20 oktober 2015

Georges Simenon - De dood van Belle

Gekruisigd !
 
 
'Misschien betekenen sommige dingen voor hem
niet hetzelfde als voor anderen.'

Tot op de dag waarop Belle, een inwonende tiener, vermoord wordt, ontrolde het leven van Spencer Ashby zich volgens een strak patroon. 'Hij vergat zijn tas niet. Hij vergat nooit iets,' zegt Simenon over deze kleinburgerlijke leraar. Zijn echtgenote Christine is meer een maatje dan een geliefde voor hem. 'Ze had altijd het vlees gehad van een zus of moeder,' zo banaal klinkt zijn perceptie van haar.

Omdat de moord in het huis van de Ashby's plaats gevonden heeft, wijst de goegemeente snel en kortzichtig naar de man die er woont. Maar de inwoners van het slaapstadje ergens in Connecticut doen dat niet openhartig. Hun blikken beschuldigen hem. Hun taal zonder woorden stenigt hem. Op school is hij niet meer welkom, vrienden nodigen het echtpaar niet meer uit, in de kerkgemeenschap hangt een gespannen sfeer. Uit de woorden van de dominee begrijpt Spencer dat een zondige geen lid kan zijn van religieuze broederschap. En zelfs Christine spreekt nooit haar onvoorwaardelijk vertrouwen in hem uit. Daarbij legt de magistraat die het vooronderzoek leidt hem het vuur aan de schenen.

Landelijk Connecticut
© Fish and Wildlife Service Northeast Region
De voor de hand liggende vraag is: Wat doet dat met een mens? Tenzij je een olifantenhuid hebt, heel veel. En een neurotische geest als die van Ashby geraakt nog meer uit evenwicht. Het omvervallen van zijn houvasten bezorgt hem angstdromen, doet hem vaker dan voordien naar een glas whisky grijpen en maakt hem hyperalert voor elk geluid in de buurt van het huis.

Ook uit deze Simenon blijkt dat de schrijver niet hoog oploopt met de ethische code die het mensdom hanteert. Ondervraagden verschijnen met hun initialen in de krant. In een wereld van ons-kent-ons worden privégegevens op die manier te grabbel gegooid. Nog gortiger wordt het wanneer een verdachte veroordeeld wordt zonder dat zijn schuld is aangetoond. De behoefte aan een zwart schaap dat de gemoederen niet alleen sust maar ook de eigendunk van de bedenkers van dit gratuite idee opschroeft, is meer dan verwerpelijk. 

Georges Simenon
© ErlingMandelmann.ch
In De dood van Belle toont de Luikenaar zich een bekwaam stylist die doseert en suggereert. Met zorgvuldig gekozen woorden en beelden roept hij de sfeer van de jaren '50 in de VS op. Maar waar de auteur zijn karakters ook situeert, altijd tekent hij universele figuren.

Net zoals voor de bijbelse gekruisigde proeft de azijn die Ashby van zijn medemensen krijgt aangeboden erg zuur. Georges Simenon knijpt deze wrange spons druppel voor druppel uit tot het kokhalzen de arme Spencer te machtig wordt.  


Quotering: ***

Uitgegeven bij De Bezige Bij - 2015
 

12 oktober 2015

Stefan Brijs - Maan en zon

Onder de druk van de omstandigheden
 
 
'Curaçao is een patiënt geworden,
eentje met vele doorligwonden.'
 
Dat taxichauffeur Roy met een Dodge door Willemstad rijdt, is niet toevallig. Net als zijn Amerikaanse auto met de achterwaarts gerichte vleugels het beeld van the sky is the limit oproept, neigt Roy’s geest voortdurend naar verzinsels die zijn permanente staat van armoede moeten verbloemen. Hij is een praatjesmaker die zichzelf een beter leven bij mekaar fantaseert en anderen daarvan probeert te overtuigen. Een Antilliaanse man is erg bezorgd om zijn reputatie. ‘Zijn blazoen moest op elk ogenblik even hard blinken als de Dodge.’ Pijnlijk wordt het wanneer hij uitvluchten bedenkt om de bijdrage aan de opvoeding van zijn zoon te ontlopen.  

Markt in Willemstad
© Roger W. 4336
Een bescheiden licht in de duisternis is broeder Daniel, een zwarte pater in een witte pij. Hij bezorgt moeder Myrna een baantje in de school die zijn orde heeft opgezet in een volkswijk. Daniel, die ‘meer vormer dan herder’ wil zijn, en daarmee de herinnering aan de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologen oproept, ontfermt zich over zoon Max. Terwijl Roy in de jongen zijn opvolger ziet, denkt Max eraan om onderwijzer te worden. Maar het lot beslist anders. Als zijn vader werkonbekwaam wordt, moeten er centen verdiend worden. Op een arm eiland geraken dromen zelden verder dan de verbeelding.

Maar Max is een doordouwer, iemand die voor even tegen de vlakte gaat en dan weer opstaat. Zal hij erin slagen om zijn zoon Sonny een beloftevolle opvoeding te geven, ook als politieke en economische verwikkelingen de Curaçaoërs verder op de knieën krijgen?

In Maan en zon toont Stefan Brijs op een heldere manier aan hoe lastig het is om uit een spiraal van kansarmoede te geraken. Tal van factoren houden de onfortuinlijken in hun greep: het stereotype denken in hun eigen hoofd, beleidsmensen die onbekwaamheid met zakkenvullerij combineren, andere welgestelde burgers die niet bereid zijn om te delen, buurlanden die misbruik maken van de maatschappelijke kwetsbaarheid, wereldproblemen die ook uithoeken van de aarde treffen… Een moreel dieptepunt wordt bereikt als verschoppelingen, verblind door uitzichtloosheid, elkaar de afgrond in trekken. Daartegenover staan mensen als Daniel en zijn medebroeders, zij die een steen in de rivier willen verleggen. Of iemand zoals Max die in staat is om een rotsblok op te tillen!

De gevleugelde Dodge
© Rex Gray
Stefan Brijs is de man van het mededogen, de schrijver die hardheid in zachtheid verpakt. Net als in zijn andere boeken haalt hij kwetsbaren uit de schaduw, richt onthullend licht op hen maar laat deze tobbenden altijd in hun waarde. ‘Trots bedekte haar armoede’, zegt de verteller over Myrna. De ondersteunende beeldspraak is ook in dit verhaal weer efficiënt en zinnenstrelend:
‘… haar lippen waren dun als rimpels geworden.’
‘Haar gezicht was van donkere bijenwas, gladgestreken…’

Deze drie generaties omspannende roman reikt verder dan de weg van Westers paternalisme naar maatschappelijke zelfredzaamheid. Maan en zon is als de nacht en de dag van het leven: het menselijk tekort dat duisternis brengt en weerbaren die de kracht hebben om in het oog van de storm te kruipen!

 
Quotering: ****

Uitgegeven bij Atlas Contact - 2015

 

11 oktober 2015

Cristina di Stefano - Oriana, een vrouw

De schrijvende partizane
 
 

‘Als ik schrijf probeer ik geweld toe te passen
op degene die me leest.’

Niemand wordt zomaar een journalistieke wereldster. Zelfs Oriana Fallaci niet. Talent is namelijk niet voldoende. Minstens even doorslaggevend zijn verbetenheid en niet aflatende werkkracht. Als de Florentijnse in de jaren ’50 voor het tijdschrift L’Europeo gaat werken, moet ze zichzelf bewijzen met artikels over showbizz en societyleven. De perswereld is dan nog een in vakjes denkend mannenbastion.

Wat later mag ze een reis maken naar de VS en kennis maken met een land dat haar een leven lang zal fascineren. Als kind van de Tweede Wereldoorlog en de bijbehorende kansarme tijden, is de American dream een aanlokkelijke wissel op de toekomst. Toch zal ze altijd kritisch blijven kijken naar de politieke lijn van deze natie. Omdat haar anti-militarisme vorm heeft gekregen in de verzetsjaren waarin puber Fallaci koerierster was voor de partizanen, staat ze zeer kritisch tegenover de militaire interventie van Amerika in Vietnam. Toch is de VS ook de ideale springplank voor de internationale carrière die ze nastreeft.
 
Oriana Fallaci bij de Iraanse president Banisadr 1979
Door haar aanwezigheid aan oorlogsfronten en bij andere gewelddadige confrontaties (tijdens de studentenopstand in Mexico ontsnapt ze nipt aan de dood) is ze intussen de wereldberoemde La Fallaci geworden. Die status opent deuren voor haar. Van dan af mag ze de grote politieke leiders interviewen: Khomeini, Golda Meïr, Deng Xiaoping, Gaddafi, Lech Walesa, Indira Ghandi…

Tussen het kortere werk door, schrijft ze aan haar boeken. Een man, over het leven van de Griekse dichter en verzetsstrijder in de tijd van het kolonelsregime, Alekos Panagoulis, is haar bekendste. Omdat moed de eigenschap is die Oriana het meest waardeert, ligt het bijna voor de hand dat deze complexe man haar geliefde wordt. Net als het politieke en het persoonlijke zijn leven en dood bij haar altijd nauw verweven.
 
De auteursfoto bij 'Een man'
© Piero Raffaelli
Biografe Cristina de Stefano legt de identiteit van dit schrijvende fenomeen in al zijn lagen bloot. Zo is er haar authenticiteit, het talent om van interviews een verhaal te maken waarin theater en satire elkaar vinden. Vragen stellen die anderen niet durven te stellen, is een andere grote kracht van haar. In al die gesprekken boeit het menselijk element de journaliste het meest. Bovendien hebben de partizanenjaren haar ‘diep anarchistisch’ en ‘antidogmatisch’ gemaakt. Dankzij de mannenwereld uit haar jeugd kost het haar geen moeite om ‘one of the guys’ te zijn tussen soldaten, astronauten of oorlogsverslaggevers met eelt op hun ziel. Toch zie je ook de kwetsbare vrouw die hunkert naar liefde en zich niet met de dood kan verzoenen. Hoewel de oudere Fallaci in een, deels zelfgekozen, isolement terecht komt, houdt ze het hoofd rechtop. ‘Er is niets waarvoor ik me hoef te schamen’, concludeert ze terugblikkend.

Prima ook dat deze biografie door een vrouw geschreven is! Er is véél inlevingsvermogen nodig om door het pantser van deze vechtjas heen te breken. Met stoerheid kun je niet alle veldslagen winnen!

 
Quotering: ****½

Uitgegeven bij Xander – 2015
 

3 oktober 2015

Fikry El Azzouzi - Drarrie in de nacht

Leven aan de andere kant van de dag !

 
'Drarrie hebben duizend gezichten.'

De hangjongeren die Fikry El Azzouzi in zijn tweede roman, Drarrie in de nacht, opvoert zijn ‘eenzame wolven’. Hoofdpersoon Yatoub, Youb voor de vrienden, is door zijn vader op straat gezet omdat hij de huisregels overtrad. Zijn maatje Fouad is zo wanhopig op zoek naar een gevoel van eigenwaarde dat hij zijn lijf vol anabolen spuit. En dan is er Maurice, half Ivoriaan, half Vlaming. Hij woont bij een oude Marokkaanse junkie. Drarrie hebben niet noodzakelijk gekleurde wortels. De weg kwijt zijn, volstaat. Zo is er Karim, die op de wereld kwam als Kevin. Hij groeit op in een gebroken gezin en is overgeleverd aan een drankverslaafde moeder. ‘Karim integreert’. Van het hele clubje timmert hij het hardst aan de identiteit die hem het respect van zichzelf en anderen kan opleveren. Hij omarmt de Koran als was het een levensverzekering. ‘Drarrie hebben duizend gezichten’, kun je lezen. Plaats hen niet een vakje, verplicht hen niet om te kiezen, is de boodschap van de schrijver!

De volwassenen die op het pad van deze jongeren komen – de kroegbazin Zwarte Maria, de moraliserende joodse winkelier, de doortrapte duivelskunstenaar Jean-Pierre – gedragen zich neerbuigend of maken misbruik van hun kwetsbaarheid. ‘Niet honderd procent’, is de laconieke stopzin die verteller Youb bovenhaalt voor al zijn karakters. Dat zijn vrienden het moeten doen met een niet helemaal te vatten commedia del arte, is een vorm van wijsheid maar voor de drarrie zelf is die relativering een manier om zich staande te houden.

Stadsjeugd
© rene mensen_alias0591
De houding van de dolenden balanceert tussen flegmatiek en het korte lontje, tussen halal en vooral haram, tussen bluffen en wegzinken in wanhopige bitterheid (‘De goot weigert geen asielzoekers.’). Zacht of hard maar altijd schrijnend klinkt hun kreet ‘Hou van mij!’, zelfs als ze voor het uitstalraam van de betaalde liefde staan.

Fikry El Azzouzi heeft zijn verhaal letterlijk en figuurlijk in de nacht geplaatst, de verraderlijke schuilplek van de verworpenen. Aan de risico’s die de jongens bereid zijn te lopen, zie je hoe weinig ze te verliezen hebben. Vanop de eerste bladzijde wijst de spiraal naar beneden. Om het geheel verteerbaar te houden, komt theaterauteur El Azzouzi af en toe met een hilarische overdrijving. Dan verschijnt juwelier Harry met een jachtgeweer op de bühne of galmt Karims geloofsbelijdenis uit een megafoon. Ook zijn directheid en talent om meteen het punt te maken, passen bij het theatervak. Hij is de man van tegenvoetse associaties en denksprongetjes. En net wanneer het speels wordt en glimlachende kraaienpootjes rond je ogen verschijnen, haalt hij een steekwapen tevoorschijn. 
 
Omdat verteller en beschouwer elkaar in snel tempo afwisselen, blijft de lezer steeds bij de les! Eén van de lessen die je leert is dat je er niet altijd voor kunt kiezen om aan de zijlijn toe te kijken. Dat laatste probeert Youb. Hij is de observator met het onafscheidelijke notitieboek, de drarrie die niet van vechtpartijen houdt en ‘een grijze muis’ wordt genoemd. Tijdens het slotakkoord van deze roman krijgt Youb een coming-of-age-ervaring. Het zou nog mooier zijn mocht maatschappelijk engagement een bewuste keuze zijn. Wie drarrie-boeken schrijft geeft, wat dat betreft, een heel duidelijk signaal af!
 
Quotering: ****
 
Uitgegeven bij Vrijdag – 2014

Lees hier het interview met Fikry El Azzouzi

3 september 2015

Lieve Joris - Op de vleugels van de draak

De Afrikaanse trek naar het oosten !
 
 
'Maar als ik kijk naar de evolutie die China de afgelopen decennia doormaakte,
denk ik: 'Waarom zouden wij dat niet kunnen?' "

De wereld verandert in hoog tempo. Dat weten we. Maar weten we ook hoe en waar dat gebeurt? Om dat te vatten heb je geesten nodig die met veel geduld voor mensen en liefde voor tijd inzoomen op grotere maar vooral kleinere golfstromen. En dat is precies wat Lieve Joris in Op de vleugels van de draak doet.

Op deze tocht verlaat de reisschrijfster haar vertrouwde continent… maar alleen om aan het eind van haar zoektocht terug te keren naar een bankje voor een winkel in de cité van Brazzaville. Het is de shop van Cheikhna, een importeur van Chinese goederen die ze vele maanden eerder in Guangzhou ontmoette. Voor die cirkel zich kan sluiten moet Lieve Joris op dat onbekende Chinese terrrein houvasten vinden, vanzelfsprekendheden waarop ze in Afrika blind kon vertrouwen. Als je grenzen wil verleggen, moet je een sprong in het diepe wagen.  

De containerhaven van Guangzhou
© AlfvanBeem
Sinds een aantal jaar kijken Afrikaanse handelaars veel vaker naar China dan naar Europa. Sommigen praten al Chinees, anderen communiceren met de rekenmachine. ‘De ogen van onze ouders waren dicht, de onze zijn open,’ zegt Cheikhna tijdens een van de gesprekken in de buurt van Chocolate City, de Afrikaanse wijk in de havenstad Guangzhou. 20.000 Afrikanen leven er permanent, zo’n 200.000 reizen op en neer. Er wordt gehandeld in mobieltjes, pc’s, kleding, prullaria… De mores van de partners zijn niet de meest fijnzinnige. Er wordt bedrogen, gescholden, theater opgevoerd in de vorm van krokodillentranen en klaaglitanieën. Bovendien dwarsbomen douanepersoneel en politici, die alleen de taal van de steekpenningen begrijpen, aan beide kanten van de oceaan het handelsverkeer.  

Net zoals de, al dan niet-Chinees sprekende, importeurs zich voetje voor voetje een weg moeten banen in de nieuwe omgangsvormen en andere culturele geplogenheden, zo zie je de reisjournaliste geduldig deur na deur openen. Naast Afrikanen leert ze ook Chinezen kennen, niet alleen businessmensen maar ook studenten en academici. Wanneer ze Shudi, een openhartige, eigenzinnige en gekwetste man met Afrika-ervaring, ontmoet en zich samen met hem toerist in Beijing kan voelen, schrijft ze: ‘In Shudi’s nabijheid is deze stad anders – vertrouwder, intiemer.’ Vanaf dan begint ze te wortelen in de samenleving. Even later krijgt ze van Shudi haar Chinese naam: Liwu. 

Toch geldt het zoeken naar andere horizonten en handelsfaciliteiten voor twee richtingen. Ook Chinese vrijbuiters trekken naar Afrika, wroeten om te overleven en botsen met het locale reilen en zeilen. Lieve Joris bezoekt hen in Zuid-Afrika en ziet hen aan het werk ‘thuis’ in Kinshasa en Brazzaville. 

In de Zuid-Afrikaanse havenstad Durban strijken ook Chinezen neer.
© Layover Guide
‘De Chinezen hebben nooit iemand gekoloniseerd en zijn dus niemand iets verschuldigd,’ lees je ergens. Er zijn geen uitkeringen of woonsubsidies, zelfs geen luizenbaantjes want die nemen de Chinezen voor hun eigen rekening. Net die krabbenmand maakt van Op de vleugels van de draak een verhaal over de toenemende zelfredzaamheid van Afrika. Zich kunnen spiegelen aan een land dat zich in een recent verleden ontworsteld heeft aan een plattelandseconomie, kan alleen maar inspirerend werken. 
 
Daarnaast is het ook een boek over 21ste eeuwse nomaden. Thuis bij de zakenman Guo Dong is het niet duidelijk wat Afrikaans is en wat Chinees. Ook professor Li Baoping en Shudi zijn rusteloze zielen die gekleurde wortels hebben. Het kan niet anders of Lieve Joris heeft bij hen de ankerpunten gevonden die haar in staat stelden om het onbekende in de ogen te kijken. Haar werkmethode is nog steeds dezelfde: ‘treinconversaties’ voeren. Net zoals reizigers, die in een treincoupé met elkaar in gesprek raken, hun ziel openen omdat ze de ander toch nooit meer zullen terugzien, zijn de passanten die een reisschrijfster op haar pad vindt, geneigd tot confidenties. En daar mogen journaliste én lezer, mits een respectvolle omgang, dankbaar gebruik van maken!
 
 
Quotering: *****

Uitgegeven bij Atlas Contact - 2014
 
 

31 augustus 2015

Hylke Speerstra - De troostvogel

Op weg naar Beterland
 
 
'Pake zegt dat je op een lange trek met veel ontberingen niet zonder troost kunt.'
 
Terwijl halfweg de 19de eeuw in Rusland de lijfeigenschap wordt afgeschaft, heersen er op het Friese platteland nog leefomstandigheden die je slaafse armoede zou kunnen noemen. Knechten en meiden worden geminacht door herenboeren en notabelen. Opstaan om half vier, ook als de harde noordooster stuifsneeuw over de velden jaagt, is niet ongewoon. Een loon verdienen waarmee je gezin op de rand van de honger balanceert, is even alledaags. Dat is ook het geval in Hichtum, het dorp met de stompe toren waaronder de personages uit De troostvogel opgroeien.

Als rond 1880 de export van goedkoop Amerikaans graan een landbouwcrisis veroorzaakt, wordt de Holland-Amerika Lijn erg aantrekkelijk. Ook Hizkia en Ietje, de stamouders van dit verhaal, voeren gesprekken over een mogelijke migratie. Omdat heit honkvast is, probeert de doelgerichte Ietje haar zonen te bewerken. Amerika is ‘het land van verlossing voor mensen als ons, de Here onze Heer heeft het zo beschikt’, meent de diepgelovige mater familias. Maar niet iedereen loopt warm voor het onbekende. Nadat Lolke en Jacob zijn vooruitgestuurd, maakt een ander deel van de familie pas in 1911 de oversteek. Toch blijkt South Dakota niet het beloofde land te zijn. In de zomer scheurt de kurkdroge aarde uit elkaar. ’s Winters vriezen de biggen dood in de stal. Op andere onheilsdagen vreten hordes sprinkhanen zich een weg door de gewassen, sleurt het water van de Missouri alle akkers mee of teistert de Spaanse griep de gemeenschap. Te midden van al die nekslagen houdt beppe Ietje ‘het hoofd geheven als de oude koningin-moeder’. Troostvogels zijn er voor alle dagen!
 
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Hoewel de spanning zo al aardig oploopt in dit boek, steekt Hylke Speerstra nog een tandje bij door Johannes, een Fries enfant terrible, op te voeren. Zijn onafhankelijke geest botst meermaals met de ondergeschiktheid die van arme lui verwacht wordt. Hij is een man van knopen doorhakken en rechtlijnig handelen. ‘Wie zichzelf tot schaap maakt, wordt door de wolven opgegeten’, is zijn devies. Net dat gevoel voor eigenwaarde en rechtvaardigheid zorgt ervoor dat hij in de aanloop van de Tweede Wereldoorlog de kant van Duitsland kiest. Als ‘de doodstrijd om de vrijheid’ losbreekt, komen de Amerikaanse en de Duitsgezinde Hichtumers oog in oog met elkaar te staan…

Hoe iedereen in zijn lot gevangen zit, is een terugkerend thema in het werk van Hylke Speerstra dat ook hier weer met poëtische nuchterheid wordt uitgewerkt. Even herkenbaar is dat deze Friese chroniqueur er telkens in slaagt om je op een andere manier te laten kijken naar maatschappelijk bekritiseerde keuzes. De voorkeur van Johannes voor de NSB is wat kortzichtig maar wel onderbouwd en begrijpelijk. In de geschiedenis zijn er veel grijszones. Maar de grootste verdienste van dit boek is dat de personages, in weerwil van het begrafenisgebeier in de stompe toren, uit de dood worden teruggeroepen en zich gedragen alsof ze het eeuwige leven hebben.

De troostvogel is een oerverhaal over armoede, leven en dood, maar vooral over de verbondenheid met het land en de dierbaren. Tegelijkertijd is het ook een intieme ode aan de geboortegrond van de auteur zelf. Tussen alle ontberingen door volg je vluchten goudplevieren, hoor je vogellokfluitjes in alle toonaarden, zie je polstokspringers over de sloten zeilen en hoor je de Friese taal die het over ‘pake- en beppezeggers’ heeft.

Als je Hylke Speerstra’s werk leest, begrijp je ook waar de granieten geesten van de Ritsma’s en Van der Lendes vandaan komen. Het Heitelân is een eigenzinnige maar zó kostbare wereld binnen Nederland!

Quotering: ****½

Uitgegeven bij Atlas Contact – 2015

26 augustus 2015

Jonathan Galassi - Toen boeken nog boeken waren

Het leven zoals het is !
 
 
'Niets was democratischer als talent.'
 
Uitgevers-redacteuren die schrijver worden, stellen zich kwetsbaar op. Van hen wordt zonder meer verwacht dat ze weten hoe je een romanidee op muziek zet. Toch is New Yorker Jonathan Galassi op zijn 66ste in het diepe gesprongen. Door te putten uit zijn eigen ervaringen en daar heel dicht bij te blijven, heeft hij inhoudelijk wel de veiligheidsgordel omgehouden.
 
Zijn hoofdpersonage, redacteur Paul Dukach, is de kroonprins van de succesuitgeverij Purcell & Stern. Paul heeft een groot hart voor de literatuur en haar beoefenaars. En hij is idolaat van Ida Perkens, de dichteres met de status van een diva, die door concurrent Impetus uitgegeven wordt. Wanneer de inmiddels bejaarde dame hem uitnodigt in haar Venetiaans palazzo en hem een kostbaar manuscript toevertrouwt, moet Paul confronterende keuzes maken en op eigen benen gaan staan. Ook Ida toont zich dan van een heel andere kant. De vrouw die door haar uitstraling en talent macht had over anderen, zelfs onweerstaanbaar aantrekkelijk was, blijkt een afhankelijke, verlangende en beschadigde kant te hebben.

© ecastro
Rond deze plotlijn tekent Jonathan Galassi een gedetailleerd beeld van het milieu van uitgevers, auteurs, agenten, recensenten... Dat biedt vooral een inkijk in het menselijk tekort. Egotripperij, snobisme, grilligheid, het spuwen van venijn, geroddel en hypocrisie zijn de niet onverwachte ingrediënten. Charisma en onuitstaanbaarheid liggen in dit wereldje dicht bij elkaar. Hoewel de menselijke hoeken scherp kunnen zijn, wordt deze commedia del arte met laconieke liefde opgevoerd. In de coulissen ervan zie je een boekencultuur waarin verzorgd bind- en zetwerk de norm is, je de pest mag hebben aan e-readers en auteurs de ultieme bestaansreden zijn van uitgevers. Toch kondigen zich, melancholiek, nieuwe mores aan, een tijd waarin ‘de lezer’ ‘de eindgebruiker’ wordt genoemd en de schepper voor de e-tailer van veel minder belang is. Wie in dit debuut een sleutelverhaal wil zien, herkent misschien John dos Passos of Susan Sontag.
 
Maar we hadden het over een uitgever-redacteur die een roman schrijft. Dan is de vraag of Toen boeken nog boeken waren geslaagde fictie is. En dan moet je vaststellen dat Galassi’s camera niet tot in de ziel van zijn personages geraakt. Hij beschrijft en legt uit. Hij stelt zijn karakters voor en suggereert de ontwikkeling die ze doormaken. Nergens kruip je onder hun huid of word je deelgenoot van het gevecht dat ze met zichzelf en het leven voeren. Plotspelers horen zelf hun verhaal te vertellen. Zonder invoelbare impact is het best getekende milieu van bordkarton. Als Paul in het ware gelaat van Ida kijkt, is er even hoop maar meer dan een zwakke afspiegeling van hun zielenroerselen krijg je niet te zien. Deze auteur mist de verbeelding die van zijn ervaringen fictie kan maken. Trouwens, hoe geloofwaardig is Ida’s afkeer van het establishment waardoor ze zich een leven lang heeft laten fêteren?
 
© Linda Cronin
Beschouwend is de auteur wel maar zijn reflecties zijn geen hoogvliegers. Tot de betere behoort:
‘…wat je deed met de inhoud van je eigen grabbelton van gunstige en ongunstige omstandigheden, dat was wat je onderscheidde van de rest.’
En ook:
‘Omdat het leven is zoals het is.’
Dit op het eerste gezicht clichématige statement blijkt bij nader inzien er een te zijn… dat je tot het einde van je dagen kan bezighouden!
 
In Toen boeken nog boeken waren toont deze ervaren debutant vooral aan hoe moeilijk het is om een roman te schrijven. Het is niet de structuur en het denkwerk die moeten komen bovendrijven. Aan het zweet van de schrijver heeft de zelfzuchtige lezer geen boodschap. Hem interesseert enkel de bloedsomloop van de personages!
 
Quotering: ***
 
Uitgegeven bij Atlas Contact – 2015
 
 

2 augustus 2015

Wil Boesten - Grond

Limburg mie landj¹
 
 
'Het onuitstaanbare idee...dat hij opgesloten bleef
in een benauwde wereld van kerk en fanfare
had zich in hem vastgebeten.'
 
Als de wereld stilstaat, word je op jezelf teruggeworpen. Dat kan je overkomen als je in een vakantietuin zit maar ook als je strandt op de luchthaven van New York. Dat laatste gebeurt met Lucas, de trompettist-hoofdpersoon uit Grond, in 2010. Op dat moment legt de IJslandse vulkaan met de onuitspreekbare naam het vliegverkeer naar Europa lam. Wanneer hij een telefoontje krijgt met het nieuws dat zijn oom Louis overleden is, trekt het verleden aan hem voorbij. Langzaam maar zeker komen knaagdieren te voorschijn, tandjes die zich een weg vreten naar weggemoffelde vragen en herinneringen.

Lucas is een man uit het Limburgse heuvelland, wat niet wil zeggen dat gemoedelijkheid deel uit maakte van zijn jonge leven. Clichés zijn er om ontkracht te worden. Zijn grootvader, die hem na de dood van zijn ouders onder zijn hoede neemt, heeft een betweterige, harde kop die geen tegenspraak duldt. In het katholieke zuiden van de jaren '70-'80 heerst autoriteit in plaats van inspraak. Morele chantage zorgt ervoor dat Lucas in Utrecht geneeskunde gaat studeren in plaats van zijn passie voor de muziek te volgen. Daar vindt hij leermeesters in de vorm van een conservatoriumstudent, die net als hij het trompet spelen geleerd heeft in de fanfare, en Ralph, een muziekminnende vriend. Het laatste duwtje op weg naar zichzelf krijgt hij van zijn oom. ‘Je moet niet íemand worden, je moet worden wie je bént,’ zo houdt Louis hem voor. ‘Bijten in de hand die je voedt’, noemt Ralph het. Maar zelfs als je dat begrepen hebt, ligt de wereld nog niet aan je voeten. Lucas blijkt een onzekere man te zijn, een muzikant met faalangst, iemand die te vaak ‘sorry’ zegt. En omdat de tijd nu plots stilstaat, begint de magmakamer in hem onweerstaanbaar te borrelen.

Geuldal Zuid-Limburg
© Bert Kaufmann
Grond is een verhaal vol Limburgs gevoel en couleur locale. De glooiende streek met hazelnootbomen en leeuweriken waar op zondag gestoofd konijn gegeten wordt, ontrolt zich moeiteloos voor je ogen. Wil Boesten vergeet evenmin om ze als grensland te typeren. Er is de Vlaamse tante, het Duitse desembrood en de Franse kom koffie. En grootvader doet aan frühsjoppen², in de alcohol duiken vóór het middaguur. Tegelijkertijd rekent de auteur af met het juk van kortzichtige opvoeders, kleine lui die vastgeroest zijn in het onder-de-kerktoren-denken. Terwijl boven de grote rivieren Lucas’ leeftijdsgenoten al lang ontvoogd zijn en uitblinken in assertiviteit, gaat rond Maastricht de strijd tegen een in zichzelf gekeerde regio nog steeds door. Bij Zuid-Nederlandse en Vlaamse lezers zullen zeker lichtjes gaan branden…

Toch is Grond groter dan een provincie. Dit is een boek over dromen van jonge hemelbestormers, over het overschatten (Ralph) en het onderschatten (Lucas) van zichzelf en de grenzen van het leven maar vooral over omgaan met verlies, opgedrongen schuldgevoelens en het verlangen naar het vanzelfsprekende.

Met een omtrekkende beweging neemt de verteller je mee van The big apple naar een onopvallende stip op de wereldkaart. The place to be heeft niet altijd een ronkende naam. Voor het transport van dit eruptieverhaal vertrouwt Wil Boesten op zijn volle, vrijgevige, ongeremde stijl die aansluit – hoe kan het ook anders – bij die van zijn Vlaamse collega’s!    

¹ 'Limburg mie landj' is een klassieker van de Sittardse volkszanger Jo Erens.
² Een sjoppen (Nederduits) is een drinkglas.
 
Quotering: ****

Uitgegeven bij Atlas Contact – 2015
 
De boeken van Wil Boesten
 

1 augustus 2015

Paul Hellmann - Irene, mijn grootmoeder

Als de barbaren komen !
 
 
'De duivel heerst over de wereld en is nergens bang voor.'
 
Onheil zie je vaak niet aankomen. Zeker niet als je je daarbij een vloedgolf van haat en vernietiging moet voorstellen. De ‘hakenkruisveldtocht’, zoals Paul Hellmanns grootmoeder Irene het later zou noemen, was in het mondaine en gecultiveerde Wenen van het fin de siècle niet eens een hersenschim.

Rond 1900 was de hoofdstad van het Habsburgse Rijk een plek waar kunstenaars en hun creaties gedijden. Het was de wereld van Klimt, Kokoschka, Mahler, Toscanini, Richard Strauss (de componist van de Vier Letzte Lieder) maar ook van Freud en Karl Kraus, de journalist die zijn maatschappijkritiek in vitriool doopte. Al die stemmen kon je horen in de stijlvolle koffiehuizen waar je ook nu nog een Einspänner of een Café Orange kunt drinken. In die kringen bewoog ook Irene zich. Ze behoorde tot een familie van industriëlen, bewoonde een riant huis aan de Ringstrasse, was gewend aan huispersoneel en wintervakanties in Davos. Maar materiële welstand biedt geen garantie op een veilig leven. Als ze vierentwintig is wordt ze wees, na de Eerste Wereldoorlog sluipt de economische crisis steeds dichterbij en uiteindelijk valt ‘de lange schaduw van het nazisme’ over haar heen. Aan het eind van de jaren ’30 schrijft Irene aan haar nicht Gretel: ‘Ik ben panisch van angst om, als zovelen, door de wereld te moeten ronddwalen.’

Ingang Weense opera
© Scriptor
Aan de hand van brieven, een dagboek, foto’s en een enkel gesprek, reconstrueert Paul Hellmann een gestorven wereld. Hij slaagt erin om een visuele en gedetailleerde voorstelling te geven van een burgerlijk-conservatief milieu waaruit alle zekerheden verdwijnen. Nog belangrijker is dat hij zich ingraaft in de vereenzaamde en ontredderde geest van zijn oma. En net als de kleinzoon wil je haar, met terugwerkende kracht, beschermen.

Hoeveel verhalen er ook verteld worden over eeuwenlang opgejaagde joden die hun diaspora zagen eindigen in de rookpluimen van de concentratiekampen, nooit zullen het er genoeg zijn. Ze vinden bovendien een plek in een nog breder perspectief, dat van de verwoestende invloed van grote maatschappelijke ontwikkelingen op fragile burgers.

Zonder de correspondentieërfenis van Irene had dit boek niet kunnen geschreven worden. Dat roept vraagtekens op bij onze internetcommunicatie. E-mails zullen geen drie generaties bewaard blijven. En wie neemt nog de tijd en moeite om een elektronisch bericht echt te stofferen? Dagboeken worden evenmin nog geschreven. Geschiedkundigen, familiechroniqueurs en doorsnee individuen die historische wortels belangrijk vinden, mogen zich zorgen beginnen te maken.

Irene woonde in de buurt van dit Burgtheater
© Scriptor
Met Irene, mijn grootmoeder heeft Paul Hellmann van een statistisch gegeven een gezicht gemaakt. Het is het gezicht dat je op de cover ziet: dat van een gevoelige, melancholieke vrouw die goed was in liefhebben. Echtgenoot Paul was haar einziggeliebter. Maar ze moet ook vaststellen dat liefde lang niet alles overwint. Leven is uiteindelijk omgaan met verlies!

Quotering: ****½

Uitgegeven bij Atlas Contact – 2015
 

31 juli 2015

Hylke Speerstra - De troostvogel

Op weg naar Beterland
 
 
'Pake zegt dat je op een lange trek met veel ontberingen niet zonder troost kunt.'
 
Terwijl halfweg de 19de eeuw in Rusland de lijfeigenschap wordt afgeschaft, heersen er op het Friese platteland nog leefomstandigheden die je slaafse armoede zou kunnen noemen. Knechten en meiden worden geminacht door herenboeren en notabelen. Opstaan om half vier, ook als de harde noordooster stuifsneeuw over de velden jaagt, is niet ongewoon. Een loon verdienen waarmee je gezin op de rand van de honger balanceert, is even alledaags. Dat is ook het geval in Hichtum, het dorp met de stompe toren waaronder de personages uit De troostvogel opgroeien.

Als rond 1880 de export van goedkoop Amerikaans graan een landbouwcrisis veroorzaakt, wordt de Holland-Amerika Lijn erg aantrekkelijk. Ook Hizkia en Ietje, de stamouders van dit verhaal, voeren gesprekken over een mogelijke migratie. Omdat heit honkvast is, probeert de doelgerichte Ietje haar zonen te bewerken. Amerika is ‘het land van verlossing voor mensen als ons, de Here onze Heer heeft het zo beschikt’, meent de diepgelovige mater familias. Maar niet iedereen loopt warm voor het onbekende. Nadat Lolke en Jacob zijn vooruitgestuurd, maakt een ander deel van de familie pas in 1911 de oversteek. Toch blijkt South Dakota niet het beloofde land te zijn. In de zomer scheurt de kurkdroge aarde uit elkaar. ’s Winters vriezen de biggen dood in de stal. Op andere onheilsdagen vreten hordes sprinkhanen zich een weg door de gewassen, sleurt het water van de Missouri alle akkers mee of teistert de Spaanse griep de gemeenschap. Te midden van al die nekslagen houdt beppe Ietje ‘het hoofd geheven als de oude koningin-moeder’. Troostvogels zijn er voor alle dagen!
 
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Hoewel de spanning zo al aardig oploopt in dit boek, steekt Hylke Speerstra nog een tandje bij door Johannes, een Fries enfant terrible, op te voeren. Zijn onafhankelijke geest botst meermaals met de ondergeschiktheid die van arme lui verwacht wordt. Hij is een man van knopen doorhakken en rechtlijnig handelen. ‘Wie zichzelf tot schaap maakt, wordt door de wolven opgegeten’, is zijn devies. Net dat gevoel voor eigenwaarde en rechtvaardigheid zorgt ervoor dat hij in de aanloop van de Tweede Wereldoorlog de kant van Duitsland kiest. Als ‘de doodstrijd om de vrijheid’ losbreekt, komen de Amerikaanse en de Duitsgezinde Hichtumers oog in oog met elkaar te staan…

Hoe iedereen in zijn lot gevangen zit, is een terugkerend thema in het werk van Hylke Speerstra dat ook hier weer met poëtische nuchterheid wordt uitgewerkt. Even herkenbaar is dat deze Friese chroniqueur er telkens in slaagt om je op een andere manier te laten kijken naar maatschappelijk bekritiseerde keuzes. De voorkeur van Johannes voor de NSB is wat kortzichtig maar wel onderbouwd en begrijpelijk. In de geschiedenis zijn er veel grijszones. Maar de grootste verdienste van dit boek is dat de personages, in weerwil van het begrafenisgebeier in de stompe toren, uit de dood worden teruggeroepen en zich gedragen alsof ze het eeuwige leven hebben.

De troostvogel is een oerverhaal over armoede, leven en dood, maar vooral over de verbondenheid met het land en de dierbaren. Tegelijkertijd is het ook een intieme ode aan de geboortegrond van de auteur zelf. Tussen alle ontberingen door volg je vluchten goudplevieren, hoor je vogellokfluitjes in alle toonaarden, zie je polstokspringers over de sloten zeilen en hoor je de Friese taal die het over ‘pake- en beppezeggers’ heeft.

Als je Hylke Speerstra’s werk leest, begrijp je ook waar de granieten geesten van de Ritsma’s en Van der Lendes vandaan komen. Het Heitelân is een eigenzinnige maar zó kostbare wereld binnen Nederland!

Quotering: ****½

Uitgegeven bij Atlas Contact – 2015

30 juli 2015

Susan Abulhawa - Het blauw tussen hemel en zee

Waar de insecten en de vlinders sterven !
 
 
'De Palestijnen huilden, maar tranen drogen altijd
of ze veranderen in iets anders.'
 
Dat honderdduizenden Palestijnen aan het eind van de jaren ’40 van huis en haard verjaagd werden door joodse kolonisten die, geruggesteund door Groot-Brittannië en de VN, hun gang konden gaan, is de aanzet geweest voor een conflict dat al bijna zeventig jaar duurt. Heel wat vluchtelingen kwamen terecht in Gaza waar ze, ver weg van hun boomgaarden en akkers, een moeizaam bestaan leidden. Anderen begonnen aan een zoektocht naar meer welvaart die hen naar de oliestaten of de andere kant van de oceanen bracht. Over het verlies van dierbaren, het verlangen naar de plek waar je wortels zijn en het afbrokkelende zelfbeeld van onderdrukten, schrijft Susan Abulhawa, een Palestijnse die in de VS woont. 

In Het blauw tussen hemel en zee voert ze vier generaties ontheemden op waarin de pesterijen van de Israëlische soldaten, de bombardementen van het leger en de arrogantie van de kolonisten weerspiegeld worden. Verkrachting, plundering en vernedering zijn hun deel. Maar dankzij een sterk sociaal netwerk en cultureel bewustzijn slagen ze erin om, zelfs in de meest barre omstandigheden, het hoofd rechtop te houden. ‘Alleen zijn op de wereld, zonder familie, clan, grond of land, betekent dat je bent overgeleverd aan de genade van anderen’, zo klinkt het. Omdat de vrouwen waken over de hart van hun geliefden en de identiteit van hun volk, zijn zij de rode draad in dit boek. 
 
© Andrea Carancini
De sterkste scènes uit deze roman zijn die waarin de personages midden in de gebeurtenissen staan: de vissers die door verveelde recruten getergd worden, de ontering van Mariam, de bommenregen boven Gaza, de moeders die in de gevangenis hun zonen opzoeken… Op die inktzwarte momenten ‘stromen de melancholieke requiems van de Koran uit elke speaker, elke minaret, elke ziel’.

Andere passages zijn dan weer banaal. Op die bladzijden spint de schrijfster van weinig wol garen. In plaats van de actie te zoeken in de geest van haar karakters, geeft ze zich daar over aan te breed uitgesponnen beschrijvingen die bovendien niet uitblinken in originaliteit. Ook als ze zich van personages wil ontdoen wanneer het plot dat vraagt, gebeurt dat soms op een weinig overtuigende, bijna soap-achtige, manier. En wat de stijlbeelden betreft, verlaagt ze haar schrijfkunst geregeld tot het niveau van tienerpoëzie. Het kledingstuk dat ‘aan de waslijn door de zon gekust wordt’, kan echt niet door de beugel. ’Het lied dat zijn hart deed dansen’ of ‘stukken binnen in haar’ die ‘op de grond vielen zoals de kralen van een halssnoer’, zijn pure clichés. Als het originele manuscript in de handen van een Nederlandse redacteur was gelegd, zou de rode pen door deze stroperigheid zijn gehaald… Je merkt trouwens vaker dat de Amerikaanse geplogenheden over-the-top-beelden en wijdlopendheid tolereren.

Israëlisch bombardement op Gaza-stad
© Youghalonline
Het blauw tussen hemel en zee is een zinnelijk verhaal over een steeds kleiner en armer wordende Palestijnse wereld die haar innerlijke rijkdom probeert te behouden. Met dat gegeven gaat de auteur zorgvuldig om. Ze nuanceert haar kritiek op de agressor wanneer ze schrijft: ‘Er zijn ook Israëlische soldaten die zich schamen voor het werk dat ze doen’. En ze kijkt streng naar de bevriende Arabische naties van wie de vluchtelingen ‘zowel medelijden als uitbuiting te verduren hadden.’ Maar boven alles gaat de aandacht van Susan Abulhawa uit naar de dappere bewoners van deze openluchtgevangenis die dankzij haar werk hun waardigheid terugkrijgen!

 
Quotering: ***½

Uitgegeven bij De Geus – 2015