar het paradijs speurt Arita Baaijens naar de invloed van landschappen op de geest en bijgevolg op de levenswijze en -beschouwing van mensen. De 'onzichtbare maar in werkelijkheid merkbare krachten die de psyche beïnvloeden', noemen de Altajers de 'ee'. Kijkend in deze spiegel treedt de biologe uit 'de strakke denkkaders' van de wetenschap en de Verlichtingsfilosofie. Kennis kan op verschillende manieren vergaard worden en doorgeleerd hebben betekent niet dat je het wezen van de dingen hebt aangeraakt. Daarvoor moet je je zintuigen gebruiken en één worden met de natuur, zo leert ze. Minder spiritueel ingestelde lezers zullen wellicht worstelen met het begrip 'kosmische orde', het beeld van 'sprekende bergen' en het opvoeren van god als weerman. Maar ook de meest rationele lezer vindt geestelijke bagage in dit boek.

Van deze loodzware tocht met extatische momenten blijft heel wat hangen, zeker ook de gedachte dat een Altaj-nomade nooit méér van de natuur neemt dan hij kan gebruiken. Of, zoals de auteur het formuleert: 'Yes we can, zul je niet zo snel horen in dit land van herders en sjamanen'!


Quotering: ****½

Uitgegeven door Atlas Contact - 2016

 

29 december 2015

Tessa de Loo - De Tweeling

Weegt eigen leed het zwaarst ?
 

'Het lijden scheidt ons niet maar verbindt ons.' 

Levenslang gescheiden zijn van je tweelingzus zonder iets over elkaars lotsbestemming te horen, is een verscheurende gedachte. Elkaar terugvinden als de ouderdomsreuma al in je botten zit, is bijna even hartbrekend. In het geval van Anna en Lotte is de confrontatie nog ingewikkelder. Door de dood van hun ouders werden ze vόόr de Tweede Wereldoorlog uit Keulen weggehaald. Dat was de start van een onomkeerbaar verwijderingsproces. Anna groeide in slaafse omstandigheden op bij de boerentak van de familie en Lotte werd naar een Nederlands gezin gehaald waar ze een verzorgde en gecultiveerde opvoeding kreeg. Een aantal jaren later denderde de oorlog over hen heen en werd de wereld verdeeld in 'goed' en 'slecht'. Wanneer ze elkaar in het Waalse kuuroord Spa terugvinden, heeft Lotte de grootste moeite om in Anna iemand te zien van wie ze kan houden. Beide vrouwen staan 'als ijskoninginnen' tegenover elkaar.

Héél langzaam dringt het tot Lotte door dat niet iedere Duitser achter de Führer aanliep, dat dienstplichtigen snakten naar het einde van de gevechten, dat burgers gebombardeerd werden, honger leden, dierbaren verloren. Lang niet iedereen had iets te kiezen en zij die dat wel deden, geloofden dat hun leider hun waardigheid en welvaart zou brengen. Dat het Duitse volk na de Eerste Wereldoorlog verpauperde en de democratie onder druk stond, had alles te maken met de herstelbetalingen die voor economische en politieke instabiliteit zorgden... een fout die de geallieerden in '45 niet meer maakten (cf. het Marshallplan)! Aan Hollandse kant was ook niet iedereen koosjer. Onderduikers waren op veel plaatsen niet welkom of, erger, werden verraden. En je had mensen die geld verdienden op de kap van andermans rampspoed.


Berlijn na de bommenregen in '44
Ook zestig jaar (of langer als je het boek nu pas leest) na het einde van deze alles vernietigende krijgsverrichtingen blijft een genuanceerde kijk op beide partijen noodzakelijk. Als die ontbreekt, heb je te maken met simplistisch denken. Iemand die veralgemeent in plaats van in lagen te redeneren, is een makkelijke prooi voor populistische politici of groeperingen. Daarom hoort dit verhaal niet alleen volwassenen maar ook scholieren te bereiken! Bovendien breng je de grote geschiedenis dichter bij het brede publiek door ze te vertellen aan de hand van kleine, invoelbare levens. 

Wat de research voor dit historische gegeven betreft, heeft Tessa de Loo haar huiswerk gemaakt. Je leert, bijvoorbeeld, dat de Bolsjewieken vrezende Duitse adel Hitler eerst omarmde en later liet vallen, dat stateloze burgers niet welkom waren in de VS, dat er hout gestookte auto's rondreden, de verduisteringsgordijnen van paardenhaar gemaakt waren... Maar de valkuil van dit royaal gestoffeerde onderwerp ligt elders. Omdat de schrijfster teveel wil vertellen, worden heel wat situaties en personen te zwak of niet uitgewerkt. Hoewel Anna en Lotte voldoende ruimte krijgen, blijven andere plotspelers in nevels achter. In plaats van een aantal onderduikers op een vlakke manier op te voeren, zou de keuze voor één enkele goed getekende figuur veel meer hebben opgeleverd. Daarbij zit er teveel chronologische haast in dit boek. Soms verslik je je in deze snelheid. Verder kun je je afvragen of de gemiddelde lezer weet wat
Heim ins Reich betekent of wat de geciteerde internationale pacten inhielden. Weetjes zijn boeiend maar als je ze opneemt moet je ze ook helder maken. En hier en daar heb je last van té barokke beeldspraak.

Hoewel in
De tweeling heel wat wordt rondgestrooid en te weinig uitgediept, blijft de invalshoek overeind staan. Terwijl het de mensheid niet vaak lukt, is het wel de bedoeling dat er uit het verleden geleerd wordt! En auteurs kunnen daarbij een duit in het zakje doen. Gelukkig kun je ook vaststellen dat de romantechnische kwaliteiten van Tessa de Loo er de laatste twintig jaar op vooruit zijn gegaan. Wie daar akte van wil nemen, kan het weergaloze Kenau lezen!

Quotering: ***½

Uitgegeven bij De Arbeiderspers - 1993