10 december 2016

Gillian Flynn - Gone girl - Verloren vrouw

Woest op je fictieve alter ego ! 
 
 
'Ik vind het leuk een vrouw met landmijnen te zijn.'
 
Je zult maar Amy heten en het meekrijgen in je opvoeding: ouders die een succesboek schrijven dat Amazing Amy als titel heeft. Dan draag je voor de rest van je leven de zo goed als perfecte hoofdpersoon als een spiegel met je mee. Mensen die de echte Amy ontmoeten vinden haar charmant maar wie een vriendschappelijke of intieme relatie met haar aanknoopt, schrikt zich wezenloos bij het ontdekken van haar donkere kant. Omdat 'amazing zijn' niet vol te houden is, wacht haar man Nick op hun vijfde huwelijksverjaardag een smakeloze verrassing: zijn vrouw is verdwenen en heeft er alles aan gedaan om hem bij politie en publiek verdacht te maken.
 
Hoewel Gone girl is opgezet als een 450 bladzijden lange zoektocht naar de waarheid die doorkruist wordt door tal van leugens, heeft Gillian Flynn ook aandacht voor maatschappelijke achtergronden. Aan de boorden van de Mississippi staan talloze bordjes met 'TE KOOP' en hangen werklozen rond in het ter ziele gegane shopping center. Maar ook in New York, waar het stel vandaan komt, heeft de crisis zwaar toegeslagen. Door het krimpen van de tijdschriftenbranche hebben Nick en Amy hun baan verloren. Een jaar of vier voor de verkiezingen tekende Flynn dus het klimaat dat tot de overwinning van Donald Trump heeft geleid.
 
© Stannered
Een tweede vorm van maatschappijkritiek richt zich op de commerciële media die - kassa, kassa - het niet zo nauw nemen met journalistieke ethiek en op de sentimenten van hun kijkers spelen. De schrijfster noemt hen 'jachthonden'. Als je daarbij bedenkt dat er in de US een juryrechtspraak bestaat, krijgt de beïnvloeding door de pers een hallucinant karakter. 'Vierentwintig uur per dag TV, internet, de hele wereld is de rechtbank', zo kun je lezen. Voor de verdachte geldt dat het lang niet altijd mogelijk is om je onschuld te bewijzen.
 
Maar in fictie gaat het in de eerste plaats om de personages en hun wisselwerking met de omstandigheden. En met de geloofwaardigheid van de manipulatieve, dwangneurotische Amy en de emotioneel beschadigde Nick is er niets fout. Toch missen ze de kracht die invoelbaarheid opwekt bij de lezer. Het zijn beredeneerde individuen. Dat super-rationele bepaalt trouwens de sfeer in het hele boek. Het is één groot denkspel dat bovendien té vol is gestouwd met feitenmateriaal. Er is een teveel aan leugens, aan echte of vermeende sporen, aan muizenissen... Op deze manier ontaardt het relationele kluwen in een drammerig verhaal. De zorg van deze intelligente auteur die de lezer ononderbroken wil bezighouden, pakt verkeerd uit. Bedolven worden onder een lawine levert geen page turner op. Less is more, moet je dan zeggen. Wie dat principe perfect toepast en bovendien geest en gedrag veel beter verliteratuurt, is BA Paris. Haar debuut Achter gesloten deuren is een schoolvoorbeeld voor alle andere bedenkers van psychologische thrillers!
 

Quotering: ***

Uitgegeven bij de Boekerij - 2012 & 2016 (midprice)

24 november 2016

Dinah Jefferies - The silk merchant's daughter

Het onrechtvaardige lot van een halfbloed !
 

'But she had grown up in a family who did not tell each other the truth,
and so, instead of standing her ground, she had run away.'

Dinah Jefferies schrijft volgens een recept. Het is een ingrediëntenmix die haar een aanzienlijke schare lezers oplevert. In al haar boeken beroept ze zich op invoelbare bouwstenen zoals liefdesgeluk en -pijn, familiewarmte en het verraad van bloedverwanten, vrouwelijke jaloezie en venijn, Westers koloniaal verleden, culturele verscheurdheid met een complexe identiteit als gevolg...

Ook in haar derde roman, The silk merchant's daughter (op dit moment nog niet in het Nederlands verkrijgbaar), zijn deze componenten zeer herkenbaar. Nicole, de dochter in kwestie, is half Frans, half Vietnamees, een kind uit de welgestelde zakenelite van Hanoi in de tijd van het koloniale Indochina. Het spanningsveld wordt gevormd door persoonlijke en politieke factoren. De dood van haar moeder in beladen omstandigheden heeft gezorgd voor scheefgegroeide gezinsrelaties. Tegelijkertijd zagen rebellen, die vanuit het Noorden opereren, de poten onder de stoel van de Franse overheerser weg. Er hangt een doem over de stad en wie zich de Amerikaanse militaire bemoeienissen herinnert, weet hoe deze geschiedenis afloopt. Toch ligt de focus vooral op Nicole voor wie het erg moeilijk kiezen is tussen haar Franse en Vietnamese ziel.

De residentie van de Franse gouverneur in Hanoi,
een restant van vergane glorie.
Dat de loyaliteitscrisis van het hoofdpersonage in al zijn complexiteit wordt vorm gegeven, is de grote aantrekkingskracht van dit boek. Daarnaast maakt de auteur duidelijk dat niet kiezen soms onmogelijk is. Wie aan de Franse kant staat, kan onmogelijk aan de Vietnamese staan en omgekeerd. Zelfs kleding maakt dat duidelijk: een Westerse snit verteld een ander verhaal dan een traditioneel-Aziatische garderobe. Een bijkomende waarheid die helder wordt gemaakt leert je dat, in een conflictueuze tijd, kinderen van gemengd bloed de kop van Jut zijn. In beide kampen kijken extremisten op hen neer en beschuldigen hen van het feit dat hun ouders bij verschillende culturen horen. 
 
Zolang ze de clichés vermijdt, werkt het recept van deze Britse succesauteur! Daar waar De vrouw van de theeplanter nog een zwakke vertelling opleverde met naast elkaar functionerende karakters, heeft Dinah Jefferies in deze roman haar onderling schurende personages boeiend neergezet. Dankzij een uitgebreide research met een exploratiereis door Vietnam als ruggengraat, en de herinneringen aan haar eigen jeugd in Brits Maleisië, heeft ze de culturele verscheurdheid van Nicole en de druk van de politieke omstandigheden meer dan goed tot uitdrukking kunnen brengen. Ook de kleine maar onmisbare couleur locale - geuren, kleuren, klimaat, kledij, omgangsvormen - draagt bij tot het leesplezier. Laten we hopen dat Dinah Jefferies op dit elan doorgaat en haar vierde roman een enigszins verontrustende inkijk geeft in koloniaal India. Van schrijvers mag je verwachten dat ze je geestelijk en lichamelijk wakker houden!


Quotering: ***

Uitgegeven bij Viking - 2016

14 november 2016

Joseph Roth - Radetzkymars

 Zolang de Donau stroomt... !
 

'De tijd wil ons niet meer.
De nieuwe religie is nationalisme.'
 
Elke oudejaarsavond komt het Oostenrijkse keizerrijk weer tot leven in Wenen! Dan ruisen, tijdens het Kaiserball, de lange jurken op het ritme van quadrille en wals. Met Silvester krijgt het oude Europa in de Hofburg weer even zijn ziel terug. Waarom die multi-ethnische lappendeken zich in loop van de 19de eeuw losrukte van het centrale gezag en hoe de getrouwen van de laatste grote keizer, Franz-Joseph, deze teloorgang ervaarden, is het thema van De Radetzkymars.
 
Joseph Roth, zelf opgegroeid aan de oostelijke rand van deze grootmacht (in hedendaagse Oekraïne), hangt zijn cultuur-historische schets op aan drie fictieve telgen van het geslacht Von Trotta. Dat de oudste de glorierijkste is, mag geen verrassing zijn. Deze militair wordt ook 'de held van Solferino' genoemd naar een, weliswaar verloren, militaire confrontatie in Lombardije (1859) waarbij hij het leven van de keizer redt. Zoon Franz (!) Von Trotta maakt nog wel een mooie ambtenarencarrière als districtshoofd maar is vooral een weinig geïnspireerde persoonlijkheid. Met nummer drie, Carl-Joseph, gaat het snel bergaf. Hoewel zijn grootvader vaak in zijn gedachten opduikt, schopt hij het niet verder dan luitenant en verliest hij zich, net als zijn medesoldaten, in gokgedrag en drankmisbruik. Het moreel van de troepen is zwak omdat er geen veldslagen meer gestreden worden en langzaam maar zeker de worm, die maatschappelijke onvrede heet, het leger en andere instituties aanvreet. Proletariërs aanvaarden hun armoede niet meer, doorsnee burgers willen bestuurlijk meepraten en naties willen autonomie. De Radetzkymars is één lange, onafwendbare neergang. Zo zag het perspectief eruit van zij die verloren.
 
Het 'Kaiserball' op Silvesteravond in Wenen
© httpballguide.atklassischsilvesterball2015
'Alles wat groeide had veel tijd nodig om te groeien, en alles wat ten onder ging had veel tijd nodig om vergeten te worden', zo drukt Joseph Roth het heimwee uit van de verweesde keizerskinderen. De Pools-Oekraïense graaf Chojnicki is zo'n weeskind. Hij is een grond-grondbezitter die zich inlaat met middeleeuws aandoende alchemistische experimenten en democratie veracht. In het tekenen van deze landheer en vooral de Von Trotta-personages en hun onderlinge relaties blinkt Joseph Roth uit. Zij zijn het product van een wereld op zijn retour waarin toewijding, discipline, eer, rangen en standen, steeds minder houvast bieden. Grote daden en mannelijkheid, daar ging het ooit om! 

In een zwierige stijl opent Joseph Roth alle registers: de kille vader-kind-verhoudingen, het hofprotocol, de cultuur van het duelleren, de fanfareserenades, de slagveldgeplogenheden, het keizerlijke eerbetoon in de straten van Wenen, de omgangsvormen tussen adel en personeel, de mensonwaardige leefomstandigheden van arbeiders en kleine sjacheraars... Hij laat geen kans onbenut om je dit ter ziele gegane universum in te trekken. Zijn oog en pen kun je genadeloos precies noemen. Als zijn stijl even wat wijdlopendheid en wolligheid vertoont, dan pakt hij je wat later wel weer in. 

Een vleugel van de Hofburg in Wenen
© Scriptor
Dat het Oostenrijkse keizerrijk niet alleen een gezicht krijgt tijdens het jaarlijkse bal op de Hofburg maar ook in de identiteiten van mensen verder leeft, werd mij duidelijk bij de eerste ontmoeting met mijn Servische vriendin Vesna. 'Ik kom uit Servië, zei ze, 'maar ik ben geen Servische. Ik ben van de Vojvodina.' Die regio tussen Belgrado en de Hongaarse grens maakte tot 1918 deel uit van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Na de verloren Eerste Wereldoorlog moest Hongarije het gebied afstaan aan Servië.

Als je een beetje bekend bent met de Balkan, dan begrijp je snel dat termen als arbeidsethos, man-vrouw-verhouding en gecultiveerdheid anders worden ingevuld in de Vojvodina vergeleken met de zuidelijke regio's van Servië. Net als de strikte dagindeling van militairen en ambtenaren in dienst van de keizer, is een uur een uur voor deze Zrenjaninse. Wie zich niet aan een afgesproken tijd houdt wordt streng toegesproken.

'Keizerin Maria-Theresia* heeft Novi Sad, de hoofdplaats van de Vojvodina, zelf ontworpen,' is een van trots vervulde Vesna-uitspraak. En hoewel het Kaiserball wat te hoog gegrepen is, kan ze in haar provinciestadje aan de Donau wel terecht voor een opera in de Weense traditie!


Mocht je het hen kunnen vertellen, dan zouden de Von Trotta's uit deze nalatenschap zeker troost putten! En voor wie het nog niet begrepen heeft: het heden kun je niet duiden zonder het verleden te kennen. Met dank aan Joseph Roth!


* Maria Theresia regeerde van 1740 tot 1780.

Quotering: *****

Uitgegeven bij Atlas Contact - 2016

10 november 2016

Karin Sitalsing - Boeroes

Wisselcultuur !
 
 
'Ik ging er eens op letten en inderdaad:
de Boeroes worden zelden genoemd in de geschiedenisboeken.'

'Zouden ooit alle verhalen verteld zijn?' vraag je je wel eens af als je aan de ontelbare bladzijden denkt die in de loop der tijden geschreven zijn. 'Zijn alle blinde vlekken op de wereldkaart intussen niet ingevuld? We zijn toch overal al geweest.' En dan komt er een boek dat Boeroes heet, een kroniek over witte Surinamers, nazaten van Hollandse boeren die zich in 1845 aan de Saramacca-rivier vestigden. Die Sranantongo pratende migranten hadden niets te maken met de elitaire plantagehouders. Het waren ploeteraars die dankzij hun Calvinistische levenshouding opklommen in de Surinaamse samenleving. Toch bleven ze in hun land van herkomst zo goed als onbekend, verdwenen in de plooien van de geschiedenis. Journaliste Karin Sitalsing, die via haar moeder van de Boeroes (Surinaams voor boer) afstamt, maakte een liefdevolle vuist voor hen!

Een echtpaar in 1893,
uitgedost voor de viering van 50 jaar aanwezigheid van boerenkolonisten.
© Tropenmuseum A'dam
 
Naast het geschreven bronnenmateriaal put ze vooral uit de talrijke contacten met tantes, ooms, neven en nichten in Suriname en ook in Nederland. Als je tot een kleine bevolkingsgroep behoort (er zijn nog zo'n 2700 levende Boeroes) is bijna iedereen familie van elkaar en dat zorgt voor warmte en houvast. Ze ervaart ook hoe het voelt om in de modder van de moerassige boorden van de Saramacca te zakken, het vergiftigde geschenk van drassigheid, muskieten en dodelijke ziekten dat de Nederlandse overheid deze economische vluchtelingen halfweg de 19de eeuw toestak. 

Gaandeweg werken ze zich op, brengen het tot onderwijzer, politicus of bedrijfsleider. Maar hoe gedraagt hun ziel zich, hoe evolueert hun identiteit? En wat betekent dat voor het voortbestaan van de groep? Dat zijn de vragen die Karin Sitalsing het meest bezighouden. 'Identiteit fluctueert', schrijft ze. Wanneer het klimaat na de onafhankelijkheid (1975) verslechtert, gaan heel wat witte Surinamers naar Holland. Deze vijfde generatie gaat 'naar Nederland', niet 'terug naar Nederland'. 'Misschien zit kleur wel van binnen', merkt de schrijfster op. De zoektocht naar een betere toekomst gebeurt nu in omgekeerde richting.
Identiteit fluctueert ook wanneer je niet meer binnen de eigen groep trouwt. Dat laatste doet zich in beide landen voor.

In het verlengde van de identiteitskwestie liggen de vragen bij wie je hoort en waar je thuis bent. In een poging hierop een antwoord te vinden gaat de auteur erg ver in het afpellen van de identiteitslaagjes en het polsen bij kinderen van gemengd bloed en culturele diversiteit naar hoe zij in hun omgeving staan. Die doorgedreven kijk heeft iets van het narcistisch staren naar jezelf, van opgesloten zitten in het eigen ik. Op deze manier leg je teveel nadruk op de verschillen tussen mensen, op het afstand scheppende en op de manier waarop anderen naar je kijken. 

Bovendien ontstaat, door haar emotionele betrokkenheid, soms een absoluut toontje. Hoezo ontstaat migratie enkel om rationele redenen? Je kunt toch best je hart verliezen aan een plek waar je niet bent opgegroeid. Zonder New York te willen propageren, kun je stellen dat heel wat mensen deze stad 'the place to be' vinden. De Hudson-vibes zouden hen intenser doen leven. Nog een ander voorbeeld: in het migratieverhaal van oud-tenniscoach Martin Šimek vind je zowel een rationele reden (Praag verlaten na de Russische inval in 1968) als een emotionele (zijn hart verliezen aan Calabrië en daar gaan wonen).

Bij deze kleine wrevels past ook de uitspraak dat je trots kunt zijn omdat je bij een cultuur hoort. Trots kun je zijn op iets dat je verwezenlijkt hebt, niet op iets dat je overkomen is zoals het nest waarin je geboren bent.

© Polygoon Hollands Nieuws
Individuen uit de schaduw halen is altijd een nobel streven. Zo betuig je respect, zeker als er lijden mee gemoeid is. In dit opzicht is Boeroes een meer dan geslaagd boek. Kleurrijke figuren zoals de schuine moppen vertellende tante of de honderdjarige oom die niet meer goed weet of zijn geheugen de waarheid vertelt, en dat beseft, vergeet je niet meer. En schoolboeken horen voortaan plaats vrij te maken voor de nagedachtenis aan deze strijdbare voorouders! Het is alleen jammer dat er teveel mentale Matroesjka's in zitten. Dat hokjesdenken staat haaks op het gecontesteerde uitgangspunt van de witte vrouw die niet verondersteld wordt Sranantongo te praten!

Met een iets minder naar binnen gekeerd, opener en cosmopolitischer perspectief, zou deze leeservaring nog genietbaarder zijn geweest!
 

Quotering: ***½

Uitgegeven bij Atlas Contact - 2016

5 november 2016

Mary Kubica - Bevroren

Wie is schuldig ?
 
 
'Misschien zijn we toch niet zo verschillend.'

Dat een jonge vrouw uit een rijkeluisgezin, op een alledaagse manier, een man ontmoet met een kansarme achtergrond, iemand die bovendien flink van het rechte pad is afgedwaald, is niet vanzelfsprekend. Dat is ook zo voor Colin en Mia. In opdracht van een afperser ontvoert Colin deze dochter van een rechter. Maar omdat zijn geweten spreekt, bedenkt hij op het allerlaatste moment een ander scenario. Hij neemt haar mee naar een blokhut in de bossen van het winterse Wisconsin... zonder een vervolgscenario in zijn hoofd te hebben.

In de daarop volgende weken vechten twee tot elkaar veroordeelde mensen een strijd uit die eerst grimmig en ook gewelddadig is maar langzamerhand verandert in een bloedmooie paringsdans. Op Mia's reactie de term 'Stockholm-syndroom' kleven (zoals ik in een recensie las), zou haar en de auteur onrecht aandoen. Deze wetenschappelijke benaming slaat op een ziekmakende binding met een gewetenloze dader. In Bevroren is iets anders aan de hand. Een man en een vrouw ontdekken dat ze veel meer met elkaar gemeen hebben dan ze ooit hadden kunnen vermoeden. Belangrijk hierbij is dat hun relatie van ongelijk naar gelijkwaardig evolueert. Die psychologische ontwikkeling bouwt Mary Kubica op een indrukwekkende manier op!

In een andere verhaallijn doet deze auteur iets dat bijna even ontroerend is. Ook de gedragscode tussen rechercheur Gabe en de moeder van Mia is niet doorsnee en van een subtiele schoonheid. 'We moeten anders met elkaar omgaan', lijkt de schrijfster te zeggen. Dat geldt ook voor de politiecultuur. Haar weerzin tegenover de uiteindelijke afwikkeling van deze ontvoeringszaak is overduidelijk.

De onmetelijke natuur van Wisconsin
© Pixabay 
Een veellezer is niet onder de indruk van een promopraatje op de achterflap van een boek. Toch is de hier gebruikte eretitel 'koningin van de psychologische thriller' heel erg op zijn plaats! Mary Kubica priemt met haar pen recht in je hart. Zelden komen romanfiguren zό dichtbij! Nog lang na het omslaan van de laatste pagina blijft je arm om haar personages liggen. Je wilt hun tranen drogen en hun bloed stelpen. Het enige minpunt dat je kunt vinden is het niet zo boeiende politieonderzoek. Gabe krijgt wel erg veel in de schoot geworpen. Maar je zou ook kunnen zeggen dat de aandacht vol naar het menselijk lot moet gaan. Zo heeft Kubica het wellicht bedoeld... 

Een thriller noem je niet vaak 'fijnzinnig' of 'teder'. Die aanduiding klinkt ook snel als het tegenovergestelde van een compliment. Toch voert de finesse in dit verhaal de boventoon. Door het contrast met de meedogenloosheid van sociale milieus en de hardvochtigheid van de Noord-Amerikaanse winter, kan Bevroren zich in al zijn schoonheid ontvouwen.

Maar Mary Kubica wil ook dat je nadenkt. De schuldvraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Daar zorgen niet alleen de gezinsachtergrond van Colin voor maar evenzeer de immorele persoonlijkheid van Mia's vader, de invloedrijke rechter. Bovendien verrast de schrijfster je nog met een verwarrend en uiterst pijnlijk slotakkoord. Mensen zijn niet eenduidig!

Kubica's debuut laat je voelen en piekeren, bibberen en in opstand komen. In de stilte en de weidsheid van Wisconsin leidt niets je af van wat echt belangrijk is in dit leven: hoe wij ons verhouden tot elkaar en wat dat doet met ons gevoel van eigenwaarde en geluk!


Quotering: *****

Uitgegeven bij Harper Collins Holland

1 november 2016

Antonio Lobo Antunes - Reis naar het einde

Een pamflettistisch delirium !
 

'Als je hier binnenkomt verlies je uiteindelijk altijd.'

Antonio Lobo Antunes beweert dat hij over het geheugen schrijft en niet over de Portugese samenleving. Als lezer moet je hem tegenspreken. Het persoonlijke is nu eenmaal maatschappelijk en omgekeerd. Als je, zoals deze auteur, je dienstplicht hebt vervuld tijdens de koloniale oorlog in Angola ('61-'74) en zelf als psychiater hebt gewerkt, dan reikt een boek als Reis naar het einde verder dan een geheugenstudie.

Het begin van dit verhaal zorgt voor verwarring. In welke wereld ben ik terechtgekomen? vraag je je bladzijden lang af. Achter het stuur van zijn auto, op weg van de Algarve naar Lissabon, barst er in de hersens van de hoofdpersoon een stroom van gedachten en beelden los, een delirium waar je geen blijf mee weet. Wanneer hij je meeneemt naar zijn verleden als psychiater in de kliniek voor geesteszieken begrijp je waaraan hij ten prooi is. Hij heeft zelf een stoornis, een aandoening die bouffée délirante heet en meestal chronisch is. Normaal functioneren wordt dus afgewisseld met oncontroleerbare aanvallen van herinneringen en hallucinaties. En omdat in het reservoir van zijn geheugen oorlog en psychiatrische wantoestanden de dienst uitmaken, wordt je als lezer meegesleurd in zwartgalligheid en sarcasme.  

Antonio Salazar,
 de Portugese dictator (1889-1970)
Reis naar het einde kun je niet los zien van felle maatschappijkritiek. De passages over de vuile oorlog in Afrika, een verfoeilijk plan van dictator Salazar, spreken voor zich. Ook het portret van de psychiatrische instelling is een aanklacht tegen een falend beleid en de ontmenselijking van de patiënten. Om dat laatste te duiden heeft de auteur het over 'de nachthemden' of 'de pyama's'. De zieken worden platgespoten, krijgen belachelijke therapieën zoals het werken met een spiegel of worden gereduceerd tot lesmateriaal. Nog gruwelijker is de omgang met oudjes die tegenstribbelend naar een sterfkamer worden gebracht.

Geen term is krachtig genoeg, zo lijkt het, om de mistoestanden onder woorden te brengen. In de artsenkamer 'stinkt het naar dode muilezels' en het gesticht is een 'sinistere concentratiekamporganisatie'. Dat hij ook zichzelf als onmachtig arts en 'cipier' medeplichtig acht aan deze immorele situatie, vervult hem met nog meer bijtende spot. 

Op 25 april '74 maakte de Anjerrevolutie een einde aan de dictatuur
© Paixao Esteves    
In deze roman vallen auteur en hoofdpersoon bijna samen. Ook Antunes zag met eigen ogen de gruwel van de Portugees-Angolese oorlog. En onder druk van zijn vader werd hij psychiater...tot het schrijverschap hem daarvan verloste. Je mag er dus van uitgaan dat de vraag wie er gek is - de patiënten of hun therapeuten, de getraumatiseerde soldaten of de bedenkers van wapengekletter - recht uit het schrijvershart komen.

Reis naar het einde is een boek vol bittere duisternis die in de ziel snijdt. Maar het is ook een onontwarbaar kluwen van over elkaar buitelende beelden, gedachten en scènes. Bij het tekenen van de galopperende hallucinaties schuwt Antunes de over-the-top-stijlfiguren niet ('als zieke vrouwenheupen opgezwollen rotsen'), integendeel, hij grossiert er in. Bovendien is enige drammerigheid hem niet vreemd. Omdat het geheel verpakt is in loodzware barokke taal die je geen seconde ademruimte laat, voel je je bij het lezen, net als de bewoners van de Miguel Bombarda-kliniek, een opgesloten, naar adem snakkend dier. Vandaar de dubbele sterrenbeoordeling...


Quotering: **** (kundigheid) **½ (leesplezier)

Uitgegeven bij Ambo Anthos - 2016

27 oktober 2016

Jan Brokken - De gloed van Sint Petersburg

Russisch en Westers, luisterrijk en afschrikwekkend !
 
 
'Eerst verguisd, dan lange tijd ontkend en vernederd,
om tenslotte bejubeld te worden:
het is het lot van menig kunstenaar geweest in deze stad.'

Als je op je zeventiende de gedichten van Anna Achmatova leest en op je vijfentwintigste met een Solsjenitsyn-baard door het communistische Leningrad wandelt, dan moet de fascinatie voor de Russische wereld groot zijn. Deze laatste loopt inderdaad als een rode draad door het leven van Jan Brokken. In het ouderlijke huis in Rhoon stonden de Dostojevski's in de boekenkast, later in Amsterdam kwam pianist Youri Yegorov op zijn pad en voor en na waren er zijn reizen naar het oosten die leidden tot de publicatie van Baltische zielen en De kozakkentuin. En nu is er De gloed van Sint-Petersburg.  

In dit boek over de relatie tussen mens en stad en vooral kunstenaar en stad, voert de auteur coryfeeën op zoals: Anna Achmatova, Ruslands grootste dichteres, de schrijvers Nabokov, Toergenjev en de grote Fjodor, de componisten Rachmaninov, Tsjaikovski, Stravinsky... en andere onsterfelijken. In de gloed van paleizen en kathedralen ligt een wereld van contrasten, tegenstellingen tussen praal en pracht aan de ene kant en ploeterende, gekwelde burgers aan de andere. Onder het meedogenloze oog van de tsaar of, later, dat van Stalin, huiverden intellectuelen en kunstbeoefenaars. Sommigen werden naar een strafkamp of een ver buitenland gestuurd, anderen weggehoond en gebroodroofd. Wie de wurgende sfeer niet meer aankon week uit naar Berlijn, Parijs of Sorrento zonder ooit nieuwe wortels te vinden. 'Het is alsof de beklemming uit de muren stoomt', hoor je Jan Brokken zeggen. Net als de stad balanceert ook hij tussen betovering en verschrikt terugdeinzen.

Winters Sint-Petersburg: het Kunstkameramuseum aan de Neva 
© Shutterstock
Een betere gids op deze citytrip kun je je moeilijk voorstellen. Niet alleen zijn historisch inzicht maar ook zijn talent voor muziek, beeldende kunst en natuurlijk literatuur maakt Jan Brokken tot een uitzonderlijk gecultiveerde man. '...bij iedere stap komt een boektitel bij me op of zingt een melodie door mijn hoofd', zo benoemt hij zijn wandelingen. 'Het is bijna gekmakend, ik zou op één en hetzelfde moment vijf dingen willen doen.' Hij leert je observeren en luisteren, plaatst œuvres in tijd en ruimte, tussen traditie en stijlbreuk, tussen oproer en oorlog. Hij tekent ook het beeld van een opstandige stad die hardnekkig naar het Westen blijft kijken, naar de door de Sovjet-autoriteiten zo gehate burgerlijkheid. En hoewel bij deze confrontatie tranen en bloed vloeien, gaat de creativiteit met de overwinning lopen. Wie concertzalen, musea en boekhandels bezoekt, weet dat deze zege duurzaam is!

Laat je meevoeren door de eruditie van deze Amsterdammer en door de Russische melancholie die zo diep is als een groot glas wodka! Jan Brokken is altijd op zoek naar een ziel, die van plekken, mensen, pianoklanken of dichtregels. Dat hij instaat is dat wezen ook tot het zijne te maken, blijkt uit de slotzin van De gloed van Sint-Petersburg. Dankzij dit empathische vermogen wordt de lezer zijn medereiziger en legt hij de lat voor zijn collega's op olympische hoogte!


Quotering: ****½

Uitgegeven bij Atlas Contact - 2016

19 oktober 2016

Ilse Ruijters - Later als ik dood ben

TBS-ers zijn meer dan hun dossier !
 
 
'Was het niet belachelijk dat ik de enige die ik dichterbij liet komen,
een man was die gevangen zat.'

In een TBS-kliniek op zoek gaan naar je identiteit, is een heftig gegeven. Wanneer Elin ontdekt dat het - althans in materiële zin - gespreide bedje waarin ze opgroeide op een valse bodem stond, neemt ze een drastisch besluit: ze solliciteert naar een baan in een gesloten instelling voor psychisch gestoorde criminelen. Daar balanceert ze in een spanningsveld dat gevoed wordt door verkrachters en moordenaars met anti-sociale stoornissen. Alleen in deze omgeving kan ze zich een beeld vormen van haar vaders persoonlijkheid. Wie van de cliënten lijkt op haar verwekker? De kinderaanrander of misschien de bruut met het te korte lontje? De ene optie is al gruwelijker dan de andere. En ze wil nog meer. Om achter zijn naam te komen en de exacte feiten waarvoor hij veroordeeld is, moet ze professionele grenzen overtreden. Dat riskante gedrag is de motor van de spanning in Later als ik dood ben.

Ilse Ruijters heeft zich prima ingeleefd in deze niet-doordeweekse karakters. Arthur, de sadist met een ongezonde voorkeur voor kinderen, heeft de angstaanjagende charme van Hannibal Lecter in Silence of the Lambs. Omdat sommige psychopaten in staat zijn hun wreedheid tot een soort kunstvorm te verheffen, fascineren ze ons en brengen ze ons uit evenwicht. Van Rem, de man met een heel ander anti-sociaal gedrag, kun je wel echt houden. Hij is zorgzaam en beschermend maar anderzijds zit hij niet toevallig in deze kliniek. Toch nemen Elin en Rem de ontroerenste bladzijden van dit boek voor hun rekening. Dat zijn alinea's die de diepste behoeften van de mens tevoorschijn halen. 


TBS-ers zouden 'de verpersoonlijking van het kwaad zijn'. Dat is meestal de teneur in de samenleving. Rem en de zwakbegaafde Eddy bewijzen het tegendeel. Ilse Ruijters nuanceert en doorprikt het zwart-wit denken. Daarvoor gebruikt ze ook de omgangsvormen van niet-criminele personages. Een scherpe scheiding tussen goed en slecht bestaat niet. Deze schrijfster heeft een dwars verhaal willen vertellen, een verhaal dat kortzichtigheid en vooroordelen weerlegt.

De vragen benoemen die deze TBS-wereld én de persoonlijke ruimte van Elin oproepen, zou spoilers opleveren. En lezers kunnen best voor zichzelf denken. Met Later als ik dood ben heeft Ilse Ruijters een interessante opvolger van haar gelauwerde debuut geschreven. Daarom is het ook jammer dat haar vertelstijl niet altijd op het niveau van De onderkant van sneeuw staat. In plaats van een vloeiend geheel te vormen, zit er haast in deze tekst, worden er te vaak sprongetjes gemaakt die je de indruk geven van afgehaspelde, slordige scènes of niet goed op elkaar aansluitende situaties. Ook de ontknoping is, qua recherchewerk, niet erg overtuigend. Uit deze plaats delict zouden andere (forensische) conclusies naar voren moeten komen.  

Als Elin de cirkel van het leven kan doorbreken, dan moet het ook mogelijk zijn voor deze getalenteerde schrijfster om weer aan te knopen bij het niveau van haar eerder werk. De tijd onder de arm nemen, is al een mooie aanzet! 


Quotering: ***½

Uitgegeven bij The House of Books - 2016

13 oktober 2016

Fikry El Azzouzi - Alleen zij

De jacht op een sprookje !
 
 
'Sommige woorden kun je niet relativeren.'

In Fikry El Azzouzi's nieuwste roman voel je je meteen thuis! Tenminste, als je z'n vorige, Drarrie in de nacht, gelezen hebt. De laconieke dialogen, de tragi-komische blik op het leven, en zelfs de dolende jongeren die nu wat ouder zijn geworden maar nog altijd een iets te volle ervaringsrugzak met zich meedragen, komen voorbij. Ayoub, de drarrie met de beschouwende geest, krijgt in Alleen zij, een hoofdrol die hij deelt met zijn vriendin Eva. De intelligente, laag opgeleide Ayoub met een dubbele culturele achtergrond en zijn partner, de journaliste met de witte sproetenhuid kiezen, na een korte aarzeling, resoluut voor elkaar. Heeft zo'n niet voor de hand liggende relatie kans op slagen? En, bij uitbreiding, hoe verhouden de gemeenschappen waartoe beiden behoren zich tot elkaar? Ratio en geweten worden bij Fikry El Azzouzi altijd in vraag gesteld.

Naast alle aandacht voor cliché-denken en de angst voor wat anders is, is dit vooral een verhaal over hoop, vertrouwen zelfs. De jonge generatie lijkt zich gesettleld te hebben in de nieuwe maatschappij. Ayoub is een Europese moslim die zich niet stoort aan het wijnglas waar zijn vrouw aan nipt en het, net als andere 21ste-eeuwse mannen, bijna ok vindt dat Eva meer verdient dan hij. En zij voert een gevecht met zijn geslotenheid en onzekerheid die wel eens tot een driftbui of een vlucht leiden. Maar zo'n kortsluiting komt in de beste huwelijken voor. Prima, toch, zo'n stel...ware het niet dat individuen de kaatsbal van de geschiedenis kunnen worden. In de boze buitenwereld misbruiken valse moslims hun geloof en wrijven de Le Pens, de Wildersen en de De Winters zich de handen warm.

Het onafwendbare gebeurt. De doos van Pandora schiet met een knal open. Dan sterft de lach in je keel. Daar kan geen suikerwafel, groen sparretje met vanillegeur of wormstekelige dadel tegen op. Boeken waar je ongemakkelijk van wordt, zijn boeken die ertoe doen!

© Bhakti Henna
Ondanks zijn wrevel aan het adres van de goddeloze mei '68-ers is bij Fikry El Azzouzi de verbeelding aan de macht. Deze Waaslandse auteur met wortels in de Rif is een dromende en piekerende speelvogel die zijn knie schaaft aan de kortzichtigheid van zijn medemensen. In zijn gezelschap verveel je je geen nanoseconde. Samen met deze rasverteller peddel je door de stroomversnellingen van een wildwaterrivier. En af en toe strand je op een zandbank.

Dit beeld sluit naadloos aan bij woelwater Dolf Jansen, de hyperintelligente, maatschappelijk betrokken en pijnlijk scherpe Nederlandse cabaratier. Zijn meest recente show draait rond het thema 'ergens bijhoren'. Bovendien heeft ook hij, dankzij zijn Ierse moeder, een meerlagige identiteit. Met hier en daar een aanpassing zou je Alleen zij in zijn mond kunnen leggen. 'Ergens bijhoren' biedt rust en veiligheid, krikt zelfs je gevoel van eigenwaarde op. Romanschrijver én theaterauteur Fikry El Azzouzi hoort bij de traditie van het Nederlandse geëngageerde cabaret en daar mag hij trots op zijn!     

Als het doek over Ayoub en Eva valt, blijft het nog lang donker en stil in de zaal. Woorden zijn daden!


Quotering: ****½

Uitgegeven bij Vrijdag - 2016

12 oktober 2016

Gustave Flaubert - Madame Bovary

Wrede saaiheid in een Frans dorp !
 

'Ze dweepte met door rampspoed getroffen vrouwen.'

Wanneer de jonge Emma de nuchtere, fantasieloze plattelandsarts Charles Bovary huwt, komt ze er snel achter dat haar echtgenoot niet de prins op het witte paard is die haar zal meevoeren naar een spannende wereld. Emma is opgevoed in de romantische 19de- eeuwse traditie. Op school bij de nonnen leerde ze liedjes zingen over engelen en madonna's en las ze boeken over tragische heldinnen. Terwijl 'Parijs in Emma's ogen in een gouden gloed baadde', moet ze het stellen met een staljongen in een kiel vol gaten en avonden waarop het mannelijk bezoek een dominospelletje komt spelen. De eerste tijd compenseert ze haar gemis aan een boeiend leven met het inrichten van het huis op een financieel onverantwoorde manier. Emma heeft een gat in haar hand. Het ene na het andere kostbare kledingstuk verrijkt haar garderobe. In haar wanhoop klampt ze zich vast aan mannen waarop je geen huis kunt bouwen. Uiteindelijk is een depressie onafwendbaar.

Op de achtergrond van dit drama tekent Gustave Flaubert het Normandië van zijn tijd. Het is een schets van een samenleving met rangen en standen, bijbehorende omgangsvormen en statusgedrag. De auteur staat uitgebreid stil bij vestimentaire geplogenheden, interieurbeschrijvingen, hofmakerij, een landbouwbeurs als belangrijk sociaal evenement, op middeleeuwse leest geschoeide geneeskunde... Zijn personages zijn rooms of net anti-paaps, conservatief of vooruitgangsdenkers. Ondanks het verhelderende effect hiervan, sluipt de traagheid van het platteland en de tijdgeest zo in het verhaal en in de leespret. Bovendien is deze Franse auteur niet de beste psycholoog. Aan de introspectie van Emma en de interactie tussen de karakters wordt weinig diepgang gegeven. In de plaats van een psychologisch proces krijg je uit de lucht gevallen ideeën en attitudes voorgeschoteld.

Gustave Flaubert
(1821-1880)
Hoewel Madame Bovary in de ogen van Flauberts preutse tijdgenoten een zedenloos overspelboek was, vallen op de dag van vandaag vooral de wreedheid en het cynisme van de dorpelingen op. Deze roman is een festijn van ijdelheden. De apotheker speelt met mensenlevens omdat hij door de pers bewierookt wil worden, Rodolphe, Emma's narcistische minnaar, waant zich Casanova, de ceremoniemeester op de landbouwbeurs acht zich het middelpunt van het universum en zelfs dokter Bovary schroomt er niet voor een operatie uit te voeren waarvoor hij niet is opgeleid. Opvallend is ook dat deze heren hun standing hoog proberen te houden door veelvuldig aan name dropping te doen. Flaubert heeft geen hoge pet op van de medemens!

Met het schrijven van Madame Bovary wilde Gustave Flaubert zich afzetten tegen de gevolgen van een opvoeding die vertrekt van een romantisch wereldbeeld. Door overdetaillering en afstandelijkheid is hij daar maar gedeeltelijk in geslaagd. Zijn verbeelding is niet gaan vliegen. Integendeel, ze is blijven haken in de Normandische akkers!


Quotering: ***½

Uitgegeven bij Atlas - 2016
 

9 oktober 2016

BA Paris - Achter gesloten deuren

Wie kraakt er eerst ?
 
 
 'Als ik er nu over nadenk,
was Jack in het begin een tamelijk royale cipier.'
 
Hoe, in één nacht, een gelukkig mens in een monsterlijk zwart gat kan vallen en verder moet zonder een realistische kans op een uitweg, is het gegeven waarrond de thriller Achter gesloten deuren is opgebouwd.

Tot op de dag van hun huwelijk zijn Grace en Jack een droompaar. Maar zodra de handtekening geplaatst is, komt Jacks ware aard naar boven. Mister charming, de succesvolle advocaat, is een wolf in schaapsvacht. Hij blijkt een gestoorde geest te zijn met een drang naar manipulatie en het kwellen van anderen. Om zijn drift te kunnen bevredigen heeft hij een plan bedacht waarbij hij zijn slachtoffer telkens één stap voor is...net voldoende om Grace geen enkel perspectief te bieden. Omdat hij haar steeds meer isoleert van haar sociale omgeving en haar bovendien kan chanteren met Millie, een jonger zusje dat aan Down lijdt, heeft zijn machtsgreep alle kans op slagen.

In Achter gesloten deuren zijn de personages almachtig. Ze verbazen, ontroeren, roepen afkeer op, doen je happen naar adem, ze dragen en stuwen het plot. 'Show, don't tell', is een advies dat bij schrijfcursussen gegeven wordt. BA Paris maakt je duidelijk hoe je die werkwijze succesvol in de praktijk brengt. De gruwelijke psyche van Jack, een man zonder empathie en zonder geweten, komt helemaal tot leven in zijn woorden en daden die van een grenzeloze creativiteit getuigen. Bij Grace komen haar innerlijke gevecht en niet aflatende overlevingsstrijd bijzonder goed uit de verf. Het zusje met de mentale beperking is aandoenlijk en uiteindelijk verrassend sluw. Een kritische stem zou haar, gezien haar beperkte denkvermogen, wellicht iets te geraffineerd vinden... Maar lezers zullen niet malen om deze kleine grensverlegging.

Een Thais strand:
paradijzen zijn niet altijd wat ze lijken...
© www.adelto.co.uk
Spanning die rechtstreeks voortkomt uit de geest van de karakters is zoveel boeiender en krachtiger dan de elektriciteit die ontwikkeld wordt door externe factoren, twists and turns of fysiek geweld. Minder kundige schrijvers kiezen vaak voor één van deze makkelijkheidsoplossingen. BA Paris, daarentegen, toont aan wat intelligentie in combinatie met taalvaardigheid vermag. Met het steekspel dat in haar dialogen wordt opgevoerd, blaast ze je van de sokken! En de keuze van de auteur voor een sadistische geest biedt zoveel meer romantechnische mogelijkheden en leesplezier dan het, vaak voorspelbare, gedrag van een seriemoordenaar. Kortom: dankzij deze schrijfster stijgt het genre boven zichzelf uit!  

Achter gesloten deuren is een langgerekte krachtmeting tussen gedreven individuen waarbij het sterkste hoofd het verschil maakt. Het lijkt wel topsport. En dat is deze literaire hoogvlieger dan ook. Dit manmoedige boek met een strakke spanningsboog mag je gerust close to perfection noemen. Dat de fantasierijke vitaliteit van BA Paris snel mag terugkeren in de vorm van een nieuw fictieverhaal!


Quotering: *****

Uitgegeven bij Ambo Anthos - 2016
 

7 oktober 2016

Carolijn Visser - Selma

Eens een Vos, altijd een Vos !
 

'De Rode Gardisten op de universiteit gaven een order uit waarin stond
 dat alle 'reactionairen' een zwart label op hun borst moesten dragen...'

Als in een noodlijdende, agrarische gemeenschap, die het resultaat is van eeuwenoude feodale verhoudingen, een leider en een beweging met een verfrissende stem opstaan, dan is het geloof van burgers in die nieuwe koers niet ongewoon. Dat geldt ook voor de hoog opgeleide Chang Tsao die met zijn Nederlands-joodse echtgenote Selma Vos en twee kinderen, in 1950, na een verblijf in Cambridge en Hong Kong, naar Peking terugkeert. Wanneer blijkt dat Mao's Grote Sprong Voorwaarts een achterwaartse beweging is in de richting van onwetendheid en onvrijheid, wordt het voor hem en Selma, die vanuit haar Hollandse nuchterheid altijd al wat sceptischer was, bang afwachten of het gezin uit de greep van de terreur zou kunnen blijven. Omdat buitenlands bloed en Westerse culturele invloeden huize Tsao brandmerken, zijn de bewoners extra kwetsbaar voor een ideologie die geen diversiteit duldt.
 
Net als in de beste romans spreken de personages uit Selma je hart aan. De stille, empathische Chang die alleen maar het goede beoogt, de strijdbare mater familias, dochter Greta en zoon Dop, die het beste van beide culturen in zich dragen en er niet over piekeren om zich bij de Rode Gardisten, de jonge, medogenloze keurtroepen van de revolutie, aan te sluiten. De Tsao's hebben allemaal een rechte rug! Dat ze tijdens een lezing in Castricum op het pad van Carolijn Visser zijn gekomen, is geen verdienste van de schrijfster maar de manier waarop ze aan ons, lezers, worden voorgesteld is dat wel!

'Het grote gelijk' van de Rode Gardisten
Een boek met de ondertitel 'Aan Hitler ontsnapt, gevangene van Mao', heeft een thema dat ertoe doet. Selma toont aan dat ook de zwartste bladzijden uit de geschiedenis zich herhalen en dat fascisme van alle tijden en alle continenten is. Bovendien blijkt uit dit verhaal dat toevalligheden, kleine momenten in de tijd, over leven en dood kunnen beslissen. Je durft uit een rijdende trein springen of niet. Als die wagons richting Auschwitz gaan maakt dat alle verschil van de wereld uit. Of... de Chinese diplomatieke vertegenwoordiging in Den Haag is gesloten op het ogenblik dat je een visum wil aanvragen. Die omstandigheid heeft tot gevolg dat Selma, na een bezoek aan haar vader in Santpoort in '66, op een Chinees paspoort terug naar Peking moet reizen en dus niet op steun van de Nederlandse overheid zal kunnen rekenen. Uit de trein springen is dan geen optie meer.

De nieuwste Carolijn Visser is 'een en-en-en-boek'. Het geeft onder meer een inkijk in het functioneren van collaboratie, niet in de pro-nazihouding tijdens de Tweede Wereldoorlog (een fictie of non-fictieonderwerp hoor je goed af te bakenen) maar in het blinde eigen gelijk en de daaraan gekoppelde barbaarsheid van de Rode Gardisten. Hierbij is het feit dat één derde van de scholieren niet alleen een fanatieke Rode Boekje-zwaaier is maar het acceptabel vindt dat de klassieke lessen worden opgeschort, leraars aan kruisverhoren worden onderworpen en zelfs worden doodgeknuppeld, een verbijsterend gegeven. En omdat het regime hen als werktuig gebruikt, houden weldenkende burgers hun protest binnenskamers. 'Kwam aan de wreedheid van deze mensen dan nooit een einde?' vraagt Selma zich ontsteld af.

© Steelsnarl
Ook om de houding van sommige Westerse media en individuen, die met oogkleppen naar deze tirannie kijken, kan de auteur niet heen. Hoewel je altijd en overal ideologiezeloten zult vinden, moet je bij deze passages toch constateren dat onze 21ste-eeuwse informatiemaatschappij heel wat naïeve standpunten kan voorkomen. De oudere lezer zal zich studentenjaren herinneren waarin het citeren van Mao-gedachten je een zekere status kon verlenen.

Met Selma zou Carolijn Visser geen reisboek geschreven hebben, hoor je zeggen. Dat is wel een erg enge benadering van deze filmische ontdekkingstocht langs de buiten- en binnenkanten van de Chinese samenleving in de jaren '50 en '60. Deze reisauteur kent China bijna als haar broekzak en kan er met de ogen dicht over schrijven. Dat laatste doet ze met grote helderheid en gevoel voor balans.

Selma is een naar de keel grijpend verhaal over de waanzin die op geregelde tijdstippen in de mensheid sluipt! Hiermee stelt Carolijn Visser zich kandidaat voor een tweede Bob den Uyl-prijs! 


Quotering: *****

Uitgegeven bij Atlas Contact - 2016
 

16 september 2016

Dinah Jefferies - De vrouw van de theeplanter

Genadeloze rijkdom !
 

'De wereld verandert.
Daar ga je in mee of je valt buiten de boot.'

De Brits-koloniale tijd, een broeierige samenleving, een mondiale economie op drift en een zintuiglijke wereld aan de Indische oceaan, zijn ingrediënten die een beklijvende roman zouden moeten opleveren...

Wanneer de jonge Gwen aan het begin van de 20ste eeuw met een Engelse theeplanter trouwt en naar Sri Lanka, het toenmalige Ceylon, verhuist, komt ze terecht in een universum met eigen wetten. De Westerlingen gaan niet vertrouwelijk om met de Singalezen en de uit India geëmigreerde Tamils, de werkslaven van de plantages, worden niet eens als volwaardige mensen beschouwd. In het theebedrijf van echtgenoot Laurence loopt een opzichter rond die zonder verpinken de zweep en zelfs het geweer hanteert. Tegelijkertijd predikt Mahatma Gandhi op het Indiase subcontinent swaraj, zelfbestuur voor gekolonialiseerde volkeren. Als er bovendien een wereldwijde economische crisis uitbreekt nemen de spanningen in en rond de plantage toe.

Ondanks de zorgen om het voortbestaan van hun comfortabele leven heeft Gwen af te rekenen met een kwestie die nog veel zwaarder weegt, een onverteerbare innerlijke crisis die te maken heeft met trouw en moederschap. 

Stadsleven in Brits Ceylon
Geef deze ontwikkelingen in handen van Maria Duenas, Tessa de Loo of Simone van der Vlugt en je krijgt een levensecht, goed gedocumenteerd en meeslepend verhaal. Dinah Jefferies daarentegen houdt zich meer dan 400 bladzijden lang op de vlakte. Alles wat een lezer nodig heeft om in het boek gezogen te worden, lijkt ze te vermijden. Ze gebruikt haar pen als een camera die te ver van de set is opgesteld. De voortgang van het plot is kinderlijk traag, karakters die voor confrontaties hadden moeten zorgen - de egocentrische Verity of de manipulatieve Christine - delen prikjes uit maar brengen de hoofdrolspeelster niet van haar stuk en de spanning tussen haar en Laurence wordt gesmoord in wat gekijf. Zelfs de belevingswereld van de beproefde Gwen is ondermaats. Voor haar morele moed mag je wel een buiging maken!

Wat de schrijfster goed doet is het National Geographic-gehalte van dit tropisch paradijs tot leven wekken: van een dier dat het midden houdt tussen een aap en een uil, over de Kasjmierse vliegenvanger tot de boorden van het meer waarop het landgoed van de Hooper's uitkijkt. Ook geeft ze je een inkijkje in de levenstijl van de hogere klasse: het huispersoneel, de feesten, de auto, de telefoon, de charlestonjurken die in de jaren '30 plaats maakten voor de New Yorkse prêt-à-porter. Aardige weetjes voor een zeer breed publiek zijn er genoeg maar nergens vind je enige maatschappelijke of persoonlijke diepgang. Een geslaagde roman kun je De vrouw van de theeplanter dan ook niet noemen, eerder een gemiste kans. Wat blijft hangen is de zin om zelf naar Sri Lanka te gaan en te luisteren naar wat Dinah Jefferies ons had moeten vertellen...


Quotering: **

Uitgegeven bij Prometheus - 2016