16 september 2016

Dinah Jefferies - De vrouw van de theeplanter

Genadeloze rijkdom !
 

'De wereld verandert.
Daar ga je in mee of je valt buiten de boot.'

De Brits-koloniale tijd, een broeierige samenleving, een mondiale economie op drift en een zintuiglijke wereld aan de Indische oceaan, zijn ingrediënten die een beklijvende roman zouden moeten opleveren...

Wanneer de jonge Gwen aan het begin van de 20ste eeuw met een Engelse theeplanter trouwt en naar Sri Lanka, het toenmalige Ceylon, verhuist, komt ze terecht in een universum met eigen wetten. De Westerlingen gaan niet vertrouwelijk om met de Singalezen en de uit India geëmigreerde Tamils, de werkslaven van de plantages, worden niet eens als volwaardige mensen beschouwd. In het theebedrijf van echtgenoot Laurence loopt een opzichter rond die zonder verpinken de zweep en zelfs het geweer hanteert. Tegelijkertijd predikt Mahatma Gandhi op het Indiase subcontinent swaraj, zelfbestuur voor gekolonialiseerde volkeren. Als er bovendien een wereldwijde economische crisis uitbreekt nemen de spanningen in en rond de plantage toe.

Ondanks de zorgen om het voortbestaan van hun comfortabele leven heeft Gwen af te rekenen met een kwestie die nog veel zwaarder weegt, een onverteerbare innerlijke crisis die te maken heeft met trouw en moederschap. 

Stadsleven in Brits Ceylon
Geef deze ontwikkelingen in handen van Maria Duenas, Tessa de Loo of Simone van der Vlugt en je krijgt een levensecht, goed gedocumenteerd en meeslepend verhaal. Dinah Jefferies daarentegen houdt zich meer dan 400 bladzijden lang op de vlakte. Alles wat een lezer nodig heeft om in het boek gezogen te worden, lijkt ze te vermijden. Ze gebruikt haar pen als een camera die te ver van de set is opgesteld. De voortgang van het plot is kinderlijk traag, karakters die voor confrontaties hadden moeten zorgen - de egocentrische Verity of de manipulatieve Christine - delen prikjes uit maar brengen de hoofdrolspeelster niet van haar stuk en de spanning tussen haar en Laurence wordt gesmoord in wat gekijf. Zelfs de belevingswereld van de beproefde Gwen is ondermaats. Voor haar morele moed mag je wel een buiging maken!

Wat de schrijfster goed doet is het National Geographic-gehalte van dit tropisch paradijs tot leven wekken: van een dier dat het midden houdt tussen een aap en een uil, over de Kasjmierse vliegenvanger tot de boorden van het meer waarop het landgoed van de Hooper's uitkijkt. Ook geeft ze je een inkijkje in de levenstijl van de hogere klasse: het huispersoneel, de feesten, de auto, de telefoon, de charlestonjurken die in de jaren '30 plaats maakten voor de New Yorkse prêt-à-porter. Aardige weetjes voor een zeer breed publiek zijn er genoeg maar nergens vind je enige maatschappelijke of persoonlijke diepgang. Een geslaagde roman kun je De vrouw van de theeplanter dan ook niet noemen, eerder een gemiste kans. Wat blijft hangen is de zin om zelf naar Sri Lanka te gaan en te luisteren naar wat Dinah Jefferies ons had moeten vertellen...


Quotering: **

Uitgegeven bij Prometheus - 2016
 

11 september 2016

Sophie Zijlstra - De verlossing van Liesbeth Bede

 Maak van je leven een kunstwerk !
 

'Welkom Liesbeth Bede'?
Waarom staat er niet 'Welkom, gezin Bede'?

Als De verlossing van Liesbeth Bede' verschijnt verwarmen de Lage Landen zich aan een Indian Summer. Ook de gelijknamige heldin beleeft er één, sterker nog, het zijn septemberdagen die haar leven een totaal andere wending geven. Maar voor het zover is, kruist haar huisje-boompje-beestje-bestaan een onverwachte, visionaire, en vrouwelijke wereld. 

Net als veel van haar tijdgenoten verwart Liesbeth Bede haar gepamperd maar voorspelbaar universum met geluk. Omdat ze onderhuids toch een leegte voelt, staat ze open voor een clubje vrouwen waarin zusterliefde en solidariteit de toon voeren. Langzamerhand ontdekt ze de valse pijlers van deze organisatie die een mix is van een kibboutz, een feministische groepering en een sekte. Het hogere doel, dat in eerste instantie aantrekkelijk leek, blijkt fascistoïde trekken te hebben. Ook binnen 'het Legioen' worden wrede machtsspelletjes gespeeld. Het credo 'egalitaire samenleving' is een schijnheilige promotietruc. Maar Liesbeth Bede is een vechter. Met haar ben je nooit klaar...  

Het Pamir-gebergte in Centraal-Azië waar Liesbeth Bede tot inzichten komt.
© commons.wikimedia.org

In een taal die soms franjeloos is, dan weer zwierig en beeldend, maar altijd vlijmscherp en zelfs genadeloos, neemt Sophie Zijlstra de lezer op sleeptouw. Bij het modelleren van haar verhaal hanteert de schrijfster de hyperbool, een stijlfiguur die het moet hebben van overdrijving. Met die uitvergroting van situaties en over-de-top-ervaringen begeven auteurs zich op glad ijs. De kunst is om binnen deze werkwijze geloofwaardig te blijven. In welke mate de bedenker in zijn opzet slaagt, hangt vooral af van de belevingswereld van zijn lezers. In hoeverre wil je de werkelijkheid loslaten en je overgeven aan de verbeelding van de vormgever? De realiteitsgerichte geest van De sriptor zit hier niet in zijn comfortzone...

Deze roman heeft ook iets Nietzscheaans. De ontvoogding van de hoofdrolspeelster maakt, zoals verwacht, geen kans in het keurslijf van een sekte. 'In dit leven moet je je eigen held zijn', laat Sophie Zijlstra haar protagoniste zeggen wanneer ze haar coming-of-age-moment beleeft in de bergen van Pamir. 'Werde der Du bist, word wie je zelf bent', zo klinkt het parool van de Duitse filosoof. Je niet laten gidsen door de kudde maar soeverein je ding doen, is precies het inzicht waartoe de queeste van Liesbeth Bede leidt. Door een literaire ingreep die met echtgenoot Ernst te maken heeft, wordt haar keuze wel een stuk eenvoudiger. Toch is dit boek voor de liefhebbers van ideeënromans een interessante denkoefening. Bij wie op zoek is naar verwantschap met het hoofdpersonage zal de aandikkende stijlfiguur, in heel wat gevallen, in de weg zitten.

Met De verlossing van Liesbeth Bede is er een vormbreuk ontstaan in het oeuvre van de auteur. Tot nog toe vond ze haar onderwerpen bij historische vrouwen en het faction genre. Over die boeken werd wel eens gezegd dat ze te weinig geschiedkundig materiaal bevatten om een aantrekkelijke historische roman op te leveren en dat tegelijkertijd de fictiemogelijkheden niet volledig benut werden. Samen met Liesbeth Bede heeft Sophie Zijlstra zich uit een cocon bevrijd en de wereld - toch zeker de creatieve - naar haar hand gezet! 'Het verleden is een kadaver waaruit niets meer te halen valt', oreert Liesbeth. Maar hyperbolen mogen enigszins gerelativeerd worden! Het nu spiegelt altijd in wat achter ons ligt... Zelfs onze Indian Summer is een compensatie voor een afwezige zomer!


Quotering: **** (voor de kundigheid) *** (voor de band met het boek)

Uitgegeven bij Querido - 2016
 

3 september 2016

Geert Mak - De levens van Jan Six

Vier eeuwen stadsgezichten !
 

'Het familievermogen en de familiecollectie
moesten zo ongeschonden mogelijk door de tijd worden geloodst,
omwille van toekomstige generaties en uit respect voor voorgaande generaties. 
 
Historisch licht laten schijnen op individuen om een hele samenleving in beeld te brengen, is een beproefd recept en dus één waarvan je altijd opnieuw een hap wil nemen. Als de kok van dienst bovendien Geert Mak heet, dan eet je met plezier het hele bord leeg! Dat is niet anders bij zijn nieuwste non-fictieboek De levens van Jan Six.

De steile opgang die de Amsterdamse Sixen, een uit Noord-Frankrijk geëmigreerd handelaarsgeslacht, in de gouden 17de eeuw maakten, vormt het vertrekpunt van dit boek. Hoe de volgende generaties, waarbij de oudste zoon steeds Jan heette, hun maatschappelijke omgeving beïnvloedden en, omgekeerd, op ontwikkelingen zoals oorlog, het Verlichtingsdenken, de industriële revolutie of de teloorgang van het rangen- en standensysteem, reageerden, loopt als een rode draad door dit verhaal. De ene Six was daarbij wat 'Darwinistischer' dan de andere. Sommigen Jannen zagen hun fortuin en politieke stem wegkwijnen, anderen gingen net op tijd een verstandshuwelijk aan. Naast de zorg om het behoud van hun status, investeerden de Sixen in scholing, vreemde talen, kennis van beeldende kunst en een zich voorzichtig openende wetenschappelijke wereld. Omdat deze familie zakeninstinct, intelligentie en een gevoel voor esthetiek koppelde aan het verzamelen van een schat aan schilderijen, kostbare kleding, hebbedingetjes die de tijdgeest benoemen, brieven en andere egodocumenten... kon Geert Mak terecht in de goudmijn van de 21ste eeuwse Sixen aan de Amstel waar hij, naast een 19de-eeuws poppenhuis, ook de misschien wel mooiste Rembrandt vond: het portret van de eerste Jan Six.  

Jan Six geportretteerd door Rembrandt
Het in elkaar spiegelen van mens en maatschappij levert een beeld op van tegenstellingen: vrijheidsdenken versus vroom fatalisme en zelfs fundamentalisme, ondernemingslust versus gestolde levens, zorgeloze bloei versus onzekere tijden, patriciaat versus burgerambities, samengevoegde machten versus gescheiden machten, privilegies versus noodscenario's om het hoofd boven water te kunnen houden... De levens van Jan Six illustreert de op- en neergaande bewegingen van de geschiedenis, golven die plots kunnen veranderen in breuklijnen. De auteur kijkt er naar met zin voor overzicht maar ook details wanneer ze verhelderend zijn. En zoals altijd neemt zijn prettig vloeiende taal de lezer op sleeptouw. Terwijl de loyaliteit van de Sixen naar hun dynastie uitgaat, is Geert Mak op een gepassioneerde manier toegewijd aan zijn vak. En de ene collectie is de andere waard!
 
Een boeiend historisch werk drijft je bovendien naar de randen van het afgebakende onderwerp. Daar liggen nieuwe, dwingende vragen en antwoorden op je te wachten. Door te verwijzen naar de Radetzkymars van Joseph Roth waarin de neergang en de uiteindelijke ineenstorting van het Habsburgse Rijk gefictionaliseerd wordt, geeft Geert Mak je een hint. De parallellen met het universum van de Sixen zijn onmiskenbaar. Het oude bestel valt uit elkaar, er zijn winnaars en verliezers. 'De tijd wil ons niet meer', zegt graaf Chojnicki. Deze verzuchting had evenzeer van een Jan kunnen komen.

De Vlaamse lezer zal ook in de richting van de Zuidelijke Nederlanden kijken. Al op pagina 32 moet hij naar adem happen. Na de inname van Antwerpen (1585) door de Spanjaarden, vluchtten kooplieden, schilders en literatoren met hun talent en know how naar het Noorden. De protestanten onder hen vreesden, net als de Sixen uit Cambrai, terecht de vervolging van de starre, katholieke Iberiërs. Maar wat voor de hedendaagse Vlaming vooral te betreuren valt, is het gelijktijdig verdwijnen van het kosmopolitisme, het over grenzen heen denken van kooplui en kunstenaars. De invloed van het Spaanse hof in Brussel besmette ook steden zoals Gent en Brugge. Dat betekende het einde van wat Geert Mak 'de cultuur van zwier en allure' noemt. Sindsdien zijn provincialisme, de onder-de-kerktoren-mentaliteit, ons deel geworden. Omdat het rigide roomse geloof voor een keurslijfleven staat, hebben wij een koning als een houten klaas die opgevoed is door een Spaanse non en zat een spontane Willem Alexander in een oranje broek in de tribunes van Rio. Zou de geschiedenis anders verlopen zijn als Filips II zijn tegenstander Willem van Oranje-Nassau niet vogelvrij had verklaard...?

Boeken die ertoe doen hebben altijd iets waar je ongemakkelijk van wordt!


Quotering: *****

Uitgegeven bij Atlas Contact - 2016

31 augustus 2016

Lone Theils - Fatale oversteek

Verdwenen maar niet gemist !
 

'Nora Sand lost problemen op. Dat doet ze koel en rustig, en met overzicht.
Een hysterische aanval krijgen kan later wel.'

Wanneer de zoveelste debutant(e) zich aandient in het thrillergenre vraag je je spontaan af wat hij of zij kan toevoegen aan al de lagen en hoeken die eerder door succesvolle collega's verkend werden. Als je wil opvallen is de keuze van het thema lang niet altijd doorslaggevend. Dat maakt ook Lone Theils, de nieuwe naam uit Denemarken, duidelijk. Twee meiden die vermist worden nadat ze op een veerboot tussen Denemarken en Groot-Brittannië verdwenen, is geen onweerstaanbare invalshoek. Maar het schrijven van een roman, spannend of veel minder spannend, begint pas bij het uitwerken van het onderwerp. Vanaf dan onderscheidt zich de getalenteerde auteur van de would-be-schrijver.  

Wat je zeker mag verwachten van iemand die buitenlandse reportages maakte voor de landelijke pers (sinds kort is Lone Theils full time schrijfster), is een intelligente, creatieve kijk op mens en wereld. Ook een onderhoudende taal en zin voor structuur en pointe moeten dan binnen de mogelijkheden liggen.

Bij het inkleuren van haar hoofdpersonage, de onderzoeksjournaliste Nora Sand, is de auteur dicht bij haar eigen ervaringswereld gebleven. Daar is niets mis mee. Over wat je kent kun je geloofwaardig schrijven. Nora is correspondent in Londen voor het Deense weekblad Globalt. Ze is een geëngageerde verslaggeefster die zich terecht opwindt over maatschappelijke misstanden en de duisternis in de menselijke ziel. Of het over een Rwandese genocidemedeplichtige gaat of een Engelse seriemoordenaar, beiden ervaren genot bij het martelen van anderen. Ook dat ze thuis is in het kickboksen, kan Lone Theils niet wegstoppen. Toch is haar heldin niet alleen stoer. Als het op hartzaken aankomt blijkt haar pantser geen bescherming te bieden.

Wolfhall prison, waar seriemoordenaar Bill Hicks gevangen zit.
© Vintage Lulu 
Wanneer Nora per toeval een koffer met foto's van tienermeiden in handen krijgt, wordt haar speurzin geprikkeld en mag ze met de goedkeuring van haar redactiechef een onderzoek voeren dat naar seriemoordenaar Bill Hicks leidt. Het langzaam blootleggen van oude misdaadfeiten, waarbij Nora er zelfs in slaagt de interesse van Scotland Yard te wekken, levert een zeer genietbare, fris ogende thriller op. Deze Deense aanwinst wisselt donkere ernst af met lichtvoetigheid. Nora's assertieve no-nonsense-humor werkt aanstekelijk en contrasteert met haar gestuntel als het gaat over de finesses van sociaal contact. Met het vorderen van de bladzijden voert Lone Theils gestaag het tempo op. Maar nergens trapt ze in de val van het opgefokte toontje. En aan het eind komt ze met een aardige verrassing die de grens tussen slachtoffer en dader doet vervagen. De journaliste die haar lezers leert kijken naar een samenleving waarin niet ieders bedje gespreid is, is nooit ver weg...

Als je kritisch wilt zijn kun je zeggen dat Nora's vrienden- en kennissenkring wel aangeworven lijkt om het opsporingswerk van dienst te zijn. En hier en daar heb je wel eens een kort-door-de-bocht-wending of een overdreven toevalligheid maar daartegenover staat veel kundigheid en leesplezier.

Hoewel deze schrijfster niet het niveau van S.K. Tremayne of BA Paris haalt - dat is een kwestie van baas boven baas - mag je toch concluderen dat de Scandinavische dynastie van misdaadschrijvers nog steeds in de eerste gelederen meespeelt. Binnen die noordelijke familie heeft Lone Theils zichzelf een eigen signatuur bezorgd. En dat is een grote verdienste. Intussen heeft Nora Sand een tweede risicovol avontuur achter de rug. Lezers van Fatale oversteek zullen snel Den blå digters kone of The blue poet's wife vertaald willen zien! 


Quotering: ****

Uitgegeven bij Ambos Anthos - 2016

 

22 augustus 2016

Suzanne Brink - Grootser dan ik

De verleiding van de purple rain* !
 

'De mens is in wezen alleen.'

Grootser willen leven, jezelf overstijgen, welke tiener droomt daar niet van? Maar wie hoog vliegt kan ook diep vallen! Dat ondervindt Sara, een kind van gelovige, behoudsgezinde ouders dat opgroeit in een dorp onder Schiphol. In tegenstelling tot haar fantasieloze vader, die tuinder is, en haar benepen moeder, wil Sara als een ongeduldig piepkuiken uit de schaal breken en kunstenares worden. Op de academie en in het studentenhuis geeft ze zich over aan grensverleggende dagen en nachten. Ze is een hongerige jonge vrouw die haar kleinburgerlijke jeugd maar al te graag wil begraven. Charmante, sportieve Milan lijkt de geknipte grafdelver. Maar er is ook, en vooral, de creativiteit. 'Kunst is voor mij wat God voor jullie is', schrijft ze aan haar ouders. Het zijn de jaren '80, de tijd van Margaret Thatcher, Prince en de elektrische typemachine.

'Milan was een man om voor te vallen in de hoop dat je op tijd zou opstaan,' beseft ze. Toch renderen inzichten het best als je ze aan gedrag kunt koppelen. Omdat allerlei innerlijke krachten hun woordje meespreken, is dat niet eenvoudig. In haar pogingen om goedgekeurd te worden door de populaire Milan, gaat Sara flink over haar eigen grenzen en krijgt uiteindelijk een les in volwassen worden. Grootser willen leven is niet in elke betekenis een aanrader!

Een beeldend kunstenaar heeft een scherp oog. Die kijk heeft illustrator en auteur Suzanne Brink meegenomen naar haar romandebuut. En dat levert mooie stijlbeelden op:
'Theo was een korte Fries met dikke brillenglazen waarachter zijn ogen blauwe knikkers werden.'
'Als ze lachte vormden haar lippen een vierkante lijst.'
'...mijn kamer was de aankomsthal van Schiphol met lauwe koffie en ongemakkelijk draaien op een kunststof stoel terwijl de uren traag vergleden naar de zondagavond.'

© Dawn Hudson
Ook de schets van het studentenhuis en de academie is meer dan geslaagd. Het nachtelijk doorbomen en doorzakken, het geworstel met houtskool, compositie en koeien, het tekenen van de muziek van Prokofiev, de beeldhouwster die hout stroopt, het verschil tussen de nepkunstenaars en zij die het vuur voelen branden...trekken je een biotoop binnen die je voordien niet kende.  

Maar een roman is meer dan een milieustudie. Een fictieboek vraagt om een volgehouden spanningsboog en het toewerken naar een climax. Een coming-of-age-verhaal, zoals aangekondigd op de achterflap, vereist bovendien een innerlijk proces dat via schurende ervaringen leidt tot een scherper bewustzijn van de eigen identiteit. Aan die eye-opener kan het hoofdpersonage dan keuzes en daden verbinden. Op al deze punten blijft Grootser dan ik erg in gebreke. En omdat de psychologie niet uit de verf komt, krijg je als lezer geen echte band met de protagonist.

De bildungsroman is een boeiend maar geen makkelijk genre! Hoewel je in dit boek de intentie van de auteur ervaart, is Sara's zoektocht naar een plek in de wereld helaas te vrijblijvend en dus weinig overtuigend. Voor een doorleefde wrijving tussen mens en leven kun je wel bij Prince terecht!
 
* Purple rain is straattaal voor het ontsnappen aan de realiteit.


Quotering: **½

Uitgegeven bij Ambo Anthos - 2016
 

10 augustus 2016

S.K. Tremayne - Vuurkind

Waan en werkelijkheid in het raadselhuis !
 
 
'Ik meen zeker te weten dat zijn overleden moeder door het huis rondwaart.'
 
Wie zich de oude Britse TV-series zoals Inspector Dalgliesh, naar de boeken van P.D. James, herinnert vindt bij Vuurkind een gelijkaardige sfeer. Die wordt opgeroepen door desolate landschappen onder dreigende weersomstandigheden en geheimen van in de tijd gewortelde families en dito landhuizen. In de opvolger van De IJstweeling voert S.K. Tremayne David Kerthen, een telg uit een Cornish geslacht van mijneigenaars, op. Zijn voorouders hebben zich verrijkt op de kap van de witte slaven die in grote getale omkwamen in de tin-, koper- en ijzergroeven of dodelijk ziek werden. Daarbij hoorden ook kinderen die arseenzweren en andere aandoeningen opliepen. Zelfs nu de schachten en ondergrondse gangen alleen nog betekenis hebben als industrieel erfgoed heeft David zichzelf de levensopdracht meegegeven om de duizendjarige dynastie van de Kerthens voort te zetten. En als hij daarbij wordt tegengewerkt schroomt hij slinkse praktijken niet. Een Kerthen heeft nu eenmaal niet snel last van zijn geweten.

Wanneer zijn tweede vrouw, Rachel, na een snel beklonken huwelijk, in de mansion komt wonen en ontdekt dat haar man niet helemaal eerlijk is tegen haar en er ook in de andere richting argwaan ontstaat, ontspoort hun idylle. Bovendien jaagt Rachels stiefzoon, die in de toekomst lijkt te kunnen kijken, haar de stuipen op het lijf. Wanneer de grond als een eroderende zeeklif onder de voeten van de bewoners wegschuift, kondigt zich een catastrofe aan.

Historische mijn in Cornwall
© photoeverywhere.co.uk
Vuurkind is een erg persoonlijk boek. Het ademt liefde voor Tremayne's geboortegrond Cornwall maar ook boosheid om de mensonterende werkomstandigheden in de mijnen. Dat zijn eigen grootmoeder één van de bal maiden (kinderen die stenen met een hamer moesten splijten) was, draagt zeker bij aan de intensiteit waarmee hij het karakter van dit betoverende en tegelijkertijd gruwelijke schiereiland tot leven brengt.

Deze auteur is erop uit de geest van zijn lezers op alle mogelijke manieren te prikkelen. Zo zijn er ook de impliciete verwijzingen naar schrijvers die verwant zijn aan zijn personages. Er is dichteres Sylvia Plath en schrijfster Virginia Woolf, beiden met een kwetsbare psyche en een bestaan dat eindigt met zelfmoord. En voor wie goed oplet ziet parallellen met Daphne Du Mauriers Rebecca, ook bekend van de Hitchcock-verfilming. Niet toevallig spelen de romans van Du Maurier zich in Cornwall af. Het spreekt voor zich dat de authentieke S.K. Tremayne aan dit uitgangspunt een eigenzinnige draai geeft.

Land's End, de verste uithoek van Cornwall
© Pixabay
Net zoals in zijn eerste misdaadroman verleidt de schrijver je hier met een afwisseling van poëzie en beklemming. Uit zijn verbeelding ontstaat een rijk geschakeerde, unieke wereld. Daarbij wordt het aftasten van de randen van de menselijke geest meer en meer zijn handtekening. In 'het huis dat als een verguld kistje in een doornenlaag verscholen ligt' lopen waan en werkelijkheid op een intrigerende manier door elkaar. Vuurkind is ook allerminst een zwart-wit-verhaal. Als het op overleven aankomt bedienen we ons allemaal van kleine en grotere leugens!

Na de grensoverschrijvende lof die De IJstweeling te beurt was gevallen, had de man uit Cornwall de lat voor zichzelf erg hoog gelegd. Toch is deze opvolger, zo mogelijk, nog net iets sterker. S.K. Tremayne is een grand cru en een blijver!


Quotering: *****

Uitgegeven bij Prometheus - 2016
 

8 augustus 2016

Jane Casey - Na de brand

Een groot vuur ontstaat in een klein hoekje ! 
 
 
'Mensen moesten met hun tragedies leren leven !'
 
In Na de brand schrijft Jane Casey haar socio-politieke bezorgdheid van zich af. Daarvoor heeft ze een aftands flatgebouw gecreëerd waar kansarme, kwetsbare individuen binnen en buiten de grenzen van de wet proberen te overleven. Tussen deze randfiguren beweegt zich een gerespecteerde burger, een politicus met een dubbel gezicht. 'Dat was het leven: de ene persoonlijkheid uittrekken en de andere aandoen', stelt de auteur met enige bitterheid vast.

Wanneer in de woontoren brand uitbreekt en er slachtoffers vallen, komen rechercheurs Maeve Kerrigan en Josh Derwent, twee vertrouwde Casey-karakters, in actie. In de achterstandswijk wordt de politie op argwaan en zelfs agressie onthaald, niet alleen door verdachten maar ook door mogelijke getuigen. Net zoals probleembuurten in andere grote steden is deze Londense wijk, voor wie blauw draagt, een bijna-no-go-area. Dankzij het jachtinstinct van Maeve en de doordouwersattitude van Josh wordt het langzaam duidelijk hoe een omgevallen dominosteen een cascade van tuimelende blokjes uitlokt. Als de rook is opgetrokken komen er mensen met erg onfrisse kantjes tevoorschijn.

Jane Casey is op haar best als ze haar maatschappelijk engagement verwoordt. Slachtoffers van huiselijk of ander geweld, een uitgerangeerde oude vrouw, de populistische politicus... allemaal roepen ze verontwaardiging op. Personages of instanties die hun verantwoordelijkheid ontlopen kunnen niet op haar begrip rekenen. Ook voor het politiecorps is ze kritisch. Het is niet omdat iemand een uniform draagt dat hij het juiste doet. 'We hebben allemaal dezelfde badge maar dat is alles', laat ze Maeve zeggen.

© George Hodan
Maar een misdaadverhaal moet veel meer bieden dan een levenshouding. En daar wringt het schoentje. Over een geslaagd rechercheverhaal zeg je dat het een strak, boeiend, verrassend plot heeft en gedragen wordt door geloofwaardige, aansprekende karakters. Na de brand scoort op al deze punten een onvoldoende. De aanloop is te lang, het geheel mag compacter, de spanningsboog is te slap, de scènes missen vaak een dwingende kracht. Dat heeft deels te maken met de eindeloze dialogen die bovendien niet vrij zijn van clichés en vaak geforceerd aandoen. Hoe hard een schrijfster haar best doet mag de lezer niet merken. Bij Jane Casey ben je je constant bewust van haar transpiratie aan de werktafel. De kattende omgangstaal tussen Maeve en Josh, die bedoeld is als spanningselement, is daar een voorbeeld van. Je ervaart ze als overdreven en gekunsteld. De psychologie van hun relatie overtuigt niet. Het is niet aannemelijk dat je een man - zelfs een weinig tactvolle, ongepolijste persoonlijkheid als Derwent - die rücksichtlos voor je in de bres springt, aan één stuk door afsnauwt.

Deze misdaadroman is niet slaapverwekkend maar ook niet beklijvend. Wie trouwens meent een boek van 370 bladzijden te mogen vullen moet uit zeldzaam hout gesneden zijnCasey's hout zorgt in elk geval niet voor de uitslaande brand die ze voor ogen had!


Quotering: ***

Uitgegeven bij Ambo Anthos - 2016
 

25 juli 2016

Elena Ferrante - De geniale vriendin-My brilliant friend

Waar het recht van de sterkste heerst, is de liefde afwezig !

Engelse editie
'...there are no gestures, words or sighs
that do not contain the sum of the crimes
 the human beings have committed and commit.'
 
Een halve eeuw geleden heerste er in de volkswijken van Napels een rauwe sfeer. Net zoals in andere onfortuinlijke oorden gold ook daar: wie arm is kent geen mededogen en wie wil overleven moet vechten. Dat betekent dat de personages, mannelijke én vrouwelijke, in dit eerste deel van het vierluik rond de Zuid-Italiaanse havenstad geen lieverdjes zijn.
 
Lila en Elena groeien op tussen scheldende en klappen uitdelende vaders, broers en buurtjongens. Toch doet Lila niet onder voor de mannen. Als haar grote mond de ander niet op zijn plaats kan zetten, gooit ze met scherpe keien of trekt ze een mes. Beide meiden zijn intelligent maar ook voor het recht op scholing moet er gestreden worden. Omdat Elena thuis net iets meer rugdekking krijgt, is zij degene die verder studeert. Hoewel hun wegen niet gelijk lopen en ze elkaar met tussenpauzes loslaten, blijkt er toch een vanzelfsprekende, onverbrekelijke band tussen hen te bestaan.
 
De geniale vriendin-My brilliant friend is dan ook in de eerste plaats een verhaal over een complexe maar rijke vriendschap die allerlei vormen van druk kan weerstaan. Dat beiden blijven dromen in een illusieloze wereld, is een bindende factor. Daarnaast is het een portret van een sociale context die mensen tot het uiterste drijft. Bovendien stelt zich de vraag of je een geweldscultuur, die van de ene op de andere generatie wordt doorgegeven, kunt doorbreken.
 

Elena Ferrante staat erom bekend dat ze een genadeloos oog heeft en dat durft te laten spreken. Haar pen kerft in de menselijke ziel. Zonder schroom benoemt ze onze meest duistere kanten. Jaloezie is een terugkerend thema in haar werk. En haar voorbeelden gaan verder dan de naijver die je voor een rijkere of succesvollere medemens kunt voelen. Zelfs binnen de grootst mogelijke vriendschap, zoals die tussen de buurmeisjes, is er ruimte voor afgunst en gemene trekjes. Hoe sterk beide karakters ook zijn, Ferrante is te nuchter en te eerlijk om ze op een voetstuk te plaatsen. Het vermogen om te confronteren is haar grootste kracht!
 
'If love is exiled from cities, their good nature becomes an evil nature', is een allesomvattende zin in dit boek. In de armoedige buitenwijk van Napels waar deze schrijfster haar personages tot leven brengt, verdringt machismo, eergevoel en verbittering de kans om anderen lief te hebben. Elk sprankje hoop hierop wordt de kop ingedrukt door een permanent gistingsproces. Net zoals de Vesuvius in vroegere tijden kokende lava over de streek uitbraakte, zo bereiken in De geniale vriendin-My brilliant friend onderlinge relaties steeds opnieuw het kookpunt. Het is aan Lila en Elena om de brandwonden te beperken. Maar een overlevingsstrategie houdt niet altijd rekening met ethische grenzen... 
 
 
Quotering: ****½
 
Uitgegeven bij Europa Editions 2012 - Nederlandstalige editie Wereldbibliotheek 2015
 
 

15 juli 2016

Claudia Piñeiro - De goedheid van vreemden

De test van het noodlot !
 
 
'Als je het van de goedheid van vreemden moet hebben,
ben je alleen op de wereld.'
 
Als je jezelf niet wil verliezen in een pijnlijk verleden dan moet je op een dag de moed verzamelen om de confrontatie aan te gaan. In het geval van de Argentijnse Maria Elena Pujol wordt die pijn veroorzaakt door een twintig jaar oude wonde en het zelfverwijt van een moeder die haar zoon in de steek heeft gelaten. Met een hart dat in haar schoenen zinkt neemt ze het vliegtuig van New York naar Buenos Aires. 'Om een privéschool door te lichten', heet de professionele opdracht. Maar alleen zij weet dat op die plek haar demonen wachten. Wil ze haar persoonlijke missie tot een goed einde brengen, dan zal ze zich uiterst kwetsbaar moeten opstellen. Alinea na alinea beleef je haar gevecht met een geest die op het ene moment naar de kern wil gaan en er op het volgende ogenblik van wil wegvluchten. De stress die uit dit conflict voortkomt is meteen invoelbaar.
 
In De goedheid van vreemden leidt een reeks van toevalligheden tot een onomkeerbaar drama. De componenten hiervan zijn een spoorwegovergang, een wat gammele auto en twee kleine kinderen. Toch stelt zich de vraag waar toeval eindigt en verantwoordelijkheid begint. 'Er zijn moeders die geluk hebben en niet door het leven aan dat soort tests onderworpen worden', hoor je Maria zeggen. Omdat de microkosmos van partner en dorp erg snel met een kort-door-de-bocht-oordeel komt, geraakt ze in een isolement. Maar er komt een dag waarop ze sterk genoeg is om de rollen om te keren en van het slachtoffer een vrouw te maken die haar leven weer in handen neemt.

Claudia Piñeiro heeft een krachtige stem. Die wordt gevoed door scherpe observaties en analyses, oog voor details, visuele close-ups (ze is ook scenarioschijfster) en een taal die ontdaan is van franjes. Aan één beeld kan ze een hele wereld ophangen. Zo is de blik op een hand in staat om het plot in een stroomversnelling te brengen. Ook hoe ze de dreigende ondergang van de opgesloten vleermuis gebruikt om Maria's trauma los te weken, is knap bedacht.

 
Een andere overtuigende vondst is de selectie boeken die Robert, haar nieuwe man, haar aanbiedt. Stuk voor stuk dragen ze bij aan het helingsproces van de beschadigde ziel. Er is, bijvoorbeeld, Tramlijn begeerte van Tennessee Williams, beter bekend onder de filmtitel A streetcar named desire. Deze stomende prent leverde Marlon Brando in '52 een eerste Oscarnominatie op. Maar met het machismo van het Amerikaanse zuiden kan Piñeiro niet zoveel. Hedendaagse auteurs leggen liever hun focus op kwetsbaarheid en tegelijkertijd op weerbaarheid. De ineenstorting van Blanche Dubois, de vrouwelijke tegenspeelster, ligt in de 21ste eeuw niet meer voor de hand. '...ik lijk niet op haar', concludeert Maria terecht. En dat is precies wat Robert wil horen.

Ook de titel van deze Argentijnse roman is ontleend aan een uitspraak van Blanche. Maar terwijl de tragische femme fatale deze woorden een cynische lading gaf, krijgen ze van Piñeiro een hoopvolle betekenis. Wie Robert 'te goed om waar te zijn' vindt, mag eens kijken naar de opdracht voorin.
 
Dit boek gaat over véél: over de troost van literatuur en de spiegel die ze kan bieden, over wat een geschreven niet-professionele tekst vermag, over diverse vormen van dood en zelfdoding, over twee mensen die denken elkaar niets te bieden te hebben terwijl ze alles te geven hebben, over de goedheid van vreemden die even zuurstofrijk is als de liefde van een bloedverwant. Dit boek gaat zelfs nog over véél meer...
 
 
Quotering: ****
 
Uitgegeven bij Atlas - 2016
 

10 juli 2016

Simone van der Vlugt - Rode sneeuw in december

Het Wilhelmus van de Watergeuzen !
 

 'Maar het leven heeft hem al op jonge leeftijd geleerd geluk te wantrouwen.'

Hoewel de 14de eeuw met de ravages die pestepidemies en de Honderdjarige Oorlog aanrichtten, de geschiedenis is ingegaan als 'de waanzinnige', kun je dat label evenzeer kleven op de tweede helft van de 16de eeuw toen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden gebukt gingen onder de furieuze Spaanse repressie en dezelfde verwoestende ziekte. Deze invalshoek heeft Simone van der Vlugt op een indrukwekkende manier uitgewerkt in haar historische roman Rode sneeuw in december.

De 'ijzeren' hertog van Alva, die als landvoogd in dienst van de Spaanse koning Filips II een waar terreurbewind voert, en Willem van Oranje-Nassau, de kwetsbare prins die het met beperkte middelen moet opnemen tegen de Iberische overmacht, zijn de belangrijkste non-fictiefiguren in dit verhaal. Daarnaast nemen de arts Andries Griffioen, zijn vrouw Lideweij Feelinck, de dochter van een lakenhandelaar, en hun oudste kind Isabella, het fictiegedeelte voor hun rekening. Wanneer in beide Nederlanden het protestantisme terrein wint, voelen de katholieke Spanjaarden hun greep op dit gewest verslappen en sturen inquisitoren en legereenheden naar het noorden.

Slot Dillenburg in Hessen (1655), waar Willem van Oranje geboren werd.
Al van op de eerste bladzijden kun je je tegoed doen aan een veelheid van kleine en grote geschiedkundige weetjes die dit verre verleden via al je zintuigen oproepen. Omdat de kennis van de lezer zeer beperkt is, vraagt een geschiedkundige vertelling, meer nog dan een 'gewone' roman, om elementen die scènes tot leven brengen. Research moet de auteur daarbij helpen. Simone van der Vlugt staat erom bekend dat ze als een perfectioniste haar huiswerk maakt. In Rode sneeuw in december heeft deze werkattitude, gekoppeld aan de kracht van haar verbeelding en taalvaardigheid, bijzonder veel opgeleverd! Of het nu gaat over het beleg van steden als Haarlem en Alkmaar, het heldhaftige verzet van poorters en geuzen, gebruiksvoorwerpen en kleding, medische kennis en onwetendheid of het harde labeur van werkers in de lakennijverheid... altijd sta je midden in het gebeuren. En anders dan in doorsnee historische romans wordt de lezer ernstig genomen en schuwt de schrijfster de bredere politieke context niet. Bovendien vormen het feitenmateriaal en de ontwikkeling van de personages een geolied geheel.

Dat geschiedenis zich in essentie herhaalt is een bekend maar ook tragisch gegeven. Met verbijstering stel je vast dat religieuze (en andere) onverdraagzaamheid, machtswellust, de kick die het pijnigen van de medemens bij velen teweegbrengt, het feesten van moordenaars tussen het bloed van pas afgeslachte stedelingen... moeiteloos naar de huidige tijd kunnen verplaatst worden. Gemarteld en geëxecuteerd worden om je denkbeelden en uitspraken is helaas dagelijkse kost in 21ste-eeuwse dictaturen. Maar de nauwgezetheid van deze auteur laat ook fijntjes zien dat aan de morele keuzes van fatsoenlijke burgers een luchtje kan zitten.

Met Rode sneeuw in december treedt Simone van der Vlugt in de voetsporen van de (veel te snel vergeten) P.C. Hooft-prijswinnaar Theun de Vries die meeslepende verhalen koppelt aan invoelbare personages en een achtergrond van genadeloze gebeurtenissen. En net zoals de geuzen het Wilhelmus voor hun leider schreven, verdient deze Noord-Hollandse voor dit werkstuk van internationale klasse de waardering van spraakmakende media!


Quotering: *****
 
Uitgegeven bij Ambo Anthos - eerste editie 2012 - pocketeditie 2016
 

9 juli 2016

Kees Sluys - De ontdekking van Dafne

Een topper is niet uit Ikea-hout gesneden !
 
 
'Ik vind het ook raar als atleten weinig van hun geschiedenis weten.'
(Rutger Smith)

Een beetje auteur of musicus kent zijn klassieken en is er trots op deel uit te maken van een traditie. Sporters hebben meestal wel één of enkele helden waar ze naar opkijken maar zelden een globaal zicht op wie hen voorging. Misschien leven atleten meer in het moment dan beschouwende kunstenaars...

Schrijvers van sportboeken kunnen die leemte opvullen. Met zijn ruim gedocumenteerde geschiedenis van de tienkamp, Snel, hoog, ver (2008), bracht journalist Kees Sluys technische ontwikkelingen, prestaties en drama's van deze discipline tot bij kenners en geïnteresseerde leken. Nu kleurt hij met De ontdekking van Dafne het atletiekverleden verder in.

Dat Dafne Schippers de titel en de cover van deze bundel over Nederlandse sporthelden opeist, ligt voor de hand. De fenomenale sprintster is in de voetsporen getreden van Tinus Osendarp, die in vooroorlogse tijden de snelste blanke ter wereld was. Toch ligt er tussen toen en nu meer dan een tartanbaan verschil. Tot lang na de Tweede Wereldoorlog waren de trainingsomstandigheden beroerd en ondersteuningsprogramma's of sponsoring onbestaande. Het waren decennia zonder dikke kussens, met stalen polsstokstokken, gaten in de sintelbaan, geen sporthallen en dus geen wintertraining, een vulpen als podiumprijs... De heroïek van toen had een ander gezicht dan de heldhaftigheid van nu. Hij was tragischer omdat de atleten en ongelijke strijd aangingen met hun tegenstanders uit Oost-Europa die verbouwereerd naar het Nederlandse amateurisme keken. Ook toen de Hollandse atleten meer rugdekking kregen, bleven de verhoudingen ongelijk. Het D-spook had zijn intrede gedaan. Toppers als Jos Hermens, Ellen van Langen, Rutger Smith... werden medailles, finaleplaatsen en nieuwe kansen ontnomen door pillen en bloeddoping.

Flying Dutchwoman Dafne Schippers
© Getty Images.jpg
Dat een individuele sport alleen de schijn heeft van individualiteit en sport niet los staat van de brede maatschappelijke context, wordt in dit boek helder gemaakt. Dictatoriale regimes offeren de gezondheid van hun atleten en alle morele codes op voor vlag en volkslied. (En laten we in deze tijd ook het megalomane, fascistische Turkije aan dit lijstje toevoegen! mv). Het is verbazingwekkend dat er over het IJzeren Gordijn heen atletenvriendschappen ontstonden. Bij andere gedupeerden, zoals Rutger Smith, overheerst de begrijpelijke bitterheid. Ook na de val van de muur grepen velen naar verboden middelen. 

Het is bovendien godgeklaagd dat regimes van allerlei strekking politieke statements maken op de rug van sporters en op die manier hun belangrijkste doelen (zoals de O.S.) in een paar uur van de kaart vegen. Toch hoeft de invloed van de samenleving niet negatief te zijn. Als sponsorgelden en televisieaandacht zich laten gelden, neemt de uitstraling van een atleet en zijn sport exponentieel toe.   

Maar het echte brandpunt van De ontdekking van Dafne is natuurlijk de loper-werper-springer, niet alleen zijn prestaties maar ook de mens die de drijvende kracht is achter de winnaar. Uitzonderlijke individuen zijn vaak niet de makkelijksten, strenger nog voor zichzelf dan voor anderen. Daarbij kunnen feiten in de marge heel wat verduidelijken: zo was tienkamper Eef Kamerbeek, 'een man die niet veel tegenspraak duldde', marinier tijdens zijn militaire dienst en liep zijn disciplinegenoot Jan Brasser de 1500m - bekend als de martelafstand - met een blauwe voet. En stoere Dafne haalde ooit een medaille met een migrainekop.

Zoals je van een journalistiek boek mag verwachten, is De ontdekking van Dafne meer dan een hall of fame. De nieuwste Kees Sluys gaat over de kracht van ambitie en het lot in eigen handen willen nemen maar evenzeer over buigen voor wat sterker is. Als een sporter moet leren winnen én leren verliezen, dan kan terugkijken daarbij helpen. De vlucht van Lissabon naar Rio duurt meer dan negen uur...

 
Quotering: ****

Uitgegeven bij Nieuw A'dam - 2016
 

13 juni 2016

Sándor Márai - De nacht voor de scheiding

Een wereld valt uiteen !


'De mensen houden vast aan de wet die hun leven bestuurt.'
 
De teloorgang van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk was voor heel wat onderdanen een klap die ze niet meer te boven kwamen. Als verliezende partij aan het eind van WO I en onder druk van nationalistische bewegingen viel de multiculturele natie in 1918 uit elkaar. Vooral de hogere klasse in Oostenrijk en Hongarije verloor daarbij een sociaal-cultureel leven en status waarnaar ze altijd met heimwee zou terugverlangen. Schrijvers als Joseph Roth en Sándor Márai hebben hun oeuvre rond die niet aflatende nostalgie opgebouwd.

Kristóf Kőmíves, de hoofdpersoon uit De nacht voor de scheiding, is een stand en plichtsbewuste echtscheidingsrechter uit Budapest die in varkensleer gebonden wetboeken om zich heen heeft. In de wereld van de rechtbank, die hij kent van zijn vaders carrière, voelt hij zich veilig. '...de omgangsvormen, de discipline, de verhouding tussen ondergeschikte en superieur, ja zelfs de inrichting en atmosfeer van de rechtszalen' voelen vertrouwd aan. Het vooroorlogse universum is niet helemaal weg. Toch moet Kőmíves toegeven dat 'de tijdgeest hem beledigd heeft'. Nieuwerwetse begrippen als 'vriendschapshuwelijk' en 'proefhuwelijk' doen hun intrede. 'Het gezin maakte een besmettelijke, acute ziekte door', zo klinkt zijn gemor.

Buiten de nieuwmodische tijden met een jeugd, die zich overgeeft aan 'frivole dansmuziek' en het leven dat 'een wedloop' is geworden, sluipt er nog een gevaarlijker spelbreker het leven van Kőmíves binnen. Wanneer hij het nachtelijk bezoek krijgt van een vroegere medescholier, Imre Greiner, worden zijn vermeende steunpilaren zonder enige schroom onderuit gehaald. Menselijke driften laten zich niet in wetten en regels vangen. Dokter Greiner is op zoek naar een biechtvader die hij tegelijkertijd aanklaagt. En de wetboekvaste rechter heeft geen pleitrede voorhanden.

Budapest: zicht op de Buda-wijk aan de overkant van de Donau,
een locatie uit 'De nacht voor de scheiding'
© Scriptor
Hoewel dit boek aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog speelt, kijkt Marai, op een korte passage na, niet vooruit maar des te meer achteruit. Daarbij moet zijn hoofdpersoon onderkennen dat het vangnet uit zijn jeugd gaten vertoont. Bovendien biedt de geaardheid van het individu evenmin ruggensteun. De kwakkelende gezondheid van de midlife-man maakt het beeld van onmacht en teloorgang compleet. Het woord 'scheiding' in de titel van dit boek heeft dan ook een meervoudige betekenis.

In deze kleine roman benoemt Sándor Márai op indrukwekkende wijze allerlei vormen van verlies: een natie die als familie voelde, een wereldorde die op z'n minst schijnvastigheid bood, de liefde die even ongrijpbaar is als een bolletje kwik en de eigen ziel die een troebel water is.

Deze Hongaarse grootheid is de ongekroonde observator-analist van de condition humaine. Mocht hij nu leven, dan zou hij ook de ronddobberende mens tekenen. En net daarom is deze in 1900 geboren schrijver nog bloedactueel!


Quotering: ****½

Uitgegeven bij Wereldbibliotheek - 2006 & Rainbow - 2013

10 juni 2016

Hilde Vandermeeren - Scorpio

Het verraad van een roos !
 

'Dit was haar territorium,
haar anonieme koninkrijk van waaruit ze regelde wie wanneer zou sterven.'   
 
Als je, zoals Fabienne, suppoost bent in het Louvre, of zoals haar vriend Claude, portier van een luxewinkel, dan 'loop je het risico te sterven van verveling'. Om hun hartslag te kunnen voelen, dalen deze Parijse personages uit Scorpio clandestien af in het dodenrijk zoals je het ondergrondse gangenstelsel van de Franse hoofdstad zou kunnen noemen. Daar kom je niet allleen stinkende riolen met ratten tegen maar evenzeer talloze beenderen en schedels van 18de en 19de eeuwse overledenen waarvoor geen plek meer was op de overvolle kerkhoven van de stad.

Wie ook probeert de volgende dag te halen is Michael, een huurmoordenaar die het tunnelcomplex als vluchtroute gebruikt. In de 280km lange catacomben kun je makkelijk verdwalen of een instortend gewelf op je kop krijgen. Toch dreigt er nog groter gevaar. Toen hij onlangs een opdracht weigerde heeft hij de toorn van Dolores, de genadeloze manager van de moorden op bestelling, over zich afgeroepen. Dat moment van zwakte - of noem het 'de stem van het geweten' - heeft alles te maken met Lukas, het zoontje van Gaelle en Bernd. Hun zekerheden komen in een mum van tijd helemaal op de helling te staan. Na een traumatiserend moment thuis wordt Gaelle wakker in een psychiatrisch ziekenhuis waar ze overgeleverd is aan sceptische artsen en politiemensen. Maar de vroegere topatlete is een vechter.

Een muur van botten en schedels in de Parijse catacomben
© Marianne van Exel 
Scorpio is een langgerekte sprint tussen vluchtenden en achtervolgers waarbij het recht van de sterkste beslist over winst of verlies. In vergelijking met haar vorige boeken heeft de toon van Hilde Vandermeeren zich verhard. En zoals het past bij een regelrechte actiethriller heeft ze het verteltempo flink opgedreven. Vrij korte, filmische scènes en snel veranderende locaties houden de intrige op snelheid. De spanning, daarentegen, komt voort uit de machteloosheid van haar personages, het gevoel door iedereen verlaten te zijn maar ook uit het opvoeren van een astmatisch jongetje of de bikkelharde en onbenaderbare Dolores die zich in een safe house heeft verschanst en natuurlijk het op tijd en stond serveren van een cliffhanger.

Voor de liefhebber van stroomstoten en hartkloppingen is Scorpio een moeilijk weg te leggen boek. Maar de schaduwkant van een actieplot is dat het genre weinig gelegenheid biedt tot verdieping. Je kunt niet hollen en stilstaan tegelijk! Dat betekent dat de karakters vrij vlak blijven, geen ontwikkeling doormaken en dat maatschappelijke achtergronden weinig ruimte krijgen.

Die beperkte reflectiemarge wordt door de schrijfster wel goed benut. De attente lezer ziet in Scorpio een verhaal over licht en donker, over letterlijke en figuurlijke spelonken, over een parallelle - maar reële - wereld waarin alle grenzen van de moraliteit overschreden worden. Uit de catacomben kun je nog ontsnappen, het schimmenrijk van het kwaad laat je nooit meer gaan. 'Er zijn tientallen mensen die in opdracht van een of ander dierbaar familielid vroegtijdig op het kerkhof terechtkomen', kun je lezen. Zelfs een spijtoptant als Michael heeft voor de rest van zijn jaren een beladen ziel. En het etiket 'schuldige' kleeft niet alleen op wie het wapen hanteert.

De bijnaam van Michael is 'de kameleon',
het dier dat als overlevingstruc van kleur kan veranderen.
© JialiangGao
Deze Westvlaamse doet ook altijd iets moois met details. Hier is dat, onder meer, het moederdagknutselwerkje van Lukas, de blinde butler, een vlag die halfstok hangt en de genetisch geteelde roos met de uitzonderlijk lange doornen. Die laatste spiegelt niet alleen in de persoonlijkheid van Dolores maar roept ook het beeld op van tegenstrijdigheden in de aard van het individu. Het aantal bloeddorstige legerofficieren en sadistische dictators die elke dag een verse roos op hun werktafel hebben staan of poëzie schrijven, zou niemand te eten willen geven.

De gediplomeerde psychologe Hilde Vandermeeren weet ook dat gedrag altijd ergens vandaan komt. En daarbij zijn jeugdervaringen zéér bepalend. Aan de conclusie dat noch het goede, noch het kwade de wereld ooit zullen verlaten ontsnapt niemand.

Hoewel de auteur deze keer een ander stijlpad heeft genomen, herken je de constante in haar werk: ze is zo muurvast dat je de indruk krijgt dat het verhaal zichzelf vertelt! Die Gouden Strop-nominatie mag een keer verzilverd worden!


Quotering: ****

Uitgegeven bij Q - 2016